12-08-07

Leuven rockt zich rollend in de markt

Leuven blinkt zich leutig af. De stad valt op zijn krie-belend gat, ligt plat. Spettert van opgeverste gezel-ligheid. Marktrock-light brengt licht en vrolijkheid, het volkt springt op van contentement en pret, swingt op een wiebelende wolk van rock’ n roll. De dag danst met een spreidstand in de nacht, rolt over warm be-rookte pleinen: weiden van kassei waar zwakke rok-ken zwieren en het bier nooit dronken wordt (tenzij geconsummeerd en intern zat). Wij zwansen mee op deze golf van dik tevree. Tot een zwart orkest ons groot plezier verstoort, het gejank van dwarse klaag-zang boort zich voort uit snerpviolen. Zigeunertreur-nis, weeral snert en smet. Geen leuk caféterras wordt opgebeurd. Voor alles is een tijd en een lokatie. Even geen Hongaren, ook geen hongerachtige Romabazen aan mijn tafel. Denk ik stevig incorrect. Wat stoom af-blazen moet steeds kunnen, ik verkies bij zon en wel-zijn lekkere seks vanuit een sax, laat maar stomen. Discriminatie op het vlak van smaak en mores, of dat niet even mag. Wij kopen onze vrede af met klinkende munt, gepast of ongepast.

Dan maar door gaan zagen, de brokkelige boom moet tegen de grond gekwakt. Mijn verwijten aan een op-geblonken oorkonde, het comiteit van oud jolijt. Jawel, ik maak lawijt. Het weer brengt iets in mij te-weeg, ik ben verdwaasd op dreef, het feest blaast inspiratie aan. Ik twijfel geen seconde aan mijn plotse wrevel, elke heimat mep ik tegen de vlaktes van zijn oppervlakkigheid, een uppercut voor kermis en fol-klore. Straffe taal voor deze bange haas. De Mannen van het Jaar (goochel door op google) zijn niet mijn ware ding, ik kies mijn vrienden wel, ik tel vanzelf tot nul. De flauwe kul uit eeuwen Leuven keldert mijn systeem. Een Meyboom werd kunstmatig neergeplant, op het hard plaveisel voor een onverschillig flikbureel. Tien man plat, een tafereel vol met ledige etalage. Dol theater van de hertogjaren (middelmatig moyen âge), opgerakeld uit verveling. De buikjesbende van Brus-sel pleegde justement hetzelfde, kwam komisch op teevee, geen sprake van een provinciale tegenhang. Lachwekkend is de afgang, geen score van belang-stelling bij de doordeweekse stedeling. De burge-meester geeuwt verveeld, hij preekt al jaren tegen elke Claes Ernest in zijn bestofte stad. Helaas, dit Bokrijk aan de Dijle blijft herbronnen.

Ik klaag wat af, verknal bijna de drankjes van Jean-Yves en Geneviève, schoon wijf is dat. Wij liggen ach-terover in de zon, onbekommerd om de liedjes van de discofiele Chic, wij fantaseren over surprises van een hete Prince. Mooi is het leven, wij zijn de funky leeu-wen in een kooi, geen leed aan onze leden. Wel een Marcelleke zonder bretellen, een cowboybroek met gaten in de knie, een donkere bril om zonder somber-heid het open bloot te zien. Het is zomer met de felle weemoed van oktober, Leuven weent en lacht onwe-tend van de tegendraadse zeden. Belegen nostalgie wordt uit het stadsbanier gebannen, met frivool ver-tier door een flinke melancholie vervangen. Die melo-die van morgen, het zal mijn zorg wel wezen. Ik zet de trend van speelse erotiek in deze tent. Gezegdes van een lettervent.

10:20 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) | Tags: chic, prince, marktrock |  Facebook |