14-11-06

dood aanwezig

afwezigDat mens ligt daar compleet dood, was mijn eerste gedachte. Een hoopje afgetrokken perkament, een wit-kartonnen gelaat, een mond die wijd openhing, verstarring alom. Niets bewoog nog aan dat wezen, afgewend op haar rechterzij als een gekantelde mummie, ogen afwezig gesloten, geen trilling meer, zelfs geen ademhaling.

Een lichaam kon niet beter gebalsemd zijn dan deze vrouw, want het was wel degelijk een vrouw. Ze lag naast mijn zieke schoon-moeder op de afdeling geriatrie.

 

Schoonmoeder stelde het wel, fris tussen de lakens, ze komt 
weldra naar huis. Dat vertelde ze ons monter, ze had er goeie
moed op. Haar jongere kamergenote gaapte ons wezenloos aan, alsof haar mond kon staren vanuit het diepste dal. Een krater van verschrikking, voor ons, de zogezegd jonge gezonden. Da’s ochgottekes een sukkel, zei onze bezorgde moeder, die ligt daar langzaam dood te gaan. Leeft dat mens dan nog, dacht ik oneerbiedig.

 

Plots beroering in de kamer, een wervelwind van halverwege dertig, bijna honderd kilo, stapt al taterend binnen, begroet mijn vrouw uitbundig, geeft mijn schoonmama een zoen en kust ook de versteven en vergeelde patiënte. Zij is de jongste dochter, de enige van de kinderen die nog naar moeder komt. Zij praat een tijdje liefdevol met het teder opgelichte lichaam, pakt haar bij de uitgeteerde handen, streelt haar schaarse haren, een sacraal moment van menselijke warmte. En dan geschiedt het kleine wonder, ik heb het zien gebeuren, het was een onverwacht mirakel: de bevroren zombie, ooit een volkse dame, opent twee seconden de afgestorven holle ogen. Ziet ge het wel, roept de enthousiaste dochter, zij kent mij nog, zij hoort ons goed , zij heeft gezien wie hier in deze kamer zat. Betrapt, zo voel ik mij. Dat mens verdient respect en het oneindig recht op leven. Meteen slaapt zij weer versluierd in.

 

De dochter ratelt vrolijk verder, dat zij haar moeder terug naar huis wil halen, liever nog vandaag dan morgen. Alhoewel, de doktoren hadden gisteren eens voorzichtig gepolst of het veel zin had om door te gaan met de baxter-voeding. Godverdomme, had de dochter verontwaardigd gereageerd, ons moeder haar hart klopt alsmaar voort, ik wil dat zij blijft leven en ik zal voor haar zorgen. Tot haar laatste harteklop begot, zegt zij tegen ons met het schoonste sentiment. Wij knikken ingetogen, wij zijn beduusd en stil. Dit is een simpel meiske, maar zij tikt zwaar aan, haar vele kilo’s torsen een onmetelijke dosis intelligentie, edel en emotioneel van aard. Hoeveel slimmer is zij dan de wetenschap? Ik aarzel en ik pas, ik weet het helemaal niet meer. Mijn sympathie gaat naar de mens.

 

 

19:27 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (7) | Tags: dood, geriatrie, wetenschap |  Facebook |