25-11-07

het drama van de grens te bed gelegd

Wie heeft een uitleg voor een uitlekbekken? Het staat er letterlijk op een bord gezet en neerge-plant. Ik lees in geen verdwazing geen verklaring. Dit zijn uitgesproken tekens, dit is surreëel en Bel-gisch. Op een schaal van evenwicht. Ik aarzel in dit niemandsland. Een raakvlak tussen Vlaanderen en de Walen. Ik ben nergens overal te gast. Een op-losvlek, een wolkenmens. Kent iemand een ver-klaring voor het raadsel van de zaadvang? Het kan ook zandvang zijn, de tweede a was vaag gespo-ten. Ik loop er langs, vertaal de woorden in de waarden van een lege vlakte. Water staat hec-taren stil, geen rimpeling langs het taalverschil. Geen kloof, geen aarzeling. En vatbaar voor het bos en losse bladeren. Er draven dampen achter sommige paarden. Op een warme rug zit daverend Daphne. Ze komt uit Rixensart, ze heeft de zones van het woud vergalopeerd, de grens met gratie afgelegd, de rand vertrappeld. Ik vetraag en vraag comment ça va? Ze lacht en gaat in draf. De spo-ren in de bodem graven goedendag. De groeten enzovoort tot in Jodoigne, we zien elkaar nog wel in Geldenaken. Of bij Hildelief in Tirlemont, ze woont in Tienen liever. Meisjes zijn belles filles, rillend vrouwen, op zijn Belgisch klaar om bij te slapen.
Ik wil houden van en open vouwen. Of voorzichtig splitsen zonder scheiding, heiden zijn en held van Belgenland. My kingdom voor een worst, de borsten bij de ballen van de vorst. Ceci n’est pas ma pipe, bonjour Magritte. Dag Brel naast Hugo Claus. De noordzeewind, het Meerdaalwoud, Oud-Heverlee op snee van volk en vrede. Ik verleg mijn grenzen, jog tevreden langs de wegen van Hamme-Mille en zie de kilometers die me resten tot in Beauvechain: welkom bienvenu in Bevekom. Wie heeft last van nabuurschap, wie plaatst hier vreemde termen? Tonton Yves, ontferm u over ons. Of sterf in mon-kel van ellende. Separeer in as.

De nevel hangt weer breed, de was van mensen ligt te drogen op het veld van stroverlangen. Ik noteer symbolen van het bekken en van zaad of zand in nergensland. Ik stort mij op het strand van bomen die absurd vertakken tot in dromen, raken aan de naakte vrouwen van Delvaux: ze staren naar het volk op een perron. Gependel zonder hen-del in Pécrot ofzo. Hun lippen ogen nat, vertikken om een kik te geven in een taal die triomfeert. De liefde domineert. Ik laat de dieren komen, pak de manen van de paarden, leg mij plat naast Daphne, ga van bil met Hilde. Schrijf de korte historiek van mijn geschiedenis pour la petite histoire. Bonsoir Belgique, bonjour tot morgenvroeg. Ik leg mijn bek-ken weg, verzet een baken en ga slapen. Droom van neige tot in Liège.

14:18 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) | Tags: belgie, bekken, zaad |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.