28-07-07

man zonder thema heeft een trauma

Je zal maar in het vel van Hugo Camps zitten. Of in zijn hoofd, geen denken aan. De gêne. Het hautai-ne van de man zit in zijn onvermogen. Dingen willen zeggen, schrijven, evenzeer niet kunnen. Er zomaar een lapcolumn op geven, uit de zotte pols. Schots en scheef brodeert hij stukken uitgeschreven onge-luk. Hij slaat en lalt en zalft zijn eigen onzin, gaat te keer als Morgen-beer die in een jaar niet meer gelikt is. Hij kiest vanzelf zijn favorieten, zij die hip en trendy en bemiddeld zijn. Wie te Vlaams gewor-teld is, te oud en vrouw en trouw, te grijs en mid-delmatig (zoals hij) wordt aan de schandpaal lam genageld. Wie cultureel en snugger aanschuift bij de nieuwe bourgeoisie, komt hem gewisser aan zijn dissen tegen. Gaffelmans smakt graag aan tafels met de betere A-manieren, metropoliaans getint, waar heren Janssens en Lannoye de linkse rekening betalen: gekend te lande als een nep-elite die met de dag meer achting van en voor een achterban verliest, ondanks de epistolaire Jan Decleir, annex Hemmerechts, twee zelfverklaarde volkswaarne-mers. Het is  goed bouffen bij dat soort burgerij, zolang de lepel in de kliekpap staat. Zij kletsen zich door exposés van snel- en weltevree, correcter kan de klepel niet weerklinken. De klep van Camps redt zich als de clown-risé die niets meer wil riskeren, het kan verkeren voor een quasi-eeuweling. Wat een lichte bende luchtzakken. Kronkelmans kan ook kamperen gaan bij Hugo Claus en tante Veerle. Deze laatste doet de pampers aan. De ene Hugo is de andere niet. Het verdriet van België woont in Vlaanderen.

 

Waarin een frisse krant aftands kan zijn: belegen regels van een ouwe knar, een krantennar, een knorpot die aan zijn kont krabt van geen letters in zijn kop. Zie hem zijn grijze kwijl verschrijven, kwakjes gal afkakken, schelden op banale Belgen (en hun wijven, à la Camps). De bekenden vrijt hij liever op, hij klinkt zich met champagne door de galerij van nieuwe patsers, hangt zijn gammele kar aan elke verse succesman of -madam. Op hun kosten smost hij door. Zie zijn buikje hangen blin-ken, pinten drinken op zijn embonpoint. Wil dan ook nog tegen kunstenaar Dewulf aanprijken. Boer Ber-nard let op uw ganzen, jager Camps legt ze met zijn boontjes in de slappe week, hij pekelt en hij cloont. Zijn beeldspraak raakt geen kanten aan de wal. Een vrouw is een ravijn met een vagijn, voilà. Wat we zomaar imiteren, doen we beter. Er is geen kunst aan. Hoelang moet de ochtendlezer deze mi-santroop nog horen janken? Genade schoon gazet. Pijn aan onze ogen is een tijdelijk verschijnsel, al-tijd goed geweten. Morgenochtend bang de trein op met een bril: verdonkermanen wij het nieuw chagrijn.


Focus-vonk op Hugo en zijn trauma, het verticale trema: brugje dat een kwakkelzin komt depanneren. Hocus-pocus. Trucje en opsmukje. Dixit Camps: de kutjes niet vergeten. Bedankt heer Hugo, we weten al een eeuw dat je standjes optilt aan een slipje. Ben je inderdaad die loden honderd (100) of acteer je al die jaren? Stoere ouwe jongen, ga herbron-nen. Doe aan sport, pak potten: Epo (jou genegen, zoals je zelf hebt toegegeven). Of lees eens een boek: Loerhoek: koek van Bernard zijn fijne deeg.

 

22:08 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) | Tags: bernard dewulf, hugo camps, de morgen |  Facebook |

25-04-07

heden stort een mening neer, te pletter

Ik heb meermaals last van meningen. Die meningen baren mij zorgen. Waarom kan ik vandaag die krak-kemikkige Jeroen Brouwers in De Morgen niet nege-ren? Brouwers wordt geconfronteerd met zijn eer-tijds protest tegen minister Bert toen die weigerde om Koning Albert de Prijs der Nederlandse Letteren aan Gerard Reve te laten uitreiken. Wegens de vriend van Gerard een viespeuk of zoiets, het ver-haal is afgezaagd. Anciaux bestond het nog om Reve als auteur van De Nachten te verslijten. De Avonden zijn ondertussen ten alle tijde over Gerard neergedaald. Ook het gerecht heeft recht gespro-ken. Geen rechtvaardigheid is geschied. Het braak-sel uit de ouwelijke mond van Brouwers: “Ach, dat Reve-gedoe is alweer zes jaar geleden. Kijk, min-ister Anciaux heeft zich zeer lovend over mijn oeuvre uitgelaten. Anciaux is een belezen man. Ik zal hem hartelijk de hand schudden”... Mijn haar komt recht, slecht voor mijn hart. Brouwers is een mouwveger, een tribuneschrijver, een broekschijter (excusez-moi le mot). Koning Albert zal in zijn nop-jes zijn met Brouwers, blaffend hondje dat niet bijt, uit konings handje koekjes eet, een open doekje krijgt. En knikt en kwijlt. De Koning is een adorabel man, aimabel met de nitwits van het literaire land, het interesseert hem geen éne moer, noppes. Maar ik word hondsmoe van dit beschrijfgedoe. Waarom ben ik heden ongelukkig?

Omdat de wereld naar de kloten gaat. Dat zei Ber-nard Dewulf gisteren in Leuven. Tobback verschoot zienderogen en had zeven replieken tegelijkertijd in zijn wiek geschoten, in casu het culturele Stuk ge-bracht. Bernard is dichterman, zachtaardig, aftas-ter van de mensen en de dingen. Onze burgervader is een doener, een erudiete druktemaker. Hij citeer-de vanuit de middeleeuwen tot op heden, pletwals-te over dertig man publiek, de vrouwen waren in de meerderheid qua boezems. Ach, daar zat ik met mijn éne vrouw en al mijn vragen, met open ogen en gesloten mond te staren naar de modererende Annelies, kind van een bekende keten op TV. Ik had een mening, heb ze ingeslokken. Als de helden spreken, triomferen, daarna bescheiden zwijgen, dan moet ik mij verwijderen. Nochtans de zotte kermis aan de statie zat mij dwars. Het majesta-telijke treinenplein was al een etmaal ingenomen door een smurrie van studenten, helse speeltuin voor bejaarde pubers, dronken koppen, botsautokes met kinderkraam voor meerderjarigen. De aanleiding was mij en stillere aanwezigen een raadsel, wie vraagt de mening van een meerderheid die zwijgt?

Zeg uw gedacht, roept Thomas alle infantielen toe. De Soete doet het vast en goed op StuBru. Voor een alternatief publiek, de vroegere doelgroep van radio Donna en familie. Gisteren hield hij een scato-logische conferentie: zeg me uw gedachten over kakgedrag, hilarisch vettig uitgelegd. Het huppel-kutje dat hem assisteerde kreeg de volle lading shit, de presentator plooide in een deuk. Wat zijn we leuk. We kunnen keinijg Eddy Wally bellen, dat probeerde Peter ‘vlotjes’ Van De Veire. Wally was bezet, had Deksels en Oom Nelis aan de lijn. De slappe brei, gelei van makkelijk gelijk. Wie doet ons wat, wij zijn de mannen van de explosieve mijnen. In een kooi ten toon gespreid op het theaterplein van Leuven. Tot grote eer en glorie van de luister-cijfers. Ik slik mijn mening in, ik ben een éénling. Ik zou geduldig en veelvuldig willen zijn, bevlogen als een dichter. Zoals Louis Tobback dat zei, hij keek bedeesd en eerlijk naar Dewulf. Duette van zuivere zielen. Zonder zonde in het onrecht, zonderling in niets. Hoe grote mensen kinderlijk en kwetsbaar kunnen zijn. Een bange duif schrikt op, ik zie ze vliegen. Op de vlucht, de lucht hangt laag, bedrukt. De vragen strijken neer bij vlagen. Het antwoord schrijft zich verder. Stort zich soms te pletter in ravages en blamage
.

16:59 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (3) | Tags: bernard dewulf, keizer louis, koning albert |  Facebook |

24-12-06

opgeblogde kerst

Bloggen is intellectueel joggen, zei een man deze week in een krant. Mooi gesproken, hij maakte er bovendien zijn beroep van. Moet kunnen, maar hoe kan zoiets de facto? De uitspraak klopt zelfs niet. Ja, er is een raakvlak met het joggen: de vrijblijvendheid, de lichtvoetigheid, het vrolijke amateurisme, de kleuren van de middelmaat, het onschuldig gehuppel. Dus al wat raakt aan blije halfslachtigheid en haaks staat op intellectualisme. Een koppige gazetten-definitie naar de vaantjes, wat een makkie. Bloggen als mentaal joggen, zou dat dichter in de buurt komen? Jezelf afschrijven, je wegtikken met woorden, je wonden tonen aan de massa anoniemen, waaronder je vrienden. Niks intellectuelig aan, moet dat dan zo nodig? Het mag wél met inhoud, dat kan ook buiten het rationele, op goed gevoel, vanuit de buik, het epicentrum van de liefde en de eerlijkheid. Een regio lager rommelt de onderbuik onrustig, ons vagevuur van verlangen. Schrijf het uit, beste vrienden, beminde vriendinnen uit de kribbe van dit net. Verdien een pluim – plumeau - van een poëet, Bernardus is zijn doopnaam, Dewulf zijn achtertooi. Hij hekelt de man uit mijn eerste lijn die beweert van schrijvers te houden en daarom zelf te schrijven. Een poging tot eigenliefde, een boemeranggooi naar goeiekope roem, een transparant narcisme? Smurrie, geeft Bernard D. mee tussen de regels. Hij is verrukkelijk subtiel, fragiel blinkt zijn schedel, halfkaal denkt zijn kop vaak raak. Ik hoed me voor zijn wijsheid, de waarheid komt uit een dichtersmond. Niet uit een blaasbalg, al is hij de confrater van Bernard. Alternerend met deze laatste, de eerste onder zijns gelijken, columneert een halve gare. Ik voer het scheefste bakkes ten tonele: Hugo Camps. Hij is de wederhelft van zijn betere in De Morgen. Camps is een misbaksel van eigen eikelwaan, een kromme dichter, opgetrokken uit chagrijn gedrenkt in venijnige zinnen. Zijn metaforen wentelen zich in mannenkloten en in het weekste lichaamsdeel van vrouwen, macho Camps noemt het graag voluit bij schuttingtaal. En steeds ten aanval, in ieder werkstuk velt hij mensen, steekt hij een lettermes in iemands rug, hakt en knakt hij namen met of zonder faam. Ondertussen kakt hij onbewust op eigen handen, onze boze man gaat stinken. Waar trilt poëzie in kleine hoeken en in kanten? Bij de stille broeders als Bernard, bij vranke elfjes als de grote Eva uit het sprookjes-Gent (ze zong onlangs voor ons in Leuven), bij de argeloze fratsen van Wim Helsen, bij alle dwarsgedraaiden, zotte onaangepasten. Niet bij de holle roepers en de oproerkraaiers. Laten we niet langer tetteren en kwetteren op de blogs, het web van kerstmis verdient een zachtere piek. Vanavond prikken we een vorkje mee, op ons bord ligt verse sneeuw. Wij smelten het laatste ijs, wie zwijgt met kleine woorden wint een ochtendreis: een weg die loopt naar gratis joggen, een fysieke vorm van bloggen. Geen intellectueel verkeer. Onze hogere sfeer.

 

09:56 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (7) | Tags: de morgen, hugo camps, bernard dewulf |  Facebook |