06-04-07

vertelling van ons Elletje & de elfjes

Maar Kobeke toch, ochottekes jongen. Ik schoot wakker, wat was er met ons Kobeke? Ik kende geen Kobeke. Het was een droomimpressie. Kondigen Kobekes soms depressies aan? Snel de radio aangedraaid, voor de ambiance en de ratio in mijn kop. Het was klokke zeven, tijd voor het gesproken dagblad. Calamiteiten hier en banali-teiten daar, meestal omgekeerd, inclusief de kan-kerreclame: laat uw borsten zien, alstublieft, schoon gerief. Daarna de gekloonde Clouseau’s met een castratenlied, scherp en diep doorleefd gespeeld. Twee onnozel Kobekes voor de prijs van één slokje kokhalsen. Ik flashte bijna back naar een Vlaamse bonte avond. Flipperdeflap, voorts en over. Vervolgens hol ik door naar buiten voor een potje zuurstof. Bots ik op kokette dame Nel en haar ballerina-dochter Merlina. Komt dat tegen. Wij lachen wederzijds verlegen, jawadde, dat zijn ferm galetten, die mogen begore bekeken worden. Gelukkig had ik mijn nieuwe pilotenbril op. Mijn ogen zijn periodiek ongezond en sensueel erg kwetsbaar. Zoals mijn gans gestel. Dat gammelt en dat rammelt de laatste tijd. Weer veel te veel Captain Beefheart gegeten zeker, suggereert een collega van la Elle, de zogenaamde rocker Odilon. Modieuze bedweter. Hij houdt een oogske op het vrouwke Nel, bewaakt Merlina-maske. Die malle maskerade. Want hij frivoleert soms met ons ei-gen Elletje. Ik zeg niet meer, ook niet minder, n' est-ce pas nietwaar? Tijd om door te schakelen.

Hoewist, vraagt Aziz, den Turk. Awel, gelijk als het weer, riposteer ik. Dat woord kent hij toch niet. Dat gaat zijn fez (pet) te boven. Hij kijkt droef en betoeterd. Straks kom ik eten, schal ik uit de verte. Daar kikkert hij meteen van op. Hij maakt dolle sprongetjes en kwaakt me al zijn gangen na. Ik bel Elletje direct en vertel haar mijn wedervaren. Aziz is een Tunesiër, verbetert ze meteen. Ze aanvaardt mijn invitatie. Gratis gaat de zon voor niks op. Dat is zomaar intertekst.

Aziz is in grote doen. Hij spreekt zijn beste Belgiz, serveert ons plechtig schotelhoofd- en nabezorg-gerechten. Wij eten vanuit zijn Tunesischen Tel-joor, zo heet zijn exotische eettent, een ruime afspanning aan de Puithoek. Kabel bespeelt er de kook- en muziekplaten. Zij spreken dat uit als Kabèl, zoals wij, maar schrijven gewoon kabel. Kabèl (oké, leest beter) heeft de laatste ceedee van CocoRosie in ‘t oosters huis gehaald: The Adventures from Gosthorse and Stillborn. Gekke americana-sisters, één-ijlige elfjes, zij kwelen gemixte opera op flardjes acid-folk. Hokken op een Fransozische mansarde, delen de sponde met wat zonde. De zusjes Stella en Bianca Casady (kakèlt Kabèl) doen hèt (jawel!) met mekaar. Allee, ‘t is te zeggen dat ze dat insinueren, het tegendeeel nergens genereren.
En nu gij, verzet Aziz verbaasd zijn fez, hij krabt zich onder zijn klak. Het kan maar deugd doen, knipoog ik naar ons Elletje. Zij luistert niet, fluis-tert iets in Kabèl zijn oor. Afgesproken zegt ze achteraf. Aziz moet vijf kaartjes arrangeren. Wij gaan woensdag ter plekke. De CocoRosie’tjes komen naar Brussel. Maar vijf is toch vier plus één. Just, zegt ze, Odilon gaat ook graag mee. Gatverdekke, ik betaal weer het gelach! Zal ik somber Kobeke laten komen? Terug naar af.

                   

22:07 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (3) | Tags: captain beefheart, cocorosie |  Facebook |