28-04-07

landing aan de overkant, op hartenland

Haar haar is mooier dan het ooit geweest is. Dat stel ik bij het afscheid vast op Zaventem. Een na-zaat, onze zoon genaamd, verlaat ons voor een afvaart naar Australië, een maand lang het leven en zichzelf verkennen. Een geliefde wacht hem op in meer of minder mate. Hij weet het ook niet van zichzelve. Ze zijn beiden jong en schoon volwassen om verdriet en wederzien te plaatsen. Het vliegtuig trekt zich zwaar op gang, de zon lacht helder toe, een jongen met een missie wuift nog aan een raam, dat denken wij zomaar. Aan de overkant wacht een meisje met een hart, van verlangen ongekend. Wie verlangt naar wat nog, ze gaan het onbepaald ver-lengde wederzijds bespreken. Wereldspraak als te-ken aan de wand, een tegenpool te ver, wie reist zichzelf een etmaal achterna? De zielenzoekers, vermoeden wij, de zachtverzorgers van het hart, de onvermoeide liefdespachters. Valt het tegen, volgt het mea culpa, vice versa, het leven moet
op mankepoten verder, even maar, hun vrede is te sterk. Wij kennen onze kinderen innerlijk, ze vallen morgen zonder klachten, staan lachend recht van-daag.

 

Dat vertellen wij wat aangeslagen, aan onszelf.
In achteloze camouflage. Zij strijkt nog eens door haar haar. Tranen vechten zich een weg naar binnen, rollen zonder sporen na te laten, flitsen schichtig om de bocht. Weemoed op de tocht.
Een jongen gaat zijn wereld opengooien, op de hoge vlucht naar mogelijk vaarwel, tot wederziens wie weet? Wij weten even niets meer, wij zijn geen voorbeeld voor een ander, niemand gaat dezelfde weg. Respect voor wie het eigen pad ontgint. Het loopt voorlopig nog verloren in de lucht, in de wol-ken van de kommer op zijn vlucht.
Wij trekken trager huiswaarts, laten tekens van bezorgdheid na. Ook wij zijn kinderen van dezelfde zorgen, niets laat mensen onbewogen in spelonken van gehechtheid. Knopen in een hart ontwarren zich, of niet volledig. Soms overleeft het eelt op ingeslagen wonden, waar wij mee woekeren moe-ten. De perfectie is niet van dit tranendal.
Ik streel haar haar, vertel wat onzin, zij vertaalt mij moeiteloos simultaan. Aangedaan en stil. Wij spe-culeren zonder grote woorden, berekenen inwendig onze wegen, tellen onze tijd in kleine zinnen, geen einde aan dit onbekend verhaal. Verder vliegt de reis op roes van liefdeskoorts. Op verzoek en on-geboekt.
Nog één keer slapen en een jongen landt op tegen-vlakte, op wenken van affectie die voor het leven gelden, in wetten anders dan voor stricte liefde. Wat heten woorden waar wij arm naar tasten, een kapstok voor een kaal en naakt gevoel? Wij wen-telen woelig verder, ieder op zijn andere kant, botsen zacht en onverwacht. Het overwicht van evenwicht herstelt zich iedere dag, voor wie zich openstelt. Een hart ontvlamt, sticht brandt, dooft zonder woorden, laait weer op, draait in een kolk en gaat tekeer of onder. De wolken van de liefde mo-gen grommen, doorgaan met een harde grief. Wij zijn en blijven dieven van betreurd verdriet, er is nog kans op redding van de zelfbevlekte smet.
Een eufemisme, efemeer. De snel verwekte euforie.
Het vliegtuig strijkt in vrede neer, sereen is deze wereld. In een wens verklaard. De mensen missen en vergissen zich gelukkig.

23:36 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (2) | Tags: australie, hartenland, tranendal |  Facebook |