03-11-07

het theater van de warme stadsmadam

Ze hadden gebadderd in de binnenstad. Ik wist het van de buurvrouw. Zij had de klappen horen vallen. Iemand trok een mes. Een ander had gebokst. En Moke zijn gezicht was opengekrabd. Zijn zwarte kop zat onder de spatten, het bloed had in het rond gespoten. Zij aarzelt met de rest, bedenkt zich, trekt haar badjas recht, verzet een glas, gaat dan liggen. Ik zeg niks, ik zit haar aan te zien. Ze is sinds gisteren kort en straf gekapt. Ze bibbert wat. Een sigaret is een remedie. Ik had ook Duvel meegebracht. Een sixpack kon volstaan. Ze komt al drinkend op verhaal. Ik nip voorzichtig van mijn cola zero, zie de schade aan. Wat baat het? Ze is geschapen voor ravage. Spaans en zwart en knap. De mannen kloppen op mekaar om aandacht, om haar lichaam aan te vragen. Van verbazing valt ze dan in armen, tast ze in het donker van een jongen, wordt ze niet volwassen van zichzelf. Ze is het zachte wonder van de nacht die dronken inslaat, vriendschap in kabaal vertaalt.

Ze staart mij aan. Ik geef geen antwoord aan haar trieste lippen, liegen helpt geen lieve zier. Ik zal geen minnaar zijn, geen wekker van haar droom, ik lig niet in haar bed. Ik ben verplicht een biechtvader (ik bid niet), ongenadig als een vriend die zonder adem zit, verraden kan met dwarse daad. Want haar theater heeft mij hard geraakt, ik speel perfect mijn tekst. Ze heeft de stad nogmaals in rep en roer gezet, op hoge stelten afgekraakt. De Grote Markt galmt na van dwazigheid, restanten damp van hetze en gescheld. Een echo en een schets. Ze schiet de kamer uit, ik hoor de douchespuit. Ik raap haar badjas op en doof het smeulen, leg de peuken in de asbak, drink een teug, giet gulzig Duvel weg, de pompbak zwelgt. Ze komt geweldig schoon de living in, een opgeblonken pop, ze inspecteert een spiegel, strijkt een rimpel glad. Ze lacht inwendig en vertelt het nagenot. Ik ben haar navelstaarder, schenk genade en aanvaard.

Ze is zoals ze uitlegt: soms erotomaniakaal. Ze schuift haar dijen uit een rok, verlegt een lok, verleidt een discodanser. Hete kansen hitsen kerels aan. Ze keert haar billen in het rond. Wie kust mijn warme kont, ze flirt en kirt de lusten op. Er komt ambras. Een flits, een mot, een shot, de bliksem mikt een schicht en tikt een kin, een lel geweld, het kluwen velt een vent. Wie belt om hulp, de buurvrouw tilt haar borsten op en snelt zich weg. Ze kleedt zich langzaam aan, geen letsel aan haar vel. Haar lichaam blinkt en zingt de nieuwe liefde in. Ik hinder niet, ik laat begaan. Zij trekt haar rode schoentjes aan, weer uit. Past blitze laarzen en herschikt haar blouse (wikt en weegt de inboedel).

Ik stap maar op, zij tast mij na en kust tot nog eens later. Deze avond start en kantelt, valt in stukken van de nacht. Ik wandel en berust. Geen zeggen aan mijn zus van lichte zeden. Zuchten helpt niet meer. Zij is gelukkig uitgedaagd. De schade is een kater die voor-barig klaagt. De kat komt grandioos ter plaatse klaar.

14:57 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) | Tags: kater, theater, stadsmadam |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.