25-11-06

op-en afgesprongen

depotEen man weet niet wat schrijven. Cliché, een afgezaagde opener. Geen weg terug, dit offer moet volbracht. De wind heeft wild vrij spel in deze zinnen. Waait acht hoog, schoon en krachtig, lees ‘beaufort’, een grapje. Blaast woest vanop een schommelstoel, een torenmolen dichter bij de wolken. Springen is geen optie, stijgen evenmin, ik kan slechts steigeren. Designer jazz dringt zich naar binnen, dreinerig. Buurman speelt zijn Toots, een zaterdagse optie. Zoals langszij de treinen waar perrons worden geplaveid met strijkjes muzak, platte kakmuziek. Erger nog, zoals gisteren dat voorprogramma. De zaal Depot in Leuven, aangekondigd was een funky groep om op te hitsen. Wij zaten in de tocht, konden ons niet verwarmen. Wie de funk niet raakt, verzeilt in jazz, een makkie. Minuten duren treiterig uren. Steeds verrassend dat er toch een eind aan komt. Anderhalve zangeres ging door met blèren, vond wat teksten uit ter plekke, de band soleerde als een bende losgeslagen egoflippers. Ze waren duidelijk op thuislokatie, dat weerklonk fataal. Waar die jazz-bak allemaal goed voor lijkt. Wie niet getormenteerd is, begint er beter niet aan. Respect voor deze discipline, dank aan mister Miles en Chet.
Deze laatste sprong de waanzin in. Van zoveel hoog in Amsterdam, zonder valscherm, noch reserveleven. Dronken rocker Herman Brood dook hem jaren later achterna. Brood en Baker, dubbel kwakje kruimels.

Een intermezzo met een strijkensemble. Reclameprentje ‘made in dignity’: Oxfam posteert Toots Thielemans en Tom Barman aan een goedbedoelde strijkplank. Het effect is slechts lachwekkend. Rock en jazz geven tegelijkertijd verstek, de geintjes-mannen. Pathetische jaren geleden schreeuwde een gedrogeerde Chet Baker tegen onze mondjesblazer dat hij vanuit de buik moest leren spelen. Nationale Toots vertelde het in een krant, bijna trots op deze anekdote. Het zegt alles over ware jazz, demonen en hun epigonen.

Terug naar het juiste speelplezier. Spanky Wilson & The Quantic Soul Orchestra. Zo kwam het gisterenavond toch nog goed. Diepe roots-soul met duistere ritmes uit de Afrikaanse rimboe, blazers warm en wild in seksgalop, een zwarte zangeres die het achternichtje van Aretha was, zo dachten wij. Deze dame van de Franklin-dynastie bezong zich zwoel, wieg-de donker in combine met de swingers van een Booker T-familie. Een springerig gevoel voor blanke zielen. Blij opgesprongen. Wij dat waren zij en ik.

 

21:35 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (6) | Tags: chet baker, herman brood, aretha franklin |  Facebook |