12-12-07

afrikaanse maat van drank en naakt

Ik dacht die mens is dood. Het was een tamme scha-duw op de grond, het lichaam gaf geen licht of teken. Ik stond stom te kijken, dit leek een lijk dat net nog in het echte leven lelijk was geweest, misschien de liefde had bedreven, elementen warm gewreven. Moederziel alleen, of was de droefheid met zijn twee beleefd? De living gaf geen kick. Ik stapte het niet af, te bang om langer te bewegen. Blote ogen zag ik, naakt zijn spillenbenen, zwarte stelten, steeltjes haast. Een deken was als sneeuw geweven over vastgevroren knoken. Ik herkende in het donker A. , een doorsnee-neger uit de achtersteeg. Hij lag ge-knakt en dwarsgebroken naast het Gordon bier. De flesjes snakten naar zijn adem. Gans de tafel was beschonken, ook de dronken Duvel danste mee, ik telde glazen tussen twaalf en twintig, ruw geschat.

Een reutel bracht wat onverwachte vreugde. Want
de zatte dageraad ontwaakte plots in A. Hij staarde stomweg op en schrok van mij, hervatte op karakter in de coma. Ik bedacht zijn ledematen, even lenig als zijn rasverstand. Te nemen of te laten. Afrikanen zijn van deze aarde om te slapen op een tapis-plein. Een weiland waar het gras de jointen spreidt, de kelken van de bloemen sproeit met alcohol. Wij zijn witte boeren, broeders van de negrofielen. Door dezelfde god als grap geschapen, zij wat meer van speer en wij wat minder wild. Hij gaat vanzelf van bil met B.

Zij zat na te beven in de kamer, door te dromen in het leven, in de zetel neer te liggen, zag ik nu. Ik citeer haar naaktheid als een laken dat de nacht gedragen heeft. Ze lacht verlegen (en verspreekt zich bleek).
Ik dek haar leden af, zij werkt niet mee, gaat bloter staan. Ze toont me al haar wonden, het verhaal van wat ze samen dronken, harder klonken op wat waar verzonnen was. Dit is een fabel en parabel, lieve B.
Je bent een zombie, bijna uitgehold en afgeleefd, je kansen zijn de wensen van de mannen, blond of zwart. Ik pas je op, maar trap niet op mijn hart, ik spaar het voor een ander. Ik wil deze ochtend voor je plukken, maar geen nukken oogsten morgen. Al het zaad is opgespaard, jij moet je kater met een neger delen, mijn respect voor A. Hij tolereert je sneren en de regen. Hij verkent de verse sneeuw. Jij was van-nacht zijn hete evenaar, hij spoot je op omhoog en daalde langs je dijen af, je werd zijn evennaaste in het natte vel: je greep op geil. Reeds later grijpt het lijden door, dezelfde tijden breken aan. De dag klimt in getouw, het kind wordt wakker in de vrouw. Een Afrikaan verlaat het huis voor open ruimte. Hij woont in de verte op het vlakke, aan de horizon. Zijn lach verwarmt de zon. Je villa met jacuzzi is een speeltuin voor zijn blote huid. Dat weet je, beste B. Je bent een bruid die
al zijn lusten deelt. Ik sta hier niet voor lul. Maar als ik mij verveel, dan red ik weer je tranendal.

21:36 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) | Tags: naakt, afrikaan, drank |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.