27-02-07

de evangelies volgens kip en haan

 

Het is bijna volle maan, zegt Kip. Ja, knikt Haan, hij leest een boek: Wijsheden uit India, inclusief voor Dieren. Wat is inclusief, vraagt Haan. Kip denkt na en kakelt: dat wij dieren ook een lichaam hebben, zoals de televisiemensen van hiernaast. Haan krabt zich in zijn kam en kraait: in ons wonen wonder-schone geesten. Dan belachen Kip en Haan zich, pikken nog een graantje mee. Kip leest op de achterflap van Haan zijn boek dat vrijheid niet gelijk staat aan een vrijgeleide (krijgen), zij peinst erover na. Dan wekt zij Haan die was ingeslapen op pagina acht. Uw vrijheid is louter een geestes-houding, tokkelt zij tegen zijn hanenoor, mét een lel. Daar heeft Haan nog niet van terug, geen los-bandigheid overweegt hij ontevreden. Hij zet zijn bril weer op en leest verblind door woordsanskriet. Kom dat zien, Kip, de wereld op zijn kop geschre-ven, zo geleerd. Ja, smaalt Kip, stom kieken dat ge zijt, haantje-achterlijk-de-voorste, ge houdt uw bijbel ondersteboven. Beschaamd schraapt haan zijn adamsappel en repliceert: weet dat zuiver leven authentieke kunst is. Scharrelkippen en geen frigovoedsel, legt Haan de link. Wat met mijn ani-male libido, mijn aimabele haantjesattitude, mijn kiek-appeal, verzucht hij en verzinkt met andere (zijn eigen) woorden in een simpele zelfbevraging. Kip bekt hem af, verstokt zich naar het ophokrek, verzet twee opstappoten. Mokt pro forma verder.

 

Daarna is het tijd voor avondslokjes. Kip brengt kom en kannetje, Haan slobbert van het lauwe water. Dat verfrist zijn kop. Toch begrijpt hij niet waarom oneindigheid van de ziel elke ethiek ver-heiligt. Kip propt de waarheid op, legt een ei als metafoor. Breek deze schaal, Haan, en het erf-zondig kuiken zal ons bekruipen. Zij geniet ge-wichtig van haar onderteksten. We kunnen geen eieren bakken zonder barsten in de verpakking, verklaart zij. Haan schudt zijn schriele hoofd, hij raakt niet verder dan het heden, hier en nu. Dan ben je er, troost Kip, in alle eeuwigheid. Vertrouw op jouw jezelf, Haan. Zij schenkt hem water bij, kronkelt rond en pronkt. Toont haar kale kippen-kont. Haan is weer ingedut, Kip kan het schudden voor vanavond. Ze krabt zich onder de pluimen en voelt daar extase, zuiver en volmaakt, ze sluit de luiken. De ziel is in ieder van ons, pinkt zij in de spiegel. Zij ziet er jonger uit dan Haan wel denkt. Haan slaapt op zijn stok, zich niet bewust dat hij zijn geest vertolkt. Een slokop is het, mijn onweer-staanbaar beest, hijgt Kip nog na, dan zwijgt ze. Ze beklimt het rek van Dierennet, schrijft de dag met kiekenogen voort. Op haar kippenblog. Daar is plaats voor idealen, naast gekras van hanenpoten.

 

21:09 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (2) | Tags: kip, haan, evangelie |  Facebook |