15-03-07

met warmte: wham bam, thank you ma'am

Ze is vuur en vlam voor mij misschien. Een warme tante, vat vol vrouw en vonken. Ze fladdert met haar gat rond, mondig mooi een uurlang praat-theater, opgetooid met salvo’s lachsecondes. Laaiend giert ze om het leven, probeert ze liefdes met verdriet te wissen, weent ze stil lawaai haar huis uit, weg ermee. Ze schatert na de flaters, van de mannen die hun handen kwamen warmen, maar verbrande vingers kregen. Ze laat ze onverlegen liggen, slapper  opstaan, smeken. Herbeginnen en hervallen.

Wat ze doorbepalend nog is: voortgeplante Olense, lente uit de kempenschoot. Een wandelmadeliefma-dam. Een amazone met verhoogd gerief. Ze heeft zich zwierig doorgedanst tot volbloed Brabantse. Ze verloor en vond haar suikerwegen in het Hage-land. Daar stopt ze plots. Ze prakkizeert en draait haar schone krollenkop. Ze vraagt me iets: of ik haar lelijk vind. Wablief?

 

Dit is een mokerslagenvraag. Ik poker mijn gezicht en pieker niet: gij zijt begot een moordwijf. Dit is een zweepslag van een antwoord. Waar blijf ik met mijn woordverhaal, het kan verkeren en mankeren. Toegegeven, dit is dik d’ erover, te brutaal klink ik. Maar wat bezielt haar billenwinkel, ze stagneert. Haar vlaag van zelfbevraging is een kering rond mijn pot. Haar ondertekst een vleesgeworden vrees.

 

Olga loopt de vaagte in, vergist zich even, is ver-mist. Ik zeg maar niks meer, inhaleer wat adem-stilte. Schrijf en veeg mijn tekens in de lucht, de vruchteloze klaarte (denk ik helder). Zij herpakt zich, breekt het clair-obscur. Herkent symbolen, leest iconen van gezondheid af, herstelt zich van impasse. Mooi zoals zij kantelt, op kompaskoers raakt. Haar roes ontwaakt. De wolk ontstaat, de lijfgeworden gratie, de genade die haar leden lekker maakt. Haar volle maten opgenaaid. Ik herhaal haar eigen taal. Vind het script weer uit, wat eerst ge-schreven stond.

 

Olga gaat haar weg, het pad dat wegen kruist van kapers, jonge jagers (the heart is a lonely hunter). Olga loopt niet mee als eega. Eerder malse macha, niemands makke gade.
Olga is de luister in het duister, fluistert lichtjes in het donker. Een verzuchting, inzacht baken. Wie-gend bekken, deining door de weke bodem. Olga schudt het kussen, trekt het laken op. Het doek valt vlug.
Komt zij nog terug naar op of is het spelend af???

21:26 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (1) | Tags: hageland, helga, olen, olga |  Facebook |

10-03-07

de dood is in de mode: allerlaatste trend

In de marloneske werkelijkheid wordt alles mogelijk. Een meisje komt uit een mobiele telefoon gevallen, sureëel de dans ontsprongen van de domme dood. De zelfmoord van een ander. Dat vertelt ze mij, zo zacht dat ik een traan hoor vallen. Van een hart dat kabbelt. Het verhaal dat wankelend in het water springt. Ze valt te pletter, hersenmensen zwemmen verder.

 

Lang betracht zijn haar gedichten, bange kabels ondergronds die boven aarde kraken, opgetrokken worden. Uit de diepte en het donker. Zij spreekt de woorden door een stroom van lege gaten. Breekt door storm in holle vaten. Vader, moeder, waarom leven wij: geven wij om liefde, om een antwoord, om een vragend teken aan het einde van de zin. Verzin ons witbrood, goden van het ongeloof. Of van het voortbestaan desnoods. Bid ons hier door-heen, verdorie. Geef een hemels teken, wijs de
weg uit een danteske, deze hel.

 

Haar gedichten liggen door te weken. In een lade die ze leeg geschreven heeft. Haar naam is Helga, zonder weerga. Denk ik zomaar, waarom weerloos, fata amorgana. Ogen zwart, een stap onzwaar, haar waarheid gilt. De blankheid uitgedicht, de zorgen omgespit. Een vriend stapt naast haar op, verlaat haar plots. Dan spat iemand open. Harts-vriendin ontsnapt zich uit het leven. Wie hield wie nog tegen, wie bleef op de been: geeneen, ten langen leste. Van lieverlede niet meer lachen.

 

Traag leest hij gedachten door, denkt zich op de wegen naar het zuiden, zoals eerder. Het is morgen vorig jaar een eeuw geleden. Wat was haar laatste schreeuw, heeft zij een kreet gebeden, om de hete pijn gekrijst, de smart in vlammen uitgesmakt, haar waanzin aangeblust, haar huis ontbrand, heeft zij gelegen en geleden in de laatste kramp, zoals zij gans haar leven deed: verloren vamp, vergeten vraagteken. Het ritueel postuum haar deel, de wit-te asse té verstrooid verstrooid. Een opspel van een windstoot. Zij rilt en rolt nog door de dwarre-ling omhoog, in kringen weggestoten, opwaarts als een schim. Een lichtsliert die zich helder lezen liet: de dood is in de mode, allerlaatste trend, bemin mij en mijn laatste zin, gij opgeblonde sterveling.

 

Een nieuw kind is geboren, ochtendgloren, avond-koren op Vivaldi. Arcade Fire, Neon Bible. De goden van het ongezond verstand, een opera met rock’ n roll. Have fun, een handvol lol. Ik ga gelaten sla-pen. Zij zegt nog twee gedichten op, verplichte kost, verlicht verdriet. Wat ik niet mis, dat raakt me niet. Niet meer. Morgen komt de liefde weer, het vers verdriet. Wie weet dat liever niet mis-schien, of lees hier: wees afwezig, wie niet weg is, is gezien. De vorm is vaster dan de zinnen. Kort word ik van stof. Stil sta ik ergens niemand in de weg, formuleer ik verder. Leven om de leegte te stileren. Opgedicht aanwezig. Maar geen oplichter.

20:24 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (5) | Tags: helga, marlonesk, dantesk |  Facebook |