28-11-07

ze komt te vlug en is terug vertrokken

Van haar benen ben ik altijd afgebleven. Om van de rest maar niet te spreken. Wel oplettend en intens gekeken. Daar had ze niks op tegen. Integendeel, no way, dacht ik. Ze zag always hetgeen ik placht te menen en te fantaseren: terwijl ik onder andere al haar maten mat. Haar intellect was heavy sexy, mijn intenties mateloos. We waren opgerekt geco-relleerd. Zo stond dat onlangs in de Flair beschre-ven. Als een handicap, zoals verwantschap van het hart. Een koppel dat zich zowat aantrekt op kan-toor. Correct van imperfectie, onbevlekt ontweken. Zonder haren in de boter, sober met een bodem in de woorden.

Laat mij vierkant overkomen, maar ik heb geen hand gestoten aan haar hart (ik stort nog liever in), ik ben van haar inwendigheid een onverkenner, al mijn verre pootjes af en kopje onder voor de donder kwam. Zoals het hoort en ook geschreven staat. Zie en lees de tien geboden, nietwaar Nicol-leta, afgelijnd model. Uw haren spraken Italiaans gelijk uw warme vel. Ik lag graag wakker van uw lichaam, smaakte ziel en aanverwanten: uw fysiek gerief. De witte nachten waren vaak in ademnood. Ik vermaakte slapeloos de mankementen in mijn taal, om maar te zeggen: jij was ongenaakbaar open bloot. Ik raakte hoogstens aan uw billen met mijn oogverblinding. Wilde borsten opgetepeld, ik verzon ze. Edele delen die gestreeld in beeld ge-houwen werden door een trouwe meester. Weet ik strict intiem. Hij heet uw man en draagt zijn han-den vol materie, smeert met liefdesspecie lang en slank uw leden in. Ik ben geen kunstenaar, ik mets en imiteer met flarden tekst. Ik hark afgunstig naar uw schaduw. Gun mij deze waan van zinnen eer wij verder gaan. Het is dus over morgen. Helemaal ge-daan. Dit is geen wartaal, Nicoletta. Stel het ver-der wel. Ik draag je koffers traag en bel de taxi van verdriet. Verschiet niet als ik wit word, hees en heet van streek. Het pakt me reeds op voorhand bij mijn keel, ik heb aan jouw vertrek geen schuld. Geen bult met eelt op mijn geweten.

Schaamte overheerst, de weelde van het leed. Ik baad en week in eigenwaan, omdat je mij verlaat. Je rechte weg naar werkgeluk. Ik lul en stamel uit verband, ik baal. Je tranen zijn een blanke baan. Ik streel de wind nog in de vlucht terwijl je rug mijn flank verkent. De lucht kermt plotseling, wordt dof. Het onweer gromt en roffelt. Rolt weer verder weg. De goden leggen hun geboden neer: ik lees van zes tot negen, reken op een zekerheid, de wijsheid van de bijbel. Rest de eerste twijfel, hijgt en krijst af-wezigheid, de lege lijn van heel je strakke lijf. Het langgerekte teken dat in stippen vager stapt, het nat van lippen achterlaat. Je wezen is verleden reeds, je wordt beweend met verse regen, heel de aarde beeft en vreet ellende, ik mijn deel. Maar wat geweest is, was een feestballet. Het heden daar-entegen wordt een harde beet, een eenzaam beest. De liefde is verlegen voor ons twee.

18:43 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) | Tags: beeldhouwer, model, liefdesspecie |  Facebook |