05-02-08

geen titel om nog stiller te bemiddelen

De strijd is hevig over, alle woorden opgeschoten, afgeschreven voor de vrede. Ik ga op een kale zolder wonen, ver van al het schroot op blote bodem. In het stro verpozen, cola met een rietje en de poëzie als wolkjes weed. Geen lijntje hete coke voor mij of koket rijmen met wat klotenlijm. De pot op met het opbod. Opgerot. Ik wil het hopeloze hooi bezien. De onmacht van de oogst: gezakt. Het zaad van taal staat schraal te kijk. Ik raap mijn levend lijk op en ik zwijg voortaan.

20:20 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) | Tags: zaad, oogst, hooi, stro |  Facebook |

03-02-08

in opgedragen ondank @meneer Peeraer

Muf en dof en duf. Dat dacht ik van gedichtendag in Leuven. Zelfs geen vleugje karamellenpoëzie. Kannunik Jef Deleu kwam uitgestreken prijken in zijn strakste grijspak. Serieuseren dat die kwispel deed, och here. Bruine das en drab en kwab verveelden ons vanop zijn kansel. Wat een man met streken: om zijn grote fotozoon daar aan te prijzen. Lodewijk leek net zijn vader, partner in de promopraatjes voor hun samenwerking aan de kassa. Droge foto’s zonder dames die bekoorden, enkel keien en wat kiezels van West-Vlaanderen. Griezels aan de taalgrens van ge-dichten die verdorren bij de aanblik, elke steen blinkt leeg naast verzen die de schimmels verder tillen. In mijn wanhoop dacht ik aan haar snee&billen, schreef ik regels voor mijn lieveling. Ik vond mijn gading niet in deze kerk van ernst en afgestofte ergernis. Ik miste iets: substanties van mijn lief, van leed en ritme dat een tekst doet beven van verdriet. Ontregeling moet wezen, bijna zijn of worden, korsten kunst voor gans het volk, een worst muziek die ergens kriebelt waar geen Hester Knibbe kan aan knabbelen. Deze schnab-belaarster praatte als een ekstermens, was helegans van perkament voorlezend tot wij geeuwden, kraaide door karton en leeg krakeel. Deleu vond haar geknipt, ze zaten knie aan knie, wat kneuterig. Hij sneerde eerder smerig naar wat slamt en rockt in verzen, naar wat rapt op straat en staminee. Een keuze voor een opzeg in de kring sinjeuren, niemand draagt een string, gedachten lopen in de pas, gedragen zich doodkeurig in gedichten. Treuren nog. Waar moet het heen met taal als tateren over hoofden wordt ervaren als onvatbaar schoon geschreven? Het mysterie als cliché. De hoogmis van de hoogmoed, poëzie voor heer met hoed en bourgeoisie die stijf komt lachen. Kijk, daar zat Sabine naast Eliane, ik ken hun venten, beter nog hun blote gat. Het doet me niks meer... poëzie zit dieper dan de schmink op hun gezicht. En wat te denken van Kathleen, het meisje van teevee dat in de micro beet? Zij grapte met Tobback die kraste dat hij minder graag gedichten las in bad. Een koude douche stond hem beter dan citeren zonder gêne. Hij verknalde Annie M.G. Schmidt. De redding kwam weer van een dwarse man. Een hoogbegaafde zonderling, een zelfverklaarde zondaar in de taal, te weten... Nolens Leonard. Esthetisch monotoon verscheen hij in zijn sonorie, een klaaglied op muziek gezet, een ritme uit zijn ziel geperst. Sabine ging van haar melk en Eliane liep over in haar kelk. Gerechtigheid was nog geschied in dit kwartier mortiergeschut (naar rust en terugtrekking). De ruk van volk en bur-gers weg. Een snok geluk. De ene Leo is gelukkig niet de andere (spreek ik tot een baardmijnheer Peeraer).  Ik geef geen regels gratis door naar holle bollenwinkel Pé en aanverwanten, inclusief de hapjes en de dranken op mijn kosten. Nee, een dichter moet niet smossen, maar verplichter schoppen. Dit gezegd geschreven zijnd: mijn blogbedrijf is graag een blok, geen grabbelton. Ik tokkel joggend door het bos van onverschilligheid, versnel zodra ik wil en stop bij elke gril. Zo simpel is dat als ik vraag het nergens aan (...)

16:19 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (8) | Tags: bard en baard, leo peeraer, uitgeverij p |  Facebook |