30-10-06

just a gigolo

gigoloOf ik soms een gigolo ben? De vraag wordt me onverhoeds in het Frans gesteld door een giechelend pubermeisje. Ze moet zowat achttien zijn, maar weet duidelijk meer dan hetgeen goed is voor haar leeftijd. Ik ben geen moraalridder, ook geen witte ridder, dus schrik ik behoorlijk. Ze barst in een schaterend lachen uit, dit raakt meer aan lichte waanzin. Ik stel nu pas vast dat ze vergezeld wordt door een ietwat oudere jongen, duidelijk een Noordafrikaan. Hij komt heel dicht tegen me aan staan en vraagt venijnig sissend of ik wel zeker weet dat ik geen gigolo ben. Verdekke, wat is hier aan de hand? Ik ontken in alle talen en op alle toonaarden, maar voel ook een nerveuze spanning opkomen. Ze staan allebei dicht tegen me aangeplakt. Het meisje, duidelijk een Belgische, rukt plagerig aan mijn halskettinkje. Ze merkt opeens de christuskop en vraagt of dat mijn talisman is. Ik wriemel me zachtjes los, ben bang dat ze het nepjuweel stuk gaat trekken. Die christuskop kostte me amper tien euro op de rommelmarkt, maar het is wel een uniek exemplaar. Djeezes, hoe raak ik uit deze benarde situatie? Ik merk dat de ogen van de jonge kerel troebel staan, hij heeft onverzorgde tanden en zijn haar is lachwekkend opgeschoren.
Het meisje is lichtjes dronken, eigenlijk is ze eerder treiterig dan echt gevaarlijk. Maar die maghrebijnse pipo vraagt me plots om geld, twintig euro, da’s toch peanuts voor een gigolo. Zij probeert zich tegen me aan te schurken, ik schuif opzij, maar onze Mohammed zet me klem. Hij loenst vals, lacht brutaal. Dan trekt hij mijn zonnebril uit mijn vestzakje. Verdorie, mijn pronkstuk, een retro-model uit de seventies, voor een habbekrats ergens tweedehands gekocht. Ik word langzaam kwaad, maar weet dat ik me eerder moet be-heersen. Voorbijgangers wandelen achteloos langs ons heen, dit is mijn eigen probleem.
Ik vraag mijn bril terug, zeg dat hij mij niet toebehoort, dat ik hem van mijn zoon ontleend heb. Het meisje verstart even, denkt wankel na en zegt dat ik mijn bril mag houden als ik met hen iets wil gaan drinken. Ik knik en Momo geeft me mijn collectors item weer. Ik volg hen aarzelend, het meisje pakt mijn arm. Ik zie op de stationsklok dat mijn trein over twee minuten vetrekt. Ik ruk me onzacht los en zet een sprintje in naar de roltrap, honderd meter verder. De grijze dagjesmensen, allen argeloze pendelaars, bekijken mij verbaasd, wijken op het allerlaatste moment. Ik pak drie treden tegelijk en wring me voorbij de reizigers. Bijna boven werp ik een blik achterom. Een briesende Mohammed komt me achternagesneld, ik zie die bruine puistenkop met zijn uitpuilende kikkerogen dichterbij komen. Mijn trein staat klaar op het perron, ik jump naar binnen en voel tegelijkertijd een hand in mijn kraag. In een reflex graai ik een paar losse euro’s uit mijn jaszak en smijt ze naar buiten. Dat is mijn redding. Momo lost zijn greep en grabbelt naar de muntjes. De deuren van de trein gaan dicht. Ik zie hem nog verdwaasd naar mij staren en zijn mid-denvinger gaat dreigend in de hoogte. Ik doe niks terug, wat een sukkelaar, denk ik.
Het bibberen kwam pas later, maar niet zo erg dat ik aan het bidden sloeg. Die Christus rond mijn nek is ijdele franje. Ik vertik het om hem te vragen hoeveel onze schuld bedraagt aan het schorremorrie. Mischien heeft één of andere Allah het antwoord op deze vraag. Verschoning voor mijn goddeloosheid.

 

21:34 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (16) | Tags: gigolo, christus, allah |  Facebook |