25-04-07

heden stort een mening neer, te pletter

Ik heb meermaals last van meningen. Die meningen baren mij zorgen. Waarom kan ik vandaag die krak-kemikkige Jeroen Brouwers in De Morgen niet nege-ren? Brouwers wordt geconfronteerd met zijn eer-tijds protest tegen minister Bert toen die weigerde om Koning Albert de Prijs der Nederlandse Letteren aan Gerard Reve te laten uitreiken. Wegens de vriend van Gerard een viespeuk of zoiets, het ver-haal is afgezaagd. Anciaux bestond het nog om Reve als auteur van De Nachten te verslijten. De Avonden zijn ondertussen ten alle tijde over Gerard neergedaald. Ook het gerecht heeft recht gespro-ken. Geen rechtvaardigheid is geschied. Het braak-sel uit de ouwelijke mond van Brouwers: “Ach, dat Reve-gedoe is alweer zes jaar geleden. Kijk, min-ister Anciaux heeft zich zeer lovend over mijn oeuvre uitgelaten. Anciaux is een belezen man. Ik zal hem hartelijk de hand schudden”... Mijn haar komt recht, slecht voor mijn hart. Brouwers is een mouwveger, een tribuneschrijver, een broekschijter (excusez-moi le mot). Koning Albert zal in zijn nop-jes zijn met Brouwers, blaffend hondje dat niet bijt, uit konings handje koekjes eet, een open doekje krijgt. En knikt en kwijlt. De Koning is een adorabel man, aimabel met de nitwits van het literaire land, het interesseert hem geen éne moer, noppes. Maar ik word hondsmoe van dit beschrijfgedoe. Waarom ben ik heden ongelukkig?

Omdat de wereld naar de kloten gaat. Dat zei Ber-nard Dewulf gisteren in Leuven. Tobback verschoot zienderogen en had zeven replieken tegelijkertijd in zijn wiek geschoten, in casu het culturele Stuk ge-bracht. Bernard is dichterman, zachtaardig, aftas-ter van de mensen en de dingen. Onze burgervader is een doener, een erudiete druktemaker. Hij citeer-de vanuit de middeleeuwen tot op heden, pletwals-te over dertig man publiek, de vrouwen waren in de meerderheid qua boezems. Ach, daar zat ik met mijn éne vrouw en al mijn vragen, met open ogen en gesloten mond te staren naar de modererende Annelies, kind van een bekende keten op TV. Ik had een mening, heb ze ingeslokken. Als de helden spreken, triomferen, daarna bescheiden zwijgen, dan moet ik mij verwijderen. Nochtans de zotte kermis aan de statie zat mij dwars. Het majesta-telijke treinenplein was al een etmaal ingenomen door een smurrie van studenten, helse speeltuin voor bejaarde pubers, dronken koppen, botsautokes met kinderkraam voor meerderjarigen. De aanleiding was mij en stillere aanwezigen een raadsel, wie vraagt de mening van een meerderheid die zwijgt?

Zeg uw gedacht, roept Thomas alle infantielen toe. De Soete doet het vast en goed op StuBru. Voor een alternatief publiek, de vroegere doelgroep van radio Donna en familie. Gisteren hield hij een scato-logische conferentie: zeg me uw gedachten over kakgedrag, hilarisch vettig uitgelegd. Het huppel-kutje dat hem assisteerde kreeg de volle lading shit, de presentator plooide in een deuk. Wat zijn we leuk. We kunnen keinijg Eddy Wally bellen, dat probeerde Peter ‘vlotjes’ Van De Veire. Wally was bezet, had Deksels en Oom Nelis aan de lijn. De slappe brei, gelei van makkelijk gelijk. Wie doet ons wat, wij zijn de mannen van de explosieve mijnen. In een kooi ten toon gespreid op het theaterplein van Leuven. Tot grote eer en glorie van de luister-cijfers. Ik slik mijn mening in, ik ben een éénling. Ik zou geduldig en veelvuldig willen zijn, bevlogen als een dichter. Zoals Louis Tobback dat zei, hij keek bedeesd en eerlijk naar Dewulf. Duette van zuivere zielen. Zonder zonde in het onrecht, zonderling in niets. Hoe grote mensen kinderlijk en kwetsbaar kunnen zijn. Een bange duif schrikt op, ik zie ze vliegen. Op de vlucht, de lucht hangt laag, bedrukt. De vragen strijken neer bij vlagen. Het antwoord schrijft zich verder. Stort zich soms te pletter in ravages en blamage
.

16:59 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (3) | Tags: bernard dewulf, keizer louis, koning albert |  Facebook |