21-04-07

op mijn sloffen door de stad geslenterd

Voor de kraam van hotdogs, hamburgers, escar-gots, pensen, braad- en curryworsten staat een ranke nimf te zingen. René Vannerum van de ge-lijknamige kraam, dranken eveneens verkrijgbaar, kijkt geamuseeerd en vettig toe. Zijn pannen pruttelen op het vuur. Dat zal zijn marchandise geen slecht doen, seks verkoopt niet slechter denkt hij. Ik sta esthetisch te genieten. Ik hoor Ricky Lee Jones, Joni Mitchell, Melissa Allen, of vergis ik mij, dat kan. Ik vraag haar aan wie zij de songs ontleent. Zij bekijkt me verschrikt alsof ik een kikker ben met een spraakgebrek. René legt zijn hangpens op de toog, kwaakt dat ik haar niet moet ambeteren. Hij wil geen ambras voor zijn commerce. Annemieke, zo heet ze, zegt dat ze de liedjes na-zingt van een cassette, gekregen van haar mama. Mama speelt soms mee, niet vandaag, ze verblijft tot begin mei in Marseille bij Minette, haar nieuwe minnares. Terwijl doet Annemie (20) de markten. Ze verdient wat drinkgeld en mijn aandacht, de staan-plaats is gratis. Baas Vannerum maant haar aan om verder te kwelen, minder smurrie kind. Weg loebas.

Ik deponeer wat grabbeleuro’s in haar bakje, zij be-dankt hartverscheurend stil met Victoria Williams: World without Tears (live). Ik vind niks uit, luister na op YouTube.
Mijn slenterweg leidt naar het stadhuis, Tobback poseert op de pui met twaalf Japanners. Hij steekt er kop en nek boven uit. De Japanners zijn niet bang. De politie houdt een oogje in het zwerk, geen werk als de patron zelf de paljas uithangt. Grapje Louis, ik weet dat gij meeleest. Leuven blogt zich solo suf.

 

Moment voor Illy-koffie (primeur van blogreclame) op het terras van de Foyer, café voor Mietjes en Marjetten. Ik konkelfoes wat met de moeder van Bruno. Zij vraagt naar Elletje, zegt dat mijn flanken ongedekt zijn. Ik stel haar gerust, ontkracht een roddel en vertel wat achterklap. Dat lucht ons lekker op. Zij lacht zich af, begaat daarna een klaagzang over van haar man. Goed dat zij Bruno nog heeft, troost ik. Haar antwoord plaats ik niet, dat geeft geen pas.

Met korte beentjes komt er iemand driftig aange-stapt. Precies geen Japanner, pertang van klein postuur, maar een streepjesmond, geen spleten in het oog.

 

Tijd om een eindje om te lopen, ik zet een holletje op een vaartje in. Aan het stalletje van zotte Vic-tor senior hou ik halt. Victor junior zit dik zat achter de platenbak. Voor zeven euro koop ik Ontmaskerd! Geleende Vastenavond Meziek 1946-1964. Tweeën-twintig nummerkes carnavalplezier. Bij thuiskomst ter mansarde zet ik er meteen de beuk in. Hoedje op, toeteren maar. Elletje bellen. Tot aan de de aha-erlebnis, op het ouwelijke hoesje lees ik na liedje 22 (‘De saxofoon van Ome Toon’ door Sjakie Schram): “Van ‘Annemieke’ is geen geluidsopname gevonden”. Ik wankel, de mansarde kantelt. Elletje vertellen.

22:22 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (1) | Tags: annemieke, elletje, lowieke |  Facebook |