15-04-07

in de naam van vader, amen zegt mijn adem

Ter ere van jonkvrouw Els Van Eeckhaut, dochter van haar vader dacht ik

 

Beste Els, ik was deze week van mijn melk gekookt, in mijn volle wiek geschoten, op mijn hart en piet getrapt. Ik heb je koele kelk geledigd, ben zeven-maal ter vroege kerk geweest en heb gebed ge-pleegd. Zelfs tranen weggeveegd. Bij dode diva Ida Gerhardt nagelezen: zeven malen om de aarde te gaan, als het zou moeten op handen en voeten, om die éne te ontmoeten… In toegevoegde mate volgde Judith Herzberg na, dichterlijk judaïsch: lieg alsjeblief niet tegen me, niet over iets groots, niet over iets anders, liever hoor ik het vernietigendste dan dat je liegt, want dat is nog vernietigender. Dag Els, versta je dat gebroken woorden mensen kraken, ach.

 

Ik zat apathisch thuis, in opgelegde therapie, met schijfjes jazz-muziek van lady Amy Winehouse, permanent lamlendig, landerig, doorzopen en ba-lorig, larmoyant. Raak- en afsnijvlakken van karak-ters, blokijs op de kop, een open wonde in de hand, een mes doorkerft de tekst. Onprettig vettig uit de buik geschetst, de weke plekken van de onderhuid. Winehouse overleeft dit niet, zij zingt zich verder, dieper in ellende. Rot op vader, jankt ze, ik heb je ballen niet. Klaagzang van een dronken tiener, bijna dertig jaar. We komen altijd later thuis, de ochtend heeft een kater.

 

Els, jij acteerde als de Rosa Luxemburg der blogs, zo dacht ik bij benadering. Vergissing tegen onze menselijkheid. Ik haalde ergens nergens adem meer, waarom: wat heb ik aan je roos blazoen misdaan? Wie heeft de oorlogswereld losgeketend, dit rond-borstige bedrog? Blog in, blog uit, opgetaterd van flapuit, theaterspel, de klokken van het rode pasen hebben niet geluid. Gehuild bij mij. Geen tirlantijnen, zelfs geen schijntirade. Gewoon het einde, zwanen-zang. Van jou voor mij.

 

Ik vroeg je mening zomaar, Els, een vrank gedacht. Geen aandacht, meesteres, nog meisje tevens, de-ze fase mag stilaan voorbijgaan. Jij vertikte het, je mokte om een visie op mijn vaste prik, een klok die verder tikte. In hoeverre ben ik banaal en triviaal, ik stel het vragend vast. Zoiets als plebejer eerste klas, de onmacht van mijn proletarisch domschap. Je had me afgeblokt, dat had je. In de laffe schan-de. Verlinkt, verminkt. Geen levensteken meer. Een hauw, een knauw, verzwegen en verbeten. Er was iets in jou dat niet was afgerond, geen mondvol af-gelikt. Geflikt werd ik.

 

Ook Tonton Didi, mijn derde anker links, is opge-stapt uit de familie, opgelost, verdwenen, wegge-lopen om te wenen. Wie weet heden wàt nog, liefste assertieve tante? Hallo Els, dat was jouw elegante faam, je aanzien en je naam, door ons aan jou geschonken. In bewondering schoon en trouw. Alles rijmt op rouw en rauw. Ik help je onderzoeken desondanks, in verse zondvloed, van Parijs tot Leu-ven, over Gent naar Londen, elke leugen op het zwalpend pad dat Nonkeltje verslond. Is hij verlost verloren?
Ik ben troosteloos, voorgoed doorgrond, geboren als onnozelaar. Volwassen in de zonde grootge-bracht. Nochtans aarzelend, de pas van een kar-kas, voor niemand nog houvast. In niets doortas-tend, per seconde ongezonder. Afgetakeld en ge-tekend. Wat misdeed ik, zeg eens maske advocaat?

14:40 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (4) | Tags: els van eeckhaut, didi de paris |  Facebook |

23-11-06

beste burgervader

leuvenGeachte burgemeester,

 

Lowie, het ben ik, ge weet wel, den ondergetekende. Om te zeggen dat uw schoon Leuven nog steeds niet blogt. Dat we bijna een jaar geleden werden uitgenodigd door uw communicatiedeskundige.
Dat we daar met drie bloggers rond de tafel zaten waarvan ééntje een would-be. De tweede was een technologisch wonder, een computer-nerd (met respect). De derde bestond bescheiden uit mezelf. Er waren ook drie doorletterde mensen van een digitale firma: Hendrikje, Pieter-Jos en Stella-Marie (C-cup). Het was gezellig, daar niks van, we dronken liters cola-light en lieten de krokantjes kraken. Het meisje S-M ging koketjes met de schalen rond, ze fluisterde ondeugende dingen als: neem er nog eentje, deze is van het huis, tast maar toe, hupsakee, bamba la bamba, doe de can-can enzo.

 

Meneerke Lowie, uw communicatiedeskundige vond dat niet leuk. Hij wou steeds ter zake komen, maar de nerd wou dat ook en de would be vroeg telkens het laatste woord. Dat was daar lachen geblazen. Ik kreeg mijn fabricatie niettemin kwijt bij die firmakwieten, ik projecteerde mijn prille weblog op hun professionele scherm, met de hulpstukken van ons Stellake-Marie. Ze ging daarvoor op haar verhoogje staan en wees met een stokje de stoutere passages aan. Ik zei vrij beleefd hoe het liever niét moest, verwees naar ‘Gent blogt’ (http://gent.blogt.be/) als mooiste voorbeeld van eenvoudige perfectie. Bracht
de naaste buren van het webbend Mechelen ter sprake, refereerde naar mijn heisa met
ex-topblogger PDW, verwees hen fijntjes naar DS on line.

Ik had Didi de Paris (http://didideparis.wordpress.com/) kunnen nomineren als lokale ankerman, om ons aan op te trekken (hangen), maar ik kende zijn weblokatie destijds niet. En daarmee is de plaatselijke cirkel meteen onafjes rond. Want indien Leuven zou geblogd hebben, dan had ik Didi wél gekend. En ook zoveel nobele anderen, ze zitten nog steeds geïsoleerd en eenzaam in te loggen, één vol jaar later. En we holden al achter de feiten aan in 2005, het embryonale opstartjaar.

 

Leuven is best gezellig, maar Leuven is niet hip, Leuven mist essentiële trends, het zijn uw eigen woorden, burgervader. Leuven vist dus achter het communale internet. Ondertussen gaan schabouwelijke studenten met onnozele dooporgieën hun folkloristische gangen. Het blijft hoopvol wachten op een generatie vernieuwende scholieren. En onze pedante linkse bureaucraten horen eerder bij het schroot, om te laten recycleren. Neen, ik wil milder zijn, met die geitenwollen afgestroopte sokken verdienen ze een plaatske bij de Leuvense stoof, met een pijpke toebak en een poster van Fidel Castro.

 

Lowie, ge zijt een grote kleine mijnheer, maar uw communicatiedeskundige speelt met uw en onze poten. Onlangs zag ik hem eens zitten op de trein, het was in eerste klas. Oké. Proletarisch ben ik op hem afgestapt. Hoe dat zat met Leuven blogt? Ik zag hem bangelijk verkrampen, daarna gespeelde herkenning hanteren. Dat ik mij geen zorgen moest maken, hij zat aan een fors budget te knagen. We zitten schoon op schema, mister (euh) Manco. Hallo nonkeltje Monkel?

 

Lowie, ik zal het u eens uitleggen. Ik kan dat Leuvense web op minder dan een kwartier opbloggen, gratis bovendien. Ik pak een formaat van Skynet en vul dat enkel in. Geef mij vervolgens een week of twee en ik lever u een tiental medewerkers, voor niks gaat onze blogzon op. Wilt ge een webmaster, awel dan vragen we den Didi de Paris. Hij woont niet in Parijs, maar naast de deur in Kessel-lo (dacht ik). Hij heeft ervaring zat (soms dronken, een detail), een vlotte pen en connecties op het wereldnet. Ik zit hier niet te lobbyen, ik geef maar iets simpels mee: hoe we eenvoudige dingen niet nodeloos ingewikkeld mogen maken, geen dure eden zweren en stadhuiswoorden utiliseren voor wat in een handomdraai kan opgetimmerd worden. Maar als uw communicatiedeskundige gewichtigheid verkiest, dan is dat zijn eigen keuze, ons spijtig lot. En ja, die academisch wereldvreemde man kijkt ernstig op mij neer. Het weze zo. Mijn winkel blogt zich voort.

 

hoogachtend ononderdanig,
Vancon Marlon.

00:34 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (16) | Tags: tobback, leuven, didi de paris |  Facebook |