10-05-07

op ieder kopke past een potteke vet

Drie gele kielen komen uit een donker gat gekropen. Het is ochtend en het regent. Ik sta beschut onder het afdak, een futuristische koepel die grotesk het perron overdekt. Naast mij andere standbeelden, denkmensen, staande doorslapers. Een vrouw met lange rok, zwart met zwier, witte botten. Naast haar de man met de sigaar, een fallokraat die in rook opgaat. De gekielden knielen naast de put, doen druk. De jongste, gelkop, drie oorringen, duwt het deksel weg, kletterend. De sigaar verslikt zich naast de dame. Zij schenkt geen aandacht, ziet geen nitwits staan, ik ben nog stiller dan haar schaduw. Anoniem, haast ademloos, zonder zicht-baar animo. Niemand heeft verdriet, de sporen lo-pen verder, onverstoord. Onze trein wordt aange-kondigd met vertraging. Tijd voor een tweede brandsigaar, tegen eenzaamheid. Tweezaamheid is een verloren woord. Pijpen worden zeldzamer. Rook is populair, de mist van binaire oplossingen. Lees ik in mijn krant. Wil madam de bijlage?

De kielen heten Roger, Michel en Kenny. Dat versta ik na een tijdje staren uit mijn krant. Ze roepen over ophoging, de toemaat van het afdruksel, de schaal op zeven draaien. Ik zie hun gezichten, de reflexen, de gebaren en geen enkel misbaar. Gezel-lig toch, het eerlijk leven. Arbeid maakt vrij en vro-lijker, schenkt waardigheid. Waarheid is geen we-tenschap, een misverstand in nevels. Vertedering komt uit witte laarzen. Ik aarzel over alles. De laf-heid van de mannen in hun hart. De rook uit onze oren, misthorens voor het hoofd, geen ogen op ons gat.

Roger godvert wat af, goedgezind. Knipoogt naar een meisje, krijgt geen greintje aandacht. Zijn schaarse haar hangt in een knotje paardestaart, bengelt hulpeloos achteraan. Hij wil korte metten maken met het lek, zet meer druksel op het dek. Druk op het deksel, gekscheert hij omgekeerd. Michel lacht schamper, Kenny zit verscholen in het norse gat. Ze trekken draden door een simultane filter, ik kan het opschrift lezen. Afwikkelen bij warm droog weer, omwikkelen als het regent.
Nog een kwinkslag van Roger, hopeloos is deze onderneming.

De zwarte rok zwiert nog eens langs, iets werkt op haar systeem. Last van de rook, de wolk van het gebeuren. Ook ik ben een spook in haar geheugen. Hey ballerina, roept Roger. Ik kijk ijlings weg, ik ken die werkmens niet. De heer van stand versteent met dampsigaar. Ballerina zweeft van dwarse zin in plots verzet. Ik bedenk een krolse plot. De trein komt aangerold. Michel en Kenny fluiten stoom af, het probleem is aangeschakeld. Roger geeft luid-keels uiting aan de moeren en de korte opschroef.

 

Zij reist eerste klas. Voor meneer geen rookcoupé. Ik vind perfect een staanplaats. De gele kielen drinken bier uit blik. De trein rijdt uit de taferelen. Ratelt af.

 

20:06 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (2) | Tags: ballerina, pijpen, sigaar |  Facebook |