25-01-07

ter kameren gaan

Ik dacht mijn mal (model, vorm) gevonden te hebben, maar het werd een hol vat vol mismaaksel en manke ontkenning. Bij wijze van eigen blogblamage plaats ik éénmalig een meesterbrokwerk uit de malle zerk van vergeten kerkhofgoden: Leuvenaar Jos de Haes was een ongenadige dichter opgesomberd met het cachet van de mestige jaren zestig. Alle artiesten droegen toen een monsterlijke hoornbril met loodmonturage, een zwartgekrapt kostuum over vetvuilwit hemd en onderknoopte das. Zij rookten grasblauwe Gauloises ongefilterd en dronken bier uit zwengelemmers. Niet de Haes, hij was liever op zichzelf, een éénzaat. Hij zat in het donker te kopspelonken, zo klonk dat bv:

 

Een kus in Ter Kameren

 

Zeg in de splinterende lucht

een wurgzwam heeft haar olm,

oranje eendepoot loop vast

in het bevriezend water,
ik weet niet wat ik

 

Het licht nochtans op schaliën,
abt of abdis dek toe
de daken van Ter Kameren,
nijp alles rond gebroken bot,
hoewel al kon ik

 

En weer ’t gelobde waterhoen
dat stapt met een gekraakte poot
- alle onthalsden en verstikte pories,
in de naam van alle Heren,
stronken u zou ik

Maar lief, de rand vandaag,
koorts aan de dunne wondrand,
zwart en nat aan de rand,
heilige pest der geschiedenis,
naar mijn begrip, ik,

 

Bewegend lipvlees tegen been,
aan alle kanten duwt het,
jouw koude speeksel zuig ik,
als het gaat gisten zal ik,
het kan niet dat ik

00:07 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (3) | Tags: jos de haes |  Facebook |