18-08-07

borsten worden opgeborgen in het bos

Vanessa Hoefkens draagt ververste borsten. Het oude nieuws stond in Het Laatste Nieuws. Ik las de inboedels zonder beroering, het zijn mijn zaken niet. Wat als dat boezemzaakje hangen gaat? Mijn ge-dachten zakten naar haar navel, stopten plots, een kwestie van beschaving. Ik verveel me wel eens in-tellectueel, verbeeld me dat ik speel. Zoals de man van borstenmieke, Carl met de voetbalhoeven, euro-multi-miljonair, de prijs voor een depressie van Va-nessa. Vertelt ze zelf. Ik weet niet wat ik denken moet, het geeft me wel gevoelens. In extenso als ik de kolom annex aflees. Overstroming in Manilla. Met een foto. Vrouw waadt door het water, trekt een plank carré. Een man zit op haar schuit, twee zakken huisraad op de schoot. De ondertitel laat het water stijgen. Ik leg het indirect verband. Meloenen en mil-joenen, drijvend voedsel, opblaasbootjes, blonde stoten, comfortloezen, vrouwen in een sopje op het droge, moeders in de overgang van kant noch wal. Miserie troef en waarom leven zij en wij? Het ant-woord komt van dikke Debby, een debiele Pfaff. Ze pronkt onzinnig op een ongevraagde pagina. Ze gaat haar tieten bomvol laten schieten, kort verdriet zit in een tettentent, de B-cup is een opstap voor een maatje meer geluk. Wat kost het vlees aan volle pond, gezondheid is een hoopje geld. De domheid van de opstootpraat. Verhalen die ik gretig lees. 

Ik dweil de straten af en toets mijn theorieën aan de stadspraktijk. Ontwijk de rokken en de blikken, doe alsof ik blind ontloken ben. Man vertolkt een kind. Ik bots onzacht op haar. Zij demareert, maar ik char-geer. Ik neem een loopje met haar blik, twee bambi-ogen boven lenig lady zijn, een blonde hinde die een droom ontstijgt. Ik vraag verlegen naar haar tijdver-drijf, dat ik haar borsten alletwee herken, haar buik nog ruik. De reuk van jonge beuk, de grillen van een wilg, de plotse onwil en de grote treurnis. Ze woont nog in een bos, ze duldt geen wolven meer. Ze hoedt de schapen, voedt een lam, gaat slapen als de golven vredig liggen: de wolken die haar hoofd omringen. Ze rookt geen onraad meer, ze stookt gevaar in brand. Geen sores aan haar hart, geen part of deel van mij. Ze heeft gesproken, met een lach de nostalgie door-broken. En het sprookje weggesprokkeld. Brokje me-dedogen afgestapt. Ik kijk haar billen achterna, een spleet van spijt. De tijden zijn veranderd, maar het kleine lijden blijft. Het scheelt een reet verdriet, her-innering aan verhitte binnenkant. Een kreet, een dro-ge schreeuw, het bos schrikt op. De vlinders vogelen.
 

22:07 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) | Tags: lady, bambi, lam |  Facebook |