06-06-07

de vergadering vergaapt zijn staart

De melkerij van ons Mireille, die wil iets vertellen. Voor wie begrijpt wat ik bedoel. Daar ligt ze schoon voorover op de tafel, schrijft met lange halen. En dat vlees maar deinen ondertussen, in al zijn bleke volheid, blank en vrank rondborstig. De vergadering houdt zijn adem in, benadert haar genadig. Zalig is zij. Wij zijn drie gezonde mannen, letterlijk gepaard aan zes madammen. Prammen denken wij allen. On-ze tekst staart zich perplex van onvertaalbaarheid. Geen aanraking verlegt zich, vat het zeggen van een week gevoel, de dingen te beroeren, hoe. Een delicaat verhaal. Wie kent de plotse inval voor een sprong, een jump, een dunk, een duik? Met malse woorden in het dal. Jawel, ons bakkes op haar bek. Dus slikken maar en watertanden.

Trekt ze toch die handel recht, verschikt iets in een flits, een lint, een lok. Ze gooit het haar naar achter, lacht verstrooid. Wij denken aan haar laatste nacht. Gezegend zij de hemel in haar vle-zigheid. Herneemt zij droog het exposé, vertelt van onze namen, nummers op een rij. Ik ben haar lin-kerwing, zeg maar dossier vier. Tussen wang en wang een krater, ik verkramp mijn dagen met ple-zier. In dit verdriet wil ik gloriëren, zo te zweten van barmhartigheid, een hart dat tegenover stroomt. Van veel te veel gerief. Geen grief mijn deelgenoot, zij streelt, beveelt. Mij om het even, waar was ik gebleven? Wel Mireille, begin ik plech-tig, elke averij valt averechts, ik specifieer, in gra-fisch wezen te benaderen. Ik teken mijn bewering in de lucht, verleg de weg linksaf en graaf een statistiek de diepte langs. Een rechte lijn valt om, ligt krom te staren van bewondering, verbazing als een aardbeving. Het raakt geen kant of wal, zegt zij. Mijn tijd is opgemeten. Ik stap af, de sprinter met de platte band. Dag bloemenmeisje, bloos ik. Mijn moreel bezwaar herhaalt zich kansloos. Ware feiten botsen met een grond beton, haar mals ge-wapend front. Ze glimlacht onveranderd naar de glimwormwereld, haalt staalhard haar boezem op en neer. Staart met open mond, kom jongens kom. Ze is de volle wolk rondom. De mist van ons geweten. Wreed.
 

Ik klappertand. Applaus van de aanwezigheid, wij zijn het eens. Verdiende tijd voor koffiepauze, ze-nuwplas. En geen ambras, proberen mag altijd. Tot aan haar eigen grens. Mireille verijdelt elke redene-ring. Wij zijn onvervaarde klerken, zwijgen dapper in het kwaad. Een ras van ambtenaren in de flank ge-pakt, op flarden erotiek, haar seksfysiek van groot gelijk.

 

22:58 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) | Tags: ambtenaren, melkerij, klerken |  Facebook |