24-10-06

pastiche of persiflage

persiflageMorgen komen onze Spaanse vrienden Juan, Estefania en Juan Jimenez. Van de eerste Juan kan ik onmogelijk de familienaam onthouden, het heeft geen belang, ik noem hem vaak senor en dat is wederzijds. Estefania is zijn weelderige vriendin, een ‘da Lorca’ uit de buurt van Barcelona, ze zingt hemels en onze nachten in het dorre Cortez Luca zijn ondertussen legendarisch. Juan Jimenez is de klassieke gitarist, hij speelt met de ogen dicht de hispanica blues uit de bergen van Castoncella. Maar je kan hem ook alle nummers van Dylan uit de sixites vragen, hij copieert Hank Williams na zeven glazen Raccas-wijn (die kopen we in de Spaanse winkel in de Tessenstraat, bij Fredo, de zachte brombeer met zijn lakse melancholie uit het diepe zuiden, de streek van de bluesetto flamenco). Lore is reeds in de weer met kruiden en exotische groenten, ik zoek de platen uit, waarom moet het deze keer per se Tex-Mex zijn? Alles op het gevoel, op het prikkelende ritme van het geknaag in mijn darmen. Ik slik Dalmex, handenvol, en de rode pillen van Agfor, een overdosis hiervan kan geen kwaad. (De pijn is er altijd, maar de woede is gaan liggen, ik aanvaard mijn machteloosheid, installeer me in mijn autonome wereld, de kleine vrede-rel).


Later vanavond profiteren we nog van de nerveuze rust met een nachtfilm van Jimmy Tendors, uit zijn prille periode, toen hij nog vrij droog en sober regisseerde. Het betreft “Lost in the moonlight, a nightmare”, met Trevor Willis en Leah-Sarah Bronski. Bijrollen zijn voor Amar Bravitch en Nam Petraly, beide van Oost-europese origine, luister naar die accenten. De fotografie is van de schromelijk miskende Lindsy Mc Carter, haar zwart-wit palet overtreft elke mix van kleuren. Lore valt op de sfeer van Tendors, het mythische, haast feeërieke, ik geniet van de dialogen… die onbestaande zijn. Zo is het leven goed, we kijken en we zwijgen. Luisteren naar muziek spreekt vanzelf voor zich, in de film is deze van Pablo Moderor, een verre nazaat van Isaac Moderor-Pavlev.

 

Terwijl ik deze regels tik (in tijdsnood, moet naar dichterskring voor lezing), kijk ik onder-tussen vaag naar het geluidloze tv-journaal. Een dame met bezorgde blik verslaat een oorlog ergens. Wat kan het me raken, ik ben in mijn eigen kleine oorlog gestrand, op voorhand verloren wegens overgave. Oorlog is als een film, geënsceneerd. Ik neem de nasale klanken van Johny Traffic mee in mijn rugzakje door de kille stad. Traffic is een oudgediende van Traffic Jam, deed interims bij The Tunderfidss en Leparello Jack. Ik heb iets met Kerouac als ik door de straten loop, rusteloos onderweg. En “ne me tardez pas”, Renaud.


Lore heeft mijn duffelcoat klaargelegd en een pakje noodboterhammen voor als ik blijf overnachten bij de dichters. Ik weet dat we gaan drinken, het mag niet, maar ik doe het toch. Als ik morgen een kater heb, zal Juan mij zijn heilig water bereiden. Een mélange van rexa-kruiden met kalaver-ingrediënt (basic), Estefania zal me de slapen betten en Juan, de andere, zingt dan (fluisterend, parlando) uit het liedboek van Octavio Pezora. De volgende nacht zetten we in met droge whisky, daarom de Tex-Mex, dat mengt prettig verder met de okergele wijn. De vrienden zijn vreemde vogels, wild en exotisch. De drank lengt zich aan tot een cocktail van het onmogelijke en toch haalbare. Daarover de pek-droesem van muziek, vrolijk gekletter. Estefania gaat vast weer strippen. En dan lonkt ze langs mij, Lore is het gewend, klapt op het ritme van de hitsigheid. De Juan’s praten Catalaans als ze zat zijn. Ik verzwijg mezelf, lal in stilte.

 

22:00 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (18) | Tags: dylan, flamenco, strippen |  Facebook |