04-03-07

voor tobback, zonder zotskap op de kop

Beste Louis, vader van Leuven, gij hebt al vaak geklaagd over het Ernest Claes-gehalte van uw stad (deels dankbaar ook de onze). Awel, ’t is nog zoveel erger dan ge denkt. Want ik heb gisteren empirisch werk verricht in uw dorpse kern. Een dorpke, dat is het inderdaad, somtijds gezellig, maar even dikwijls ergerlijk en van de kneut, zeg maar achterlijk en teut. Leuven heeft iets in de foute genen, zit structureel verkleefd met leukernij. Ik spreek in casu over de stoeterij van vieren-twintig uur geleden. Het was carnaval en dat we hét geweten hebben, scha en schande was ons deel. Zie de boerinnekeks de rokskes zwaaien, ik vat het metaforisch samen. Overgoten met jenever en halve liters bier. Plezier vanuit de hangbuik en de gele onderbroek, handenvol confetti om alles toe te dekken: de brei van dijenkletserij. Ik heb ze sprakeloos geteld, de zatte opstoot van fanfares achter trage tractors en kramikkige karren, de boerennarren met hun zwalpmadammen, taferelen op de wankelvoet, de kantelhiel van hier tot ginder, de blinkgezichten uit het schilderwerk van Ensor, vanuit Oostende in een ver verleden, helaas achterhaald. Dit mobiel gerokken Bokrijk, een bucolische gedrochten-optocht, was ‘van arren moede' troef (Nesten Claes, Zichem, 1937), om mee te huilen met de wolven in het Meerdaalbos, uw eigen achtertuin, Louis. Waar waart gij? Ik verwachtte u daar in geen wegen of geen velden te bekennen. Van schaamte om de platheid, de pletrol laag vertoond allooi. Beste burgervader, mag deze vettig opgekletste pret voortaan niet ontra-den worden, verankerd in de stadsban? Of anders moeten er ludieke denkers aan het werk, op zijn minst de klucht van Aalst (hun vlagen van satire) achterna. Het carnavaleske van Venetië zien en sterven is een artistieke brug te ver voor Leuven, voor de verklede seks van Sao Paolo mankeren wij de erotieke feeling. Dat besloot ook een toeris-tische sociologe die benieuwd van dienst was ter plezante plekke. Haar naam is Helga Cé, ik vermeld haar graag ter staving van mijn impulsief ervaren. Want wie ben ik om volks vermaak vrijblijvend af te kraken? Helga is empathischer, ze kadert alles in een context. Morgen is ze te bewonderen op de kermismolens van het exotische Appelterre. En ik ga werken, voetjes op de grond. Het is vasten.

 

19:40 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (16) | Tags: leuven, carnaval, louis tobback |  Facebook |