30-01-08

lucky black and white in fuck and fight

Ze had hem gisteren hard geslagen. Doorgebeten en gekrabd. Ook nog gestampt, vraag ik. Hij knikt be-dachtzaam van benaderend (euh) jawel. Zijn brave kop is opgezwollen, open wonden aan zijn handen. Wat een krolse kat vermaken kan. Ik sta met klap-gebaren naast hem, molenwiek. Dit is voor één keer niet de opgefokte schuld van politiekers. Noch van extreem-rechts of extra-arm der wet. Geen chef-champetter of parket werd ingelicht. Zijn donker vel werd niet gered. Ik klop hem (zachtjes) op de borst, zijn hart gaat goedig bonken. Stoten adem volgen opgeblonken tranen. Zwart zijn is geen zever in het land van blank verloren maagden. Zoals zijn vader (zaliger) Prince Ach-bwah voorspelde in het verre Ghana. Hij, de kleine achterprins, gesetteld in het Hageland (hun fruit, hun wijn, zijn wijf) kreeg onmin, daarna bonje met zijn dame. Een pandoering op de Grote Markt van Tobbackstad. Ik stond er in de aan-vang bij, maar dacht al rap: dit zijn mijn zaken niet. Mijn schaapjes heb ik op het droge in mijn achterzak gestoken, geld en telefoon, een nummer dat ik terug mag bellen, maar niet geldig voor geweld en averij.

Het zij zo. Hij kreeg motten van zijn zotte trien. Ze had weer goed gepimpeld en de vlinders in haar drift de vrije loop gegeven. Nog gesmoord en als de dood voor tegenspraak. Wat doet een neger daaraan? Twisten samenvegen, witras verder slepen bij het dwarsgekamde haar. Hij kreeg als dank veel beten en meer schoppen op zijn schenen. En een tekst met tering, zeker weten. Hij heeft die nacht geen bil of been van haar bezeten. Daags voordien nog zeven keer. Dat bralde zij doorheen het dans-café. Twee blonde grieten (lady's!), vrouwen vol onvolks gerief, bekeken ons verlegen. Komt dat heden ergens tegen. Ik heb alles weggelachen, achtergronden doodge-zwegen, ons geëxcuseerd voor expliciete seks bij eerste kennismaking. Aangenaam, mijn naam is buur-man van de tatertante die een zwarte prins versierde. Hem met zwier haast vierendeelde, dwaas haar zatte haat (?) botvierde. Op zijn botten snokte. Snikte dat hij stikken kon. En niks dan nikker met een repete-rend pikkie was. De achterklap uit bed gelald. Hij krabde aangeslagen in zijn kroeskop, pakte haar en plakken bloed. Hij likte al zijn vingers af. Wat simpel dat een woord de soorten wit in zwart verminkt.
 

We zijn een etmaal later, zij heeft friet gebakken. Hij ligt pijnlijk lang en lui met heel zijn blutsenlijf op haar fauteuil. Ik ruik het stoofvlees. Iets ontdooit... een dooier voor de mayonnaise. Hij maakt een grap :-). Wij lachen ons een barst. Hij vraagt mij welke dag het is. Ik zeg hem werkendag. Hij gaapt en rekt zich. Kirt eens, tast naar zijn klabas. Hij pakt een vuile ther-mos, speelt hem door naar haar, langs mij. Ik ben hun doorgeefluik. Zij spoelt de restjes uit. De drab rolt van de trap, dat is een Afrikaanse metafoor. Ik krijg een gele puntzak vol geluk. Nog aan de hete kant. Ik blaas wat af en draai me zedig etend om. Erg lekker en ook vettig zonder plekken. Hij ontvangt zijn plunje en haar glunders. Kleedt zich voor het ganse eten uit. Ik demareer, want eer de staafjes koud zijn, is zij gul-zig opgenaaid. Het zwart spuit witte draad in haar.

15:26 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) | Tags: fuck, fight, black, white, prince |  Facebook |

12-08-07

Leuven rockt zich rollend in de markt

Leuven blinkt zich leutig af. De stad valt op zijn krie-belend gat, ligt plat. Spettert van opgeverste gezel-ligheid. Marktrock-light brengt licht en vrolijkheid, het volkt springt op van contentement en pret, swingt op een wiebelende wolk van rock’ n roll. De dag danst met een spreidstand in de nacht, rolt over warm be-rookte pleinen: weiden van kassei waar zwakke rok-ken zwieren en het bier nooit dronken wordt (tenzij geconsummeerd en intern zat). Wij zwansen mee op deze golf van dik tevree. Tot een zwart orkest ons groot plezier verstoort, het gejank van dwarse klaag-zang boort zich voort uit snerpviolen. Zigeunertreur-nis, weeral snert en smet. Geen leuk caféterras wordt opgebeurd. Voor alles is een tijd en een lokatie. Even geen Hongaren, ook geen hongerachtige Romabazen aan mijn tafel. Denk ik stevig incorrect. Wat stoom af-blazen moet steeds kunnen, ik verkies bij zon en wel-zijn lekkere seks vanuit een sax, laat maar stomen. Discriminatie op het vlak van smaak en mores, of dat niet even mag. Wij kopen onze vrede af met klinkende munt, gepast of ongepast.

Dan maar door gaan zagen, de brokkelige boom moet tegen de grond gekwakt. Mijn verwijten aan een op-geblonken oorkonde, het comiteit van oud jolijt. Jawel, ik maak lawijt. Het weer brengt iets in mij te-weeg, ik ben verdwaasd op dreef, het feest blaast inspiratie aan. Ik twijfel geen seconde aan mijn plotse wrevel, elke heimat mep ik tegen de vlaktes van zijn oppervlakkigheid, een uppercut voor kermis en fol-klore. Straffe taal voor deze bange haas. De Mannen van het Jaar (goochel door op google) zijn niet mijn ware ding, ik kies mijn vrienden wel, ik tel vanzelf tot nul. De flauwe kul uit eeuwen Leuven keldert mijn systeem. Een Meyboom werd kunstmatig neergeplant, op het hard plaveisel voor een onverschillig flikbureel. Tien man plat, een tafereel vol met ledige etalage. Dol theater van de hertogjaren (middelmatig moyen âge), opgerakeld uit verveling. De buikjesbende van Brus-sel pleegde justement hetzelfde, kwam komisch op teevee, geen sprake van een provinciale tegenhang. Lachwekkend is de afgang, geen score van belang-stelling bij de doordeweekse stedeling. De burge-meester geeuwt verveeld, hij preekt al jaren tegen elke Claes Ernest in zijn bestofte stad. Helaas, dit Bokrijk aan de Dijle blijft herbronnen.

Ik klaag wat af, verknal bijna de drankjes van Jean-Yves en Geneviève, schoon wijf is dat. Wij liggen ach-terover in de zon, onbekommerd om de liedjes van de discofiele Chic, wij fantaseren over surprises van een hete Prince. Mooi is het leven, wij zijn de funky leeu-wen in een kooi, geen leed aan onze leden. Wel een Marcelleke zonder bretellen, een cowboybroek met gaten in de knie, een donkere bril om zonder somber-heid het open bloot te zien. Het is zomer met de felle weemoed van oktober, Leuven weent en lacht onwe-tend van de tegendraadse zeden. Belegen nostalgie wordt uit het stadsbanier gebannen, met frivool ver-tier door een flinke melancholie vervangen. Die melo-die van morgen, het zal mijn zorg wel wezen. Ik zet de trend van speelse erotiek in deze tent. Gezegdes van een lettervent.

10:20 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) | Tags: chic, prince, marktrock |  Facebook |

06-11-06

Belgische Prince

Stijn 2Derde couplet, potteke potteke vet. Mag ik a pistoléke zaan en ga ma seuzeke? Oenze pa hèt misére mè zèn vra. Zo spekte dat vettig verder in de teksten van Fixkes, een pop- en (sporadisch) hip-hop-groepje uit Stabroek. Deze oerkempense jongens speelden zaterdag als voorprogramma voor Stijn in de Botanique. Wat een verademing om nog eens het catchy speelplezier in al zijn muzikale eenvoud mee te maken. Er zat een gedreven vaartje aan die gasten, het swingde lekker van bij aanvang. Aanstekelijke pop, aandoenlijke lyrics, groepsleden die mekaar grappig onderuit haalden. Absurd bij wijle, vaak hilarisch. Geen spatje capsones, maar vrolijk geca-moufleerd meesterschap waardoor het publiek ging wiebelen en dansen. Een gedroomde opwarmer voor de witte funk van Stijn, onze blanke Prince.

 

Een soul-natuurlijk fenomeen, de wildkrolse blondgekrulde Stijn. Wat die jongen in zijn lenig lijf en hete brein aan negerwortels torst, het is niet te geloven. Wel om hitsig te aanhoren. Hij beweegt zich zwierig tussen de zwart getinte Prince en Jamiroquai, tussen flitserige funk en broeierig afgemangelde jazz. Stijn flirt met beide stijlen en mengt ze grillig tot een mix van eigen maaksel, een cocktail flirtmuziek, zwetend en dampend van een donker oer-gevoel, een zwoele portie buikrespons. Hij kronkelt en hij fonkelt op dat podium rond, hij zweept zijn muzikanten aan, zij verstaan dezelfde taal en ritmeren de instrumenten als een bende straatzigeuners. De blazers zijn de warme brij van het gebeuren, de drummer is een trommelaar op tam-tam die roffelt en die gromt, gitaar en contra-bas ondersteunen en versterken het gekreun van Stijn, nemen zijn loopjes over en kletsen sekslamento’s tegen het plafond. Want daar gaat het altijd om bij funk, het is een latente vorm van erotiek.
Hoe kan een blanke jongen van bij ons die zwoele tonen hier beroeren? Omdat zijn binnen-boel zich openstelt voor alles wat verboden is, voor het duistere van iedere duivel die in hem woelt, hem vraatzuchtig voedt met verboden vruchten die hijgen doen en zuchten. Stijn is een exuberant festijn voor zonde zonder schuld, voor ontucht in de onbevlekte ziel, voor uit de bol gaan en de rol te lossen van de brave burger. Mijn dartel meisje danste mee. Ik wipte op en klapte neer. Zoveel weken zeker niet bewegen, had de dokter nog gezegd. Maar deze vibes zijn mijn demonen, een drive die sterker is dan elke ziekte.
 

 

23:27 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (22) | Tags: stijn, funk, prince |  Facebook |