30-10-07

de tering om de mening van een meisje

Dag Mia Cornelis. Of was het Ria Ornelis? In ieder geval een kind van weeklacht en miserie. Je schreef me aan, je was gemeen, je beet hard in mijn taal en  in mijn schema’s. Wie denk je dat je bent, Kornelia? Ben je de geijkte verongelijkte, de moreelste middelmaat, het grijze wijf dat niet kan schaatsen op het scheve ijs. Lijk je op je neefje Sven, die met zijn waterbak als onderkin, de radio-gigolo met een grol in elke buik, besmuikt en opge-taterd. Hou je van een goed gesprek, dan ben je blabla voor mijn bek. Met onrespect omdat ik lak heb aan voorspeld gekakel, taterdame. Scharrelkip.

Ik neem hier tijd om diep te ademen. Daverend kom ik op verhaal. Ik krijg mijn doordeweekse fanmail, meestal zijn het naakte missen, schoon misbaksels ook. Ze klappen en ze zappen tegen voorgevallen veertigers. Prettig is hun blote voorstelling. De stouten bouwen op en gaan ten aanval: pak me droog en koud. Ik lees jou, overschatte vrouw. Ik geef twee sneren (meer nog) naar je ware naam (infaam). Je fantaseerde ongevraagd mijn afge-ronde leeftijd. Je begon meteen te kwetteren dat je verpletterend goed gehuwd was. Geletterd en gelukkig. Amehoela, van wat heb ik jou daar! Je trouwboek zal me graag een rouwregister wezen. Je man is vast geen macho-hufter. Anders had hij hard geschoten op je scheldepistel. Nee, hij heeft je laten spelen, dat siert die vent afwezig. Jij was zijn onberekenbare egaa. Ongeremd betweterig van taalmoraal. Je ging geëxiteerd je achterwaartse gang. Je preekte en je smeekte schizofreen. Jij hebt het webluik in je nest misbruikt, scharminkel.

Ik dol wat met je, lieverd. Ik mag je bijna, maar het is wel randje ambetantje, kantje overboord. Ik stoor je met mijn kleren (ik citeer je), mijn manier-tjes, mijn gerief om mij te presenteren. Toe maar, troela, hoepel op met al je trammelant. Ben je som-tijds aanverwant aan K., mijn afgeschreven aca-demica? Ik ben niet kwaad maar radeloos aangaan-de contra-erotiek. Waar zit de vonk in jullie leven? Laat wat billen beven, schud het grillig zweet en veeg het stof van tussen jullie benen. Excuseer mij als ik dweep en derangeer, ik ben een leerling die moet lezen, niet kan schrijven (als jij groot gelijk hebt, nietwaar Ria). Roep en gil maar om politie.

Tijd om korter door de bocht te gaan, ik hou niet van mascottes die mijn stijl beknotten, die om aandacht knokken op mijn aambeeld. Ik beoordeel als een meester die de knecht wil spelen van zijn alter ego. Ik veeg de modder van mijn woordenpad. Ik klop de dolle Mina’s en Ornelia’s weg. En ween.


De avond valt, ik zet de vuilbak buiten. Doe een klapke met mijn nonkel Oscar. Over wafels bakken. In de zandbak zit ik dan, het stille kind van al die jaren. Onmentaal volwassen speel ik. Onnozel als een halfwas nozem die de dames opfokt, kokhalst van moraal. Ik lust geen mores om een verse les te leren, ik vertolk mijn rollen ongestoord, de dwaaste jongen van de klas, vereerd met streken. Veren aan de panden van mijn jas. Die Oscar was een Wilde gast. Een omgekeerde snob, een teddybeer die niet kon mailen. Maal maar verder, maskes, ik vergeef. Het kan verkeren in dit leven. Pak de climax, klim en sterf een beetje. Bij gelegenheid.

Vaarwel aan zedenspelen, moeke Mia. Ik noem je liever Ria Paranoïa. Deze pagina wordt omgedraaid. Ik heb nooit aan je vagina gedacht. Ik verkies de nacht om in te slapen. Zogezegd en zo gelaten.

23:54 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) | Tags: oscar wilde, ria paranoia |  Facebook |