06-10-07

alma mater mals verzacht met dolorosa

Donderdagavond, tromgeroffel op het Sportkot. Spreek beleefder I.L.O. Onverkort eerbiedig uitge-schreven als het Instituut voor Lichamelijke Ontwik-keling te Leuven. Dat weet ik plechtig afgeketst van zot Andréke, hoofdportier en eerste bode van de hordes. Gokje wat hij ook mocht wezen. Grapjurk voor verwijfde jongens en gelijkgestemden. Hij verbeterde me in het verleden aan de balie. Blafte dat ik voor een kot terecht kon in de stad. Het waren hopeloos de-zelfde tijden als vandaag. Fataal barbaars, voorspel-baar graaf. André is afgetreden, wie weet overleden. Ik gedenk hem bij het ver gebrom, noteer de donder van de avond. Ik verken het donker, waag mij nader. Zet het op een dichter loopje als ik witte schorten zie en tricolore petten. Officiële mensen in een pretpark rond de piste. Zij bevelen kreten aan zoiets als dron-ken dieren. Sorry beestenvrienden, ik vergis mij hier. Het blijken ladderzatte slierten. Lamgezopen, omge-vallen kruipstudenten. Handen onvast aan de hielen van de voorknieler. Onderdanig lallend in de modder. Moeder, waarom leren wij? Studeren is een repete-rend lachertje. Wij steken onze rok en onze broek af.

Schachten zoeken puberale afgang, woekeren lang- en lijdzaam in het slijk. De petsergeanten pletsen op een blote dij, het geil verschuift en glijdt voorbij. Een klets voor wie de kop opsteekt, de trommel geeft het ritme van het nieuw sadisme aan. De masochisten zijn een makke brei. Ik ben een kijker en een opschrijver, de tijd braakt traag voorbij. Ik bevraag de kapo’s van het sporterskamp, geef verbaal een stamp aan neo-nazis. Ik negeer hun klein verstand, vergis mij simpel in dit vaderland. Een armer Vlaanderen, achterland, plezant van knarsentand. Maak aanspraak op een dooppolitie. Of een burgemeester die hen mores leert.
Nietwaar Dolores? Zij is een dame die bestaat, ze is de zuiverheid, het onvervalste verse zuiden. Fruit van eigen bodem, pletwals van het perziksap. Een nood-remedie tegen zeden van de nozems en onnozelaars. Wie niet horen wil, die voelt haar niet. Zij is een meta-foor, een Doloroos, een meisje mals van wortels. Hou van haar, soldaten van de harde sociëteit, vandalen van vernedering. Kruip voor haar, sta recht, gespuis. De schoonheid van een vrouw verdraagt geen laag-tes, vraagt respect. Ze draagt verheffing uit. En treft genot. Ze doopt met blote boezem. God, wat is ze ongeweldig. Zelden heb ik lelijk zo met zoete inborst vergeleken. Zot Andréke had dit evenredig moeten weten. Vieze streken op zijn uitgestrekt terrein, de universiteit van pijnen en venijn. Ik pareer de Alma Mater met een Tante Dolorosa. En hanteer de kapstok van gewild geluk. Mijn dromen zijn bedrog maar geen verboden drug. Het hoofd blijft helder, buigt niet voor geweldig spel. Ik doop mij met geboden van Dolores.

10:19 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) | Tags: dolores, alma mater, dooppolitie |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.