04-04-07

testament of statement, lees mij maar

Voor de nieuwe onbeminde, bijna onbekend gebleven

 

Een man heeft zich te veel verveeld, wilde steeds uit spelen gaan. Flaneerde in de wind, heeft op geen weer gelet. De regen deerde niet. Hij liep de straten af, veel wegen heen en weer. Dat leidde naar bijna nergens, wist hij jaren van zijn leven later. De ba-lans sprak taterend van een perte totale, theater van de schaamte, scha en schande, opgebrand van overdreven toerental. Zo staarde elke buitenkant zich blind, passanten paradeerden langs zijn trage raam. Verveeld negeerde hij de dealers van zijn uitverteld verhaal. Ontweek hij bendes laffe trafi-kanten. Deed een stap of twee opzij, op tijd ont-snapt, de weke burgerman ontvlucht. Opgelucht.
De mare zegt dat hij verdoken zit. Zijn waarheid wil dat hij ontloken is. De geboorte van een dwaas. Beloken Pasen. Voor elk wat wils. Bedien u maar.


Hij is een jongen zoals elke man geweest is, soms in dromenland gestrand. Vergeten dat hij dingen hàd te weten. Zo sprak het goed geweten van het volks verstand. Te laat verstaan. Met zovelen zijn ze vaak te veel geweest, hij meestal alleen. Wat geeft het als het hen geneert? Dat derangeert toch niet. Niet hem. Bedenkt hij zich. Nochtans de angst ontbrandt, hij is bezorgd en bang. Ervaart de spijt om lijden dat hij anderen deed. Wat geweest, is geweest. Na ie-dere misstap brak een ander feest de vredesban.
Leer hem nergens middelmatigheid, hij kent geen maat, mankeert gezapigheid, geen gevoel voor on-bevlogenheid.

De nacht kwam met een boodschap, straling van een ster, signalen van de melkweg: leg neer de laatste lafheid, stap in vrijheid op haar af, bevrijding van de band die leegte binden wil. Hij zat bezweet op bed, ontdaan van branie, van restanten lef. Moest hij moorden met drie woorden: het is over. Nogmaals.


"Meisje met het grote hart, ik groet je uit het duis-ter. Ik heb me in mijn donker kot verstopt. Spoor me nooit meer op, ik ben het uitgelegd verlies, een los verloren speld die in jouw zwoelte smelt. Geprikt heb ik mezelf, je hooiberg omgewoeld, er was geen stoeien aan. Betrap me nergens meer, ik ben je lie-veling geeneens geweest, dat heb ik niet verdiend. Ik had voor jouw verliefdheid geen talent. Ik ben het wankele en het manke. Onevenwicht dat voor de regels van de hemel zwicht, omgekeerde plicht”.

 

Ik ben de man die aan mijn wal komt aangespoeld, op spartelend gevoel. Een vlotte zwemmer ben ik niet in anderen geweest. Ik viel stom verwonderd
in het warme water van veranderende tantes. Red mezelf bij deze, mijn gedegen lijfsbehoud. Onge-schonden word ik voortaan ouder. Geen excuses kunnen geldig zijn voor elke wonde. Ik teer op mijn verleden, onvolwassen zonder enige rede. Ik noteer verbijstering en pijn. Het spijt me, lieve onbeminde, bijna onbekend gebleven.

10:43 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (3) | Tags: statement, testament, onbemind |  Facebook |