12-06-07

sprookje van de wals met verse walm

Duifje van twee huizen verder zegt dat we weer zijn thuisgekomen. Ze is duur en dom, goedgelovig en gelukkig, niet blond. Haar bijslaper is een geslo-ten man, Westvlaming van geboorte, nors geaard. De buurt is multicultureel, daar heeft hij moeite mee. Niemand verstaat zijn taal. Ik richt me mees-tal tot zijn tolk, zijn pronkmadam. Zo vernam ik dat haar Juul in mest gehandeld heeft, stinktransporten naar de Walen. Er was sprake van een gat in Afri-ka, zijn zoon vult daar nu de aarde met wat rotte overschot. Als Chantal vertelt, dan lispelt ze. Ze knipoogt van verstandhouding, een kwinkslag naar het makkelijke geld. Het rolt met liefde in haar bed, uit Juul zijn opgebolde zak. Een dikgenekte sjoeme-laar uit Harelbeke, kwispelstaartend rentenier en opgefokte katholiek. Hij heeft de moeder van Le-terme nog gekend, als naaste nicht, haar inborst braaf. Zelf bleef hij stiekem onbemind, een kind met knikkers werd een regelneef, een verstokte bikke-laar met geld tot op vandaag. Bingo zingt hij onver-staanbaar. Inderdaad, mijn huis is waar mijn over-tuiging staat. De gladde tsjeven zijn geland in Leu-ven. Tobback houdt zijn kak in. Zegt minnaar mest-mans zelfvoldaan. Kerk en kapitaal, een arsenaal van valsheid staart hem aan.

 

Tragisch is dit niet, we zijn een voorschoot groot. Toch stoort het mateloos. Dit nieuwe soort preten-tie. Gelardeerd met platte pret en zwarte appel-taart op zondagnamiddag. Geraniums lachen zich een ongeluk. Wijventongen likken de gordijnen nat. Een processie trekt voorbij, devoot hun normen en hun nonnen (ingetogen Inge), waarden van een volkspartij. Op holle stap, hun boodschap fladdert met de wind. Het weer zit altijd mee, verandering komt schoon op tijd, op trage stond van een ver-kondiging. Wat ze zeggen, klinkt als prevelen in gebed. De mantra’s van de afgezaagde degelijk-heid, annex geclaimde eerlijkheid, twee lege dozen voor de prijs van één. Een bende kwezelaars en puriteinse rukkers. Straks wordt het menens, ze plukken de eerst gefezelde minister. Wij worden anti-libertijns opzij gezet.

 

Het zal ons worsten wezen, deze pensenkermis. Een verlaat santé aan paars, een négligé voor dwaze paapserij. Wij passen voor een tijdje, duiken onder in de onzin en de zonde. Tergen alle werken van Leterme, kermen tegen waar wij kunnen. Erger wordt het echter niet. Tenzij voor ons Chantal en hare Juul. Want pater missieman heeft centen no-dig: om beloftes aan de zwakken hard te maken. Ik expliceer het nog eens aan mijn buurmadam, ten behoeve van haar steels begoede vent: twee mil-joen meneertje. Wablief wasda, blaft Juul, hoeveel euro op mijn telraam? Ik teken tachtig blinkmiljoe-nen neer, aan verse franken voor zijn geldverstand, toegezegd door coming man Leterme. Dat bedrag mag rollen uit hun mercantiele handen, zwart ge-pikte zakken. Heeft den Yves verteld, aan hen zelver. Commercanten uit dit opgepotte land zijn ongenadig in hun onvermogen, zij hebben deze nieuwe orde in hun hart gedragen. Een rechterklep ging schaterend open staan. Straks klappen alle tanden dicht. Politiek genot kent soms een prijs-kaartje. Wie laatst lacht… ach, laat maar. Dag Chantal, tot later.

20:13 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) | Tags: chantal, ingetogen, inge |  Facebook |