02-12-07

het kan verkeren in het leven, ik vergeet

Sarah dacht ik, da’s een makkie. Ik ga in daden aan de slag en pak haar. Oeps, ik floepte. Eénmaal, tweemaal, andermaal amaai. Ik klop er telkens naast en leg gebelgd de laptop weg. De slapte lacht, ik klap het deksel dicht. Er is omzeggens geen beschrijven aan. Ik vind voor haar geen stijl, ik grijp naast elke ader van verklaring. Stijf staat gans mijn onvertaalde lijf, ik heb het raden naar dit falen. Het wordt somber, ik verdroef vanavond. Ik ben moe en donker in mijn mond. Het godverdomt begot. Het woord bekoort niet, brombeert door mijn kop. Te stom voor taal of teken. Ergens ketst een vonk in mijn spelonk. De teksten dralen. Ik vermaan me en hervat weer als een man. Begeer haar, leg me teder neer bij de pc, ik tik een zin voor toege-ving: omdat ik Sarah niet bemin is mijn begin. Ik tast aan haar contouren, spreek bonjour toujours, pour mon amour. Ik vind helaas geen opening. Ik voel me als Leterme, held van Vlaanderen in zijn achterland. Die mensen missen elk charisma. Ik word pissig van een volkse prinses uit de naaste winkel. Elke aanslag is een miskoop in de Spar. Er is gewoon geen houden van, geen vatten aan. En nochtans blinkt ze simpel (blingbling) aan de kassa. Sarah is mij graag genegen, leest mijn mantra van behagen. Ik was voor haar gepland geweest van-daag. Nadat ze alles afgelezen had. Aangaande wat hier schoon geschreven staat. Daarna met haar in bad misschien. Ach wat, het water is te diep voor warm verdriet.


Ze is oneven, wicht van negentien en vers ver-jaard, vandaar dat ik theater speel. Toneel acteer, ik optater tralala. Ik ben de zelfverklaarde draver in het overdrijven. Zeer beklijvend voor mezelf en zonder twijfel in de averij. De schade spreekt van schande in de schede. Sarah is een meisje dat ver-kleint, dat mannen aanzet tot bescheiden razernij. Ze had het met mij aangelegd in een verlengd ver-leiden, haar geheim gebed. Ik moest het zwijgen, pijn verbijten. Desnoods tot venijnen in mijn staart. Ik brei er draden aan, van ijzer en van staal. Mijn stem zit klem. Ze heeft me afgesteld, een nestel rond mijn keel. Ik zing niet meer, ik kerm en kweel, ik denk: ben ik besneden in de pezen van mijn poëzie, mijn weke onderdelen afgebeten? Sarah, geef hier klaarheid, praat de waarheid naar mij weer. Ik wou hier triomferen, heel je gevel tapis-seren, weetjewel. Dit is geen spel om met een man te spelen die je vader enzovoort etecetera. Geneer je, repelsteeltje, heel je leeftijd spreekt je tegen. Ambeteer mij niet. Ik ben een kerel die de rekening vergeet. Die piekt en paradeert, je billen omkeert bij je grillen en je witte reet. Ik wil geen steekspel genereren. Ik ga voortaan naar de overkant, daar heerst de rust. Ik koop mijn spullen morgen met succes in de Express GB. Een plek voor lullen die hun lid verhullen. In de klare taal van laffe man. Dat denk ik dan, so what zomaar. Voor Sarah: leg je glimlach sober naast je libido, lik liever aan de gratis tandpasta. Bedankt voor al je aandacht. Dag

13:53 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) | Tags: glimlach, sarah, spar, tandpasta |  Facebook |