04-05-07

dood rijdt voor, wij wachten in de file

Wij staan stil in de lange file van Diest naar Leu-ven, op weg naar Gasthuisberg. Op de autoradio vertelt cineast Jan Verheyen dat Vlaanderen stilaan rijp is voor harde sex en rauw geweld. Zijn woorden trekken een waas van schaamte door de wagen. Mijn oude ouders blozen zich een alibi naar buiten, ze horen minder goed, luisteren beter in zichzelf. Mildheid zet makkelijk aan tot zwijgen. Ik zap het domme promopraatje weg, de werkelijkheid grijpt zoveel grauwer aan. De wrede fratsen, het pop-penkasttheater van een filmfantast, de alom dom-me platheid, het valt niet te dragen op deze trage bedevaart, de bange baan waarlangs de rouwstoet reed. 
Langs deze straat stapte ooit mijn zusje, veertien jaar, een halve dag vermist. Tenminste zo bleef de memorie in mij hangen. Zus ging shoppen in haar kleine grootstad Diest, verkeek zich op de kleuren van de kleren. De deuren van de laatste bus klap-ten voor haar dicht. Geen telefoon voorhanden en de gsm nog onbestaande. Ik meen dat wij op zoek-tocht trokken, mannen, vaders, grote broer. Samen sterker dan een peloton politie. Onze moeder, tan-tes, bezorgde dames, ze brandden kaarsen. En ze baden een gebed dat werd verhoord. Wij vonden kleine zus al huppelend op een fietspad, met een veel te grote zak, ze had zich overkocht, gelukkig dat ze was. Haar jonge leven was de bonus, de beloning  die we allemaal verdienden. We verslik-ten ons van dikke vreugde, opgekropt verdriet dat langs de wangen liep. Dit verhaal is waar gebeurd, in geen stomme film geënsceneerd. De oude tijden van het happy end.

Dat overdenk ik in de trage file, wij waggelen op vier wielen achter het noodlot aan, de dood is ons helaas voorafgegaan. Hier reed het verse drama langs de wegen van het Hageland, jong geschonden leven in een lichaamszak verpakt. De autoradio maakt er schelle melding van, met accenten op de mogelijke griezel, een fantasie op hol, te dol op bloedvergieten. Zoals in de goeiekope namaakfilm, klemtoon op de gruwelwoorden, de kassa van de cijfers rijmt op elke massa en op moorden. Wie doet dit desgevallend voorbedacht, wie dacht de doodslag uit ter plaatse? De verslagenheid van in het onbekende tot bekend desnoods, verslag waar naar gegist wordt. Tongen sissen, monden smeken om een teken, schenk ons elk moment, laat geen spatje lijden onvermeld. Geef ons een schuldbekentenis, geen zinnige betekenis. Wij zuiveren ons geweten preventief van ieder mede-weten.
Een meisje keerde niet naar huis, daalde neer in nacht en nevel. De doodstraf voor de dader, verklaart een kameraad. Dood om dood en kist om kist. Van het kastje naar het graf. Tot niemand overblijft om ons te troosten in de hemel, om de bloemen te verzorgen op de zerken. Er is werk aan overleven op de aarde. Vergeving voor ons allen, kan het nog ten laatste? Vertel ons vanuit jouw redding, je verlossing in de sterren, jongste engel, jij angeliek uniek Annickje.

 

22:29 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (3) | Tags: angeliek, annick van uytsel, jongste engel |  Facebook |