09-10-07

die troela heeft ons goed bedot begot

Ze komt er niet meer in. Dat staat hier afgebeiteld.
Als een heipaal. Wij willen voortaan geen gedrein, laat staan geteisem in ons huis. Wel geruis van peis en vree. Geklater van een waterval, een kaars ont-branden. Houden van elkander. Dansen en bedanken dat ze niet meer langskomt. Afgehandeld. Ze moet ons ’s zondags ook geen pistolets meer presenteren. Of met pateekes paraderen. En met ons konten draai-en in de canapé. We zien haar liever broodjes smeren hogerop. In haar eigen heimelijk kot.

Het was ten onzent afscheidsronde. Het is verdorie schoon genoeg geweest. Dat hebben Bé en ik beslist, op ne geile ik en gij. Hevig zedig, zoals overeengeko-men. Wel gedachten opgevraagd aan Gé. In de boch-ten achteraf. Die reflecteerde zich bedachtzaam. Of betrokkene een ongelukkige jeugd verteerd had? Ach, die vrouw is vleselijk oud geboren. Niet zo lelijk, maar een elitaire deerne. Wijzer als het wreedste wijf, dat denkt ze. Intellectueel terzijde even.

Hemeltje Cé, ge zijt een breedsmoeltroela. Dat ver-klaarden we aan Gé. Ze stemde met ons mee, niet eens bedeesd. In latente fine, dixit Cé. Maar dikke fixit, want er zit een flinke snee op onze mening. Neem nu dat werk van Cé. Confecteren en maskere-ren. Ze leidt projecten non suspecto. Aan haar rek-ker, denk ik dan vanzelf. Klasseren doet die heelder dagen. Klaceren. dee kast  die. dan. leidt projecten non suspecto. t ze, intellectueel, peinst ze.aften in en uit een kast placeren. Zij drukt zich binnen bij meneer Dédé, den directeur. Ja, met sloten koffie of met thee. En op haar sloffen afser-veren dan. Dat dat mens zich niet generen wil. Zij abstraheert, zo schreef zij mij. Ik geeuw soms rapper dan een haas kan stappen. Of ik haar laptop als een telraam af kan stellen, in haar binnenkamer klappen wil? Ik weiger als een welbeminde afstandsman. Een trage doorstapper. Tis helemaal gedaan. Ik zeg vaar-wel als tegenharker, stap met hoge laarzen door haar etalagestraten. Langzaam bak ik balen stro van haar paradetaal. Gooi ik haar pretenties in het hooi. Met hopen mest nog achterna. Ze is me wel de laatste merde.

Dag aan alle ongeslapen nachten, Cé. Je weent je wekker met spectakel wakker: het vervalst theater van je val en opstand. Schaamte voor je normen, al je waarden treffen blaam. Vermeld me niet meer in je sms-verkeer. Verbeeld je zelf een schizofreen en transpireer injecties door je ego, inhaleer de hele image building. Krakeleer je vellen, vreet je hersens op. De herfst werpt rotte bladeren in je bed. Je kop blinkt weg van gel-blasé. Je schmink verdrinkt. Och-arme kind.

20:46 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) | Tags: gedrein, geteisem, heipaal |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.