23-10-07

het zwarte ding dat verticaal kan zingen

Gé en ik stonden perplex. Was me dat een klepper. Onze eieren werden geil geklutst. Mijn eigen beeld-spraak, Gé was solidair onthutst. Wat vertelde zus-je Bé? Verbluft bekeken wij elkaar. Zij herhaalde elke centimeter, hield de hele paal intact. Terwijl haar brave Jo er knikkend bij zat, kolenzwart vanuit Angola. De techno in de tent stond paf, de dansers vielen stil. Alsof een wereldrecord gemeld werd. Flinke dertig in de broek. Een Afrikaanse maat, geen modale Vlaamse maatstaf. Maar Bé beaamde zonder schaamte. Dat Jo-Jo het vaandel hoog draagt als hij aan komt kloppen. Een erectieve de-tective die een diepe analyse wil. Een drilboor en een loden kogel. Falluskrijger, heibel in de klus met beitel. Harde metafoor om als symbool te stoten.

Moker, neger Jo, de beuk er in, je bent een geile stukadoor. Verpak en ram je reuzenboom, pikeer in Bé. De hittekop er af, verneuk de knop. Ontplof.
 

Wij hijgen nog wat na, de sound hervat en Bé lacht al wat blank is weg. Behalve haar gezelschap, ik de bange man en Gé al grappend. Van de slapte en gepeins aan het verstijven. Een verrijzenis in ge-dachten, donkere Jo die hier zijn aanloop neemt, een polsstok in zijn broek. Hij plooit zich dubbel met het rubber om de bamboe. Elk taboe aan flarden. Moeder moest het weten, vader vrat zijn kas op. Het tapijt dat splijt en Bé krijgt meer dan wat zij krijst. Wij vragen of die dadenkracht geen klachten geeft. Ons zusje kucht en zucht verzaligd. Vraagt verzadiging: pikzwart geaard het zaad. Zij valt de donkere parels aan. Ze velt hun zwaarden, knelt de Afrikaanse vent. De ganse tent gaat plat. Wij pra-ten om dit niet te vatten vlagvertoon, de totem die zich laat bepotelen tot hij torenhoog- en hoger neerstort in de malse bodem. Een ravijn is Bé, een blije beek. Ze woont en weekt in een vallei. Haar wei ontvangt Jo-Jo, een spitse nikker. Inswinger. Op- en neerspringer. Een diepsneeduiker, een tor-pedopenistuig. Hij huichelt met geen achterklap, zijn voorhuid smacht. Hij vogelt elke nacht en dag.

Wij twijfelen aan de warme haalbaarheid. De witte soort schiet korter in de hoogte, kromt zich bleker in een boog. Een meetlat ligt niet waterpas op kleuren in het ras. Jo-Jo pakt uit met dit spontaan gezegde. Zeer onwesters echt. Hij fluit daarna met al zijn lippen tot de disco trilt. Als een goeroe van genoegen treedt hij op. Mijn goede gigolo, bidt Bé. Hij doet een trage rondgang, seksseconden lang. Het ding klimt langzaam, priemt zich bloter op zijn buik. Wij huiveren en wij wuiven. Om de stonde van crescendo aan de dertig: lees hier volle centime-ters opgezwollen huid. Genot voor zusje tot ze huilt. Hoe meet je zulke dingen zuiver? Geen be-ginnen aan voor ons. Hoewel een eind voor elke eikel. En racisme is een piemel met narcisme. Très merci Jo-Jo. Je sopje is verdiend, mijn beste vriend.

22:32 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) | Tags: disco, polsstok, techno, tent |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.