15-09-07

een jonge vrouw vraagt om vertrouwen

Ze zegt dat ze weg zal gaan. Haar geluk elders wil beproeven. Zoeken waar het leven zoeter is. Ik ben niet helemaal verrast, maar sprakeloos. Ik weet opeens geen antwoord meer. Zij blijft op hoge hakken naast me staan, verwacht een elegante oplossing. Of ik een tussenfase ken, een noodrem om haar vaart te stoppen. Ik heb niets te bieden, ben een aanbod uit de solden. Een jongen die precies doet zoals een man die niet beslissen kan, verslagen is. De stilte aarzelt op kantoor, wij zijn stamelaars, verstomde bureaucraten.

Een veelvoud van seconden later, het leken eeu-wen, zet ik koffie en serveer ik haar wat gratis warmte. Zwart gedronken slikt dit bitter weg, de verse wonde wordt niet beter doorgeschonken.
Hete dampen van ellende wellen op, de kringen lijken krengen. Wij versnellen geen gesprekken, denken verder en vertellen niks. Haar bovenlijf staat onbereikbaar stijf van onbegrip, ik bekijk een volle polo en ik zwijg. Ik ben een torso die versnel-der solo wijkt. We morsen beiden koffie, kuisen vlekken op, geen spoor dat achterblijft. Wat over-bodig werk dient nog gedaan. Zij schrijft een nota naar het leeghoofd van de baas, beaamt zijn on-danknaam en aanhang. Vege tekens die ons vals belangen. Trage zwanezang.


Wat een meisje lijden kan, een vrouw van schoon vertrouwen. Ik ga spoedig rouwen om een ranke ballerina, grienen doe ik niet. Verdriet is ons niet aan te zien. Zij steekt dit leed wel in haar kleed,
ze overleeft op hippe bips en vranke benen. Ik stagneer en berg de vriendschap als een souvenir, een blits juweel. Wij zijn voldragen tieners die te vaak verjaarden, ons vergaapten aan mekaar en onvolwassen rijper werden. Minder wijzer, ouder voor geen gram. Ocharme.


Morgen stapt zij op, of in het najaar. Wacht zij tot de kerst, zij doet maar, roep ik van de daken. Van verzaken aan verlangen. Met mijn talen kan ik niets bevatten, dit is onverstaanbaar. Ik wil woorden voor haar halen, maar verstom in staren. Rotjong dat ik ben. Kan ik verhelpen dat de wereld wreed is, dat een vreemde haar vervangen zal. Ik wil ver-trouwelijkheid: houden van wat vrouwelijk haalbaar is. Zij lijkt in dit geval onmisbaar. Een collega als een miss met flink verstand. Ze rebelleert met al haar leden, raakt mijn onderkant, mijn schenen en mijn tenen. Was ze maar gebleven, schrijf ik liever vanzeleven niet.

En wie weet wat geschieden zal? We zijn verschrik-kelijk vrienden, blijvend onverliefd. Een zekerheid om permanent te weten. Wat te overdenken geeft.

11:24 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) | Tags: miss collega, hippe bips, polo, torso |  Facebook |