02-10-07

rond de tafel met madonna en de jongen

Niet dat we met rasse schreden naar de Lange Trappen stapten. Borry strompelde immers mee, de mankeliekste kunstenaar van Leuven. Een schilderend uitgesteld genie. Hij is zijn tijdelijk weggespatte zelfportret. Hij trekt zich krommend van café naar staminee. Doorgekrukt van herberg naar taverne. Wij zijn de ondersteuning in zijn opzet, duwen zonder nukken, sleuren al zijn lieven mee. Bijvoorbeeld zwarte Belly. Zij is de felste. Lekker stuk rebel. Anders dan model Loretta, stil aanwezig, minder expliciet, subtieler het gedacht van Borry. Zijn bierblik piekert zich een ongeluk. Hij verzinkt van weelde in de vrouwenlust. Maar hij passeert Caro, hoe zou dat komen? Is er geen beginnen aan haar benen? Hoe krijgt hij al haar blote billen koppig op zijn ezel? Mijn probleem niet. Ik ben een halve gare in de letteren. Spetteren is voor andere kwasten. En Caro trekt op met professoren, bingo voor de academici. Borry is een erotieke boeddhistieker. Solotist.

Gelukkig is hij rustig, niet te stuiten. Waar de Duvel wenkt, schenkt hij ons zijn glimlach in. Charmante man met gulle luim, een schuimkraag van plezier in zijn gilee. Maar eerder vrolijk ingetogen, dikgelaagde ironie die pruttelt in zijn buik. Geen spat sarcasme uit hij, elk cynisme slikt hij in. Zijn humor sputtert soms naar binnen. Pruttelt impliciet, de gêne van goedlachsheid. Jongensachtig draaft hij door, met schalkse ogen, karig in zijn woorden. Mager en tevree met overleven in de marge van de stad. Wij kwamen hem zodoende tegen in gezel-schap, op zijn zaterdags met Belly. Wat ging ons lady wild tekeer. Het was weer Pieter die de pispaal was. Te stom en simpel ingepakt op een teevee. Te kakken voor het volk gezet, voor dranken- en voor damesland. Zo sprak het volkse evangelie. Volgens vranke Belly. Kater voor de jongeman. Geen kat keek mee, althans dat dachten wij. Maar nee, verklaarde Belly, deze stad zat op zijn roddel-gat. De schande werd een rel aan onze tafel. Arme Pieter schaamde zich voor niets. Was kranig met trappist. Dronk nog bleker door. Deed hij gisteren even donker, vertelt hij zijn relaas gelaten. Maar de week voordien bekwam hij van verbazing in de jail. Hij toont de sporen aan zijn dronken polsen. Mededeling: heeft een kind verloren in de vorige eeuw. Geen medelijden tonen wij, wij worden in ons koude zweet gepakt. Toch redt Borry nog het ogen-blik, hij monkelt ons eendrachtig. Belly etaleert haar talen, gaat met misbaar overstag. Ze zwiept een zatte Pieter kladden modder naar het hoofd. Ze matigt zich.

Vendetta in de binnenstad, de vetes en intriges van de opgefeeste stedeling. Een serie van vervoering en bezoedeling. De rook hangt om de roes. Ik neem een loopje met Loretta, noem haar engel en mijn redding. Sorry beste Borry, ik kan ons Belly hier niet helpen, zelfs geen centiliter meer ten beste schenken. Als jij slome Pieter droger stimuleren wil, geneer je niet. Hun diepte van verdriet ligt wenend in een tweelingwieg, weegt door van opgezopen tranenzat. Zij zijn de zelfverklaarde wezen van de wereld, weke telgen van een lallend paar, de trotse volgers van een rollend vat. Het bierenvolk zingt rock met koning alcohol. De snik zit in de slok. Dit slot bedrinkt zich met begrip, geen borrel wrok. Een boodschap ook: hef op die kop, met koffie. Zonder morsen enzovoort.

22:06 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) | Tags: madonna, engel, redding |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.