01-04-07

wijkagenten zijn soms zeikagenten

Gisterenavond moest ik naar een verjaardags-feestje. Tante nonneke werd honderd. Soeur Poitrine (52, Francine in ’t echte leven) had me gevraagd om gospel te komen zingen tijdens de avond-vespers. Ik had thuis een nummertje van Lee Hazelwood gerepeteerd. Gratis danspasjes erbij. Strakke broek gestreken, stepschoentjes opgeblonken, brylcreem in mijn haar, geen gel, da’s een kleine nuance voor de kloostermeiskes. Enfin, om door een ringetje te halen, aan een paternoster te rijgen, zo stijf van frivole devotie stond ik. Ik galmde vol monastieke glamour van de trappen af. Op naar het psalmenland. Maar potverkoffie, watskebeurt? Mijn Corsa was ge-stolen. Het betreft (betrof) een knalrode wagen van de firma Opel, uit de alom gegeerde Swing-serie, bijna tweehonderd duizend kilometer op de dolle teller. De nummerplaat is (was) CUP???, het chassisnummer ontsnapt(e) mij eveneens. Nergens een remspoor, enkel opgedroogde olie, een afdruk als een visitekaartje: hulp, karkas verkracht en weggesleept. Corsa was voorzien van een StuBru-sticker, ondanks Thomas De Soete en zijn vettige pretpraatjes. Maar dat is een afwijking. Ter zake, het klooster diende ver-wittigd. Francine haar gsm bleek bezet. Naar tan-te nonneke zelf gebeld. Ze ging de sjampetter mailen, Firmin, haar eerste en haar laatste min-naar. Hij is dan nog met Odile getrouwd, Olie-slaeghers, mensen met een slechte reputatie, werkvolk nietwaar. Wij van onze kant, de clan Vanco, wij zijn van een ander soort. Katholieke middenstand en meer. Ons vader is nog kleer-maker geweest, klandizie zat, ook dronken men-sen, zoals de veldwachter, Firmin. Dat legde ze me in één adem uit, en ze moest nog honderd kaarskes uitblazen, daarna de vogeltjesdans en jodelen tijdens mijn gogospel. Maar dat feesje ging dus niet door. Ik heb haar veel leed be-rokkend. Met dank aan mijn vrienden, de politie. Mijn rode Corsa bleek bij navraag niet gestolen, maar weggetakeld, een geval van overmacht uit pure gemakzucht. Omdat de liberale buren, verre familie van die van Olieslaeghers, opeens wouden verhuizen. Onafhankelijk van mij, ten officieuze titel. Dat formuleert mijn wijkagent mij heel be-deesd, hij had me dagenlang gezocht, niet willen vinden. Zich van geen gevaar bewust was mijn Corsa blijven druppelen op zijn vaste plek: voor de vitrine van ons Justine haar etalage, pal onder haar balkon (zie eerdere verhalen, hier nog lees-baar). Stukske wijkagent, haalde ik fulminerend uit, dit is de facto diefstal menne man. Ik refe-reerde naar onze jongste kennismaking, hoe ik hem de weg in het bedrijf had leren kennen. Hij keek mij aan zoals de domste van de klas. Verstand op nul: maak plaats voor Inspecteurke Onbenul. Auto’s in de weg, dan maar laten sle-pen. Olé! Ik zou het Comitéke Pé kunnen ver-wittigen, ze schijnen mij daar te kennen weet ik uit hun eigen bron. Dag madame Bellissima, ça va?  Maar ik wil ons tante nonneke dat niet aandoen. Het mens leeft in een achterhaald verleden, heeft verkeerde ideeën, zit soms bij wijlen Firmin in dromenzonde op de schoot. Firmin, ochgottekes, een foute wijkagent avant la lettre. Zijn nageslacht zwaait met matrak en willekeur. Mijn Corsa heb ik ondertussen terug.  De schade valt nog mee: de vette vingersporen van een oom agent. Tonton Stupide, herdenk ik hem. 't Stil verdriet van de politie. Gelukkig geen familielid.

 

12:59 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (4) | Tags: swing, tante nonneke, wijk agent |  Facebook |