21-08-07

een kraker wreekt zich op mijn botten

Vandaag verwijl ik in het Heilig Hart. Dit hart heet niet vrijblijvend heilig, het vestigt ook sacraal een hospitaal. Van goeie katholieke origine. De nonne-kes zwaaiden er decennia zwart hun rokken, graai-den klepels, scepters en scalpels. De Leuvenaar van welgestelde huize zet gewoonlijk niet zijn snelle poot op hoge bodem, in casu Gasthuisberg: wegens te gevaarlijk vrijgevochten, academisch zondig pro-gressief. Dat stamt van traditionele tijden die her-boren bij de nieuwe bourgeoisie behoren, een over-leving sijpelt door. Er is voor- en tegenstroom. Mijn geval gehoorzaamt aan de overmacht. Het dokter-vrouwtje uit de buurt bestuurt mij langs haar knus-se hart, ze doet aan christelijke deugd, geniet ge-neugtes van de naastenliefde. Zo kom ik op devote plaatsen, groet het kruisbeeld in de wachtkamer. Dag murale jongeheer, ik roep een tandentrekker voor die spijkers in uw lijf. Een schrijnwerkvader voor de nagels uit uw Christuskist. Mooi blijft het mysterie, Jezus spant de kroon. Ik ontspan, ik ben een toonbeeld van karakter, zoals de zoon. Maria Magdalena mag mij niet verleiden, ik kan hier niet bezwijken. Kansen keren later weer. Het meisje aan de balie schminkt haar gothic ogen. God gedoogt, hij wikt en hij beschikt. Ik zie dat zij inschikkelijk halve bollen bloot aanprijst. Aanbiddelijk is het op-bod tot verleiding, ik doe geen krolse knieval. In mijn kronkelruggen hurkt een hels gewelf, een fa-cet dat elke pret bederft. Ik kom om elke pijn te epileren. Lady baliemeid, vergeef mijn tegenmerg. 

Het spijt me dokter-specialist, ik ben een manke-lieke tist, een kwiet die zijn gewrichten niet be-dwingen kon. Vandaar mijn mankementen. Ik ben al weken malcontent. Kan dit potenties schaden, krijg ik een patent op intellect, word ik onredelijk erg in-teger, het tegendeel van kinderen van de rekening, een kleine compensatie voor de lasten? Wat ik kostbaar kan betalen, baat mezelf misschien en schaadt geen arts. De witpakman zweeft zwanzend over zeven wervels. Ter zogezegde snelgenezing, is zijn schertsende bewering. Ik fantaseer zomaar, hij verpleegt mij plechtig, legt mij naast zich neer. Hij kraakt een open barst ter plekke. Vat de botstruc-tuur op plaatsen lukgeraakt. Waarom heb ik haast en angst? De dokter is een osteopaat vanuit het knocktheater. Hij klopt wreed vorsend op mijn tere ruggegraat. Ik ben een hardgebakken zeveraar, ik verklaar de weerstand aan mijn kraker. Hij verzet zich op zijn hoge poten, hakt een laatste slag, ik voel karatesporen door mijn kaken stomen. Oorlog is een eiland vol van pijnen in mijn hoofd. Ik spreek geen klacht, ik ga guerilla plegen in mijn hart (dat grimmig lacht). Mijn inborst is een krachtenkorst. De osteopater is als God de Vader, onbegrijpelijk in zijn daden. Ongeestig als een oplichter: betekent meesterlijk als een mensontwijker. Grote dorst van ongelijk krijg ik (gratis) van hem. Hongerend is mijn ongeloof, van smarten overbodig. Geen spat ver-lossing volgt me. Kromgebogen sleep ik kruisen naar de buitenweg, de sluipstegen. Mijn huis is waar mijn zetel kruipt. Hallo bekend plafond, hier ligt patiënt-enjong. Een ongenadig uitgetelde vent, vertel hem.

23:39 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) | Tags: gasthuisberg, heilig hart, leuven |  Facebook |

19-07-07

gespleten menselijkheid is ongeneeslijk

ROME - In de voorbije drie dagen zijn honderden boot-vluchtelingen gestrand op het Italiaanse eiland Lampe-dusa. Tweehonderd bootvluchtelingen bereikten maan-dag al de kust. Dinsdagnacht waren dat er iets meer dan honderd. De kustwacht onderschepte voorts een drie-honderdtal personen in acht verschillende bootjes.  
MADRID - Schepen van de Spaanse marine zijn in de zee ten zuiden van Tenerife op zoek naar zo’n vijftig illegalen die in het water terecht zijn gekomen toen hun boot kapseisde. De autoriteiten vrezen dat de vermisten verdronken zijn. Tot dusverre zijn bijna vijftig van de naar schatting honderd opvarenden van de houten boot gered.
(bron: DS on line)

In West-Leuven, perifeer aan de city, wonen tien-tallen illegalen. Ze hokken samen in aftandse koten, gammele kamers. Ik zie ze dagelijks lopen, sjofel en toch vrolijk. Ze laten zich de lokale ellende welge-vallen. Alles is relatief. Ze boffen, vinden ze zelf. Met een dakpan boven het hoofd, te verwaarlozen gaten in het laag plafond, stromend water uit een permanente kraan die lekt. Het electriciteitsbewijs ligt open langs de leidingen. Ze komen karig aan de kost, zitten aan verschraalde tafels. Lachen arm.
Ze sparen voor de overschotten van een losgeld, een donkere boss heeft hen bij nacht gedropt. Daarom rommelen ze in de zwartsectoren. Ramme-len ze roekeloos met de kloten van de wet. De ri-sico’s zijn kosteloos, verraden zachte statistieken. Dankzij elke dappere wijkagent die hen ontwijkt.
 

Wij meenden dat die tolerantie liberaal getint was. Zie Verhofstadt in globaal ornaat op het recente wereldforum, zijn popperiaanse retoriek klonk thea-traal van opgeblonken mededogen. Laat de massa’s overstromen, welkom aan het ovenvers talent van vreemde bodem. Wij verrijken onze snelle streken, smeken om hun multiculturele medeleven. Breed-zaam etaleerde hij zijn mondiale eruditie, zijn be-zorgdheid om een mondje meer. Met een droge snik van nagenot, een harde ophoksnok aan zijn carri-ère, zwengelend naar een postje hogerop. Legale zwendel volgens sommigen. Donders in Genève. Waarom gêne?

Tot een plotse dame, zonder prietpraat, opdook aan zijn linkerkant. Een pirate die zijn laffe flank doorboorde. La Pira streek neer, met ongebonden handen, groot haar graag geweten, een getaaide tante die de wet omdraaide, van de randdetails ontdeed. Een fijnbesnaarde minnares van contra-seks, de exotiek van schamele mensen, uitgekleed in procedures, bloot van opsmuk, zonder attitudes. Op een ochtend kwakte ze naar de Morgen, plakte ze vrank haar vragen in een brief, nonkel Guy was schoon gegriefd. Colerieke bliksem als spontaan respons op naastenliefde, zonder nonsens, niks geen zin in proza voor miserie. Het laatste alibi voor elke uitweg heet legaal bruskeren, wordt een afzet buiten grens. Geweldige scènes voor een interna-tionaal scenario, hoe nobel is een staat? De 1ste minister die met 2 tongen praat, zij ego-opgang in de wereld ambieert. Gespletenheid als wapen tus-sen scheve tanden klemt. Ons afremt op de vrede.

Broeder Bert verkocht geen zwans, sprong op de mensenboot, brak een lans voor zwakke buiten-landers, ook de kansenlozen. Niet verwonderlijk dat brave burgemeesters na hem uit hun hete hol ge-kropen kwamen, hun legale wonden toonden. Op de maat van empathie, de melodie van medelijden, wat kan er mis zijn aan moreel gelijk? Ik spreek hier voor de uitgewoonde Leuvenaars, ik toon de verse vonk ethiek, vertaal het neo-evangelie dat belang-enloos en Vlaams weerklinkt. Hopeloze monden vallen open van verbazing, vragen om versnelde staten van genade. Ik bespeel het web, de weg van gratie naar Tobback. Erbarmen burgervader.

 

21:15 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) | Tags: ingrid pira, lampedusa, leuven |  Facebook |

28-05-07

op golfjes van de tegenstroom in leuven

Het wordt ons door de strot geramd. Naquila hava, naquila héhé. Que sera, sera. Bambino buèno yè. When the saints. Come marching in. In onze stad. Het trendieuze Leuven. Op elk terras. Ten treure uit. Ik word er reutemeteut en sikkeneurig van. De hordes koperkleurige zigeuners, donkerzwart ge-verfde negers, hardplastieken indianen. Zoveel leurders van het trek- en tokkelinstrument, de wandelende muzikantentent. Je zit geen twee minuten achter je Ily espresso, zin om gans je sores en je mores uit te morsen tegenover Elletje, of daar komt de jankbrigade aangedrenteld, hen-gelend naar je losse geld. Je moet een harde bink zijn (zoals ikke niet) om dan je tranen niet weer gretig in te slikken. Smaakt naar zout in elke won-de, pekelzondes. Wij mokken, dokken af terstond, helaas, want anders blijft het vals gespeelde lied nog snerperder, hel- en hemeltergend, doorgaan. Liever doodgaan als een atonale schooier dan te sterven op gejengel van de zwendelharmonie.

 

Wat doe je aan die kleefmuziek, de kleffe straat-muzak, de plakbrigades van gedwongen klanken? Het wordt ons opgedrongen, onze stiltes omgetild en neergeklopt. Wij vluchten uit het centrum van wat doorgaat voor gezelligheid, het verdachte volksvermaak. Wij hebben overschot van schaarse centen om een rustplek te verzinnen. Wij zitten tegen gevels en op dorpels, hangen over elke bal-lustrade, scheppen schaduw en een handvol zon met lepels lust. Zij kust mij plots. Merci chérie, hal-lucineer ik weer of loopt de liefde langs? Sing c’ est la vie of ben ik ribbedebie? Geen Belletje rinkelt er-gens. Schalks lacht Elletje. Wat smakelijk en schat-tig. Prachtig mijn gedacht, ik denk aan greppels en aan grachten. De verdoken stad is onze tuin, wij wieden onkuis onkruid. Delven stiekem dieper, gra-ven ons in elke kuil, een gang naar wegen die zich onzedig kruisigen. Op muziek uit monden zonder maat.

 

Zo zijn wij, dartel dolend, soms getuige van het korte wonder. Duikt in ons scenario een droom-orkest van engelen op. Drie slome jongens met volwassen haar: twee frêle zangers, één verlegen gitarist. Ze spelen simpel ‘1979’ van The Smashing Pumpkins, op de trappen van de kerk. In dit mirakel willen wij geloven en verblijven, blij zijn om deze klein verstrooide schoonheid. Onze binnenkant wordt hier op wankele kunst bediend. God (hallo meneer) zag dat het wonder goed was. De ange-lieke set wordt zonder bindtekst (bijna biddend) voortgezet met een tweede mokersong, het moord-lied ‘The killer in me is the killer in you’. Dit is straf-fe kost, fragiele zielen die verdriet stileren, levens orchestreren van toevallige passanten. Wie zijn hier de behoeftigen, de armen van gemoede, de zingen-de bedelaars van de liefde: steedse lieden zoals wij? Wij vervoegen opgelucht de stoet: aux larmes, citoyens. Een steelse lach, een traan die in de moeë stadsstroom valt, een cocktail weggespoeld met kolken van al wat rockt en rolt. Het rommelt in ons koppelhart, beroerd zijn wij. Ontdroefd bij tijd, een wijle.

  

19:45 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (2) | Tags: cocktail, the smashing pumpkins, leuven |  Facebook |

28-03-07

Patricia legt haar eieren rond de klok

Wat een gehannes en gekakel over de afschaffing van een klok die verder tikt. Zoveel lege praatjes om wat zendtijd op te vullen. Bijna was Ceyssens van het politieke strijdtoneel verwijderd, maar lap, haar wekker loopt plots af. Patricia werd in Leu-ven weggestemd, vernederd haast. Alleen Rik Daems in Herent viel nog een Waalse misstap ;-) lager in de liberale regionen. Kakelblauw en bont waren ze geslagen. Nonkel Tobback had in jaren niet zo goed geboerd. Het VLD-antiquariaat werd als Openstaand verklaard. In de rode stad én achternering van meneer Louis de Tweede liepen ze blauwtjes op: door de bodem van de mand en op hun blote gat gevallen.

 

Kan de schaamte van de blauwe meubelen nog gered? Komt de verlossing uit de koker van een slangenman gekropen? Quickie kreeg zijn Kafka-expo als cadeau, een poppenkast met dode wet-ten die post datum worden weggeharkt. Na het oud-historisch sterven nog een mediatieke grap erna, een achteraf-begrafenis. Vincent Q werd twintig kilo dikker, zijn nek zwelt van indigestie op TV-Te-Veel, hij lijkt zo opgeblazen als de kikvors Guy Verhofstadt (zwaar poserend naast Al Gore, hun balans weegt dubbel door op het klimaat).

 

De blauwe winkel krakeleert in al zijn spleten. De premier verspeelde zich als hoeder van zijn broe-der Chevalier, ‘party’ Pierre werd Afrikaans ver-sast. Voor Verwilghen geldt de ophokplicht, een witte ridder rept zich naar de nooduitgang, een verhoopte ‘gate for internationals’. Echter, ‘home alone’ in Knokke Zoute wenkt hem. Zwenking naar het Zwin en afgang. Hoeveel tricolore sjerpen hangen wiebelend in de analoge wilgen, voor elk wat wils: een uitkijkpostje of een afgedankt mandaat? Het kouwelijk blauw fabriekje wankelt, dreigt failliet te gaan. Sterckx en Somers krijgen kletsen, zien om beurten buien dretsen langs hun slappe oren. En maar spartelen, bange onver-kozen mannen. Externe Karel redt nog snel en schaars reclame, maar vliegt helaas te vaak van huis. Hij verliest de kijk op zijn interne keuken. Waar blijft het opgeschoond gerief?.

Ceyssens dan maar opgevist, het politieke licht-gewicht, het kippetje dat niet meer aan kon pikken, zich reeds had neer- en leeggelegd. Iemand vond de prikklok opnieuw uit, gepland voor haar. Om ze later af te schaffen. Want ach en wee die ‘ambetantenarren’, spijtoptanten van het echte werk. Quick had neo-propere manieren aan de oosterbron geleerd, in het slavistische cool van Singapore. De karwats erop, de klok een zwik naar achteren gedraaid. Plotse stop aan onze culturele tijdsprogressie. Het horloge speelt harmonica, electronica van ons tamme kloten. Opmarcheren in de grote geldprocessie. Toe maar, kameraden van het burgerkapitaal. Uw manifesten zijn voorspelbaar: onderwerpen in mineur. De nederlaag kent geen genade noch grandeur.

Archaïsch klokkenwerk, kirde Patricia folkloris-tisch. Slecht theater, mama Ceyssens. De prikklok is een post-modern icoon, symbool van schoon verworven rechten op het werk. Onze tijd tikt naarstig verder door ons loon. Slaat de klepel over, recupereren wij met mate. Inhaleren heet dat gretig. Beledig onze fiere ambtenaren ‘onder ede’ liever niet meer. Halt aan uw gelal, in casu liberale frazen over loyauteit met bazen-sinter-klazen, wij  stemmen voor gezelligheid. Geef ons een wakkere wekker op kantoor. Wij aanhoren node bek- en belleketrek, uw klef gerinkel, gij wilt het zaad uit onze bakskes pikken. Sorry, wij door-zien uw vals verkiezingsspel. Voorzie u van een ander thema, moeder kloekje. En zo niet, kook dan voortaan thuis uw kakelei. Uw politieke tijd is doorgeprikt. 

22:11 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (19) | Tags: louis tobback, leuven, patricia ceyssens |  Facebook |

04-03-07

voor tobback, zonder zotskap op de kop

Beste Louis, vader van Leuven, gij hebt al vaak geklaagd over het Ernest Claes-gehalte van uw stad (deels dankbaar ook de onze). Awel, ’t is nog zoveel erger dan ge denkt. Want ik heb gisteren empirisch werk verricht in uw dorpse kern. Een dorpke, dat is het inderdaad, somtijds gezellig, maar even dikwijls ergerlijk en van de kneut, zeg maar achterlijk en teut. Leuven heeft iets in de foute genen, zit structureel verkleefd met leukernij. Ik spreek in casu over de stoeterij van vieren-twintig uur geleden. Het was carnaval en dat we hét geweten hebben, scha en schande was ons deel. Zie de boerinnekeks de rokskes zwaaien, ik vat het metaforisch samen. Overgoten met jenever en halve liters bier. Plezier vanuit de hangbuik en de gele onderbroek, handenvol confetti om alles toe te dekken: de brei van dijenkletserij. Ik heb ze sprakeloos geteld, de zatte opstoot van fanfares achter trage tractors en kramikkige karren, de boerennarren met hun zwalpmadammen, taferelen op de wankelvoet, de kantelhiel van hier tot ginder, de blinkgezichten uit het schilderwerk van Ensor, vanuit Oostende in een ver verleden, helaas achterhaald. Dit mobiel gerokken Bokrijk, een bucolische gedrochten-optocht, was ‘van arren moede' troef (Nesten Claes, Zichem, 1937), om mee te huilen met de wolven in het Meerdaalbos, uw eigen achtertuin, Louis. Waar waart gij? Ik verwachtte u daar in geen wegen of geen velden te bekennen. Van schaamte om de platheid, de pletrol laag vertoond allooi. Beste burgervader, mag deze vettig opgekletste pret voortaan niet ontra-den worden, verankerd in de stadsban? Of anders moeten er ludieke denkers aan het werk, op zijn minst de klucht van Aalst (hun vlagen van satire) achterna. Het carnavaleske van Venetië zien en sterven is een artistieke brug te ver voor Leuven, voor de verklede seks van Sao Paolo mankeren wij de erotieke feeling. Dat besloot ook een toeris-tische sociologe die benieuwd van dienst was ter plezante plekke. Haar naam is Helga Cé, ik vermeld haar graag ter staving van mijn impulsief ervaren. Want wie ben ik om volks vermaak vrijblijvend af te kraken? Helga is empathischer, ze kadert alles in een context. Morgen is ze te bewonderen op de kermismolens van het exotische Appelterre. En ik ga werken, voetjes op de grond. Het is vasten.

 

19:40 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (16) | Tags: leuven, carnaval, louis tobback |  Facebook |

23-11-06

beste burgervader

leuvenGeachte burgemeester,

 

Lowie, het ben ik, ge weet wel, den ondergetekende. Om te zeggen dat uw schoon Leuven nog steeds niet blogt. Dat we bijna een jaar geleden werden uitgenodigd door uw communicatiedeskundige.
Dat we daar met drie bloggers rond de tafel zaten waarvan ééntje een would-be. De tweede was een technologisch wonder, een computer-nerd (met respect). De derde bestond bescheiden uit mezelf. Er waren ook drie doorletterde mensen van een digitale firma: Hendrikje, Pieter-Jos en Stella-Marie (C-cup). Het was gezellig, daar niks van, we dronken liters cola-light en lieten de krokantjes kraken. Het meisje S-M ging koketjes met de schalen rond, ze fluisterde ondeugende dingen als: neem er nog eentje, deze is van het huis, tast maar toe, hupsakee, bamba la bamba, doe de can-can enzo.

 

Meneerke Lowie, uw communicatiedeskundige vond dat niet leuk. Hij wou steeds ter zake komen, maar de nerd wou dat ook en de would be vroeg telkens het laatste woord. Dat was daar lachen geblazen. Ik kreeg mijn fabricatie niettemin kwijt bij die firmakwieten, ik projecteerde mijn prille weblog op hun professionele scherm, met de hulpstukken van ons Stellake-Marie. Ze ging daarvoor op haar verhoogje staan en wees met een stokje de stoutere passages aan. Ik zei vrij beleefd hoe het liever niét moest, verwees naar ‘Gent blogt’ (http://gent.blogt.be/) als mooiste voorbeeld van eenvoudige perfectie. Bracht
de naaste buren van het webbend Mechelen ter sprake, refereerde naar mijn heisa met
ex-topblogger PDW, verwees hen fijntjes naar DS on line.

Ik had Didi de Paris (http://didideparis.wordpress.com/) kunnen nomineren als lokale ankerman, om ons aan op te trekken (hangen), maar ik kende zijn weblokatie destijds niet. En daarmee is de plaatselijke cirkel meteen onafjes rond. Want indien Leuven zou geblogd hebben, dan had ik Didi wél gekend. En ook zoveel nobele anderen, ze zitten nog steeds geïsoleerd en eenzaam in te loggen, één vol jaar later. En we holden al achter de feiten aan in 2005, het embryonale opstartjaar.

 

Leuven is best gezellig, maar Leuven is niet hip, Leuven mist essentiële trends, het zijn uw eigen woorden, burgervader. Leuven vist dus achter het communale internet. Ondertussen gaan schabouwelijke studenten met onnozele dooporgieën hun folkloristische gangen. Het blijft hoopvol wachten op een generatie vernieuwende scholieren. En onze pedante linkse bureaucraten horen eerder bij het schroot, om te laten recycleren. Neen, ik wil milder zijn, met die geitenwollen afgestroopte sokken verdienen ze een plaatske bij de Leuvense stoof, met een pijpke toebak en een poster van Fidel Castro.

 

Lowie, ge zijt een grote kleine mijnheer, maar uw communicatiedeskundige speelt met uw en onze poten. Onlangs zag ik hem eens zitten op de trein, het was in eerste klas. Oké. Proletarisch ben ik op hem afgestapt. Hoe dat zat met Leuven blogt? Ik zag hem bangelijk verkrampen, daarna gespeelde herkenning hanteren. Dat ik mij geen zorgen moest maken, hij zat aan een fors budget te knagen. We zitten schoon op schema, mister (euh) Manco. Hallo nonkeltje Monkel?

 

Lowie, ik zal het u eens uitleggen. Ik kan dat Leuvense web op minder dan een kwartier opbloggen, gratis bovendien. Ik pak een formaat van Skynet en vul dat enkel in. Geef mij vervolgens een week of twee en ik lever u een tiental medewerkers, voor niks gaat onze blogzon op. Wilt ge een webmaster, awel dan vragen we den Didi de Paris. Hij woont niet in Parijs, maar naast de deur in Kessel-lo (dacht ik). Hij heeft ervaring zat (soms dronken, een detail), een vlotte pen en connecties op het wereldnet. Ik zit hier niet te lobbyen, ik geef maar iets simpels mee: hoe we eenvoudige dingen niet nodeloos ingewikkeld mogen maken, geen dure eden zweren en stadhuiswoorden utiliseren voor wat in een handomdraai kan opgetimmerd worden. Maar als uw communicatiedeskundige gewichtigheid verkiest, dan is dat zijn eigen keuze, ons spijtig lot. En ja, die academisch wereldvreemde man kijkt ernstig op mij neer. Het weze zo. Mijn winkel blogt zich voort.

 

hoogachtend ononderdanig,
Vancon Marlon.

00:34 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (16) | Tags: tobback, leuven, didi de paris |  Facebook |