29-09-07

langs lanen van verlangen naar de maan

Ik loop op wolkjes laatste klaarte, leg de lanen van de stad op trage passen af. Ik ben op weg naar huis dat ergens staat. Ik weet in welke straat. Daar waar zij bij mij thuis is, zal ik heden gaan.
Zij ging weer heen vandaag. Vanavond komt zij slapen. Het kan zelfs ochtend zijn. Of dag. Ook overmorgen nog. De andere week, wie weet. Ik wil wel, bel haar weer een keer. Zij is niet aangekleed, zo zegt ze mij. Fluweel haar stem, ik zweef. De heerlijkheid, ze draagt misschien juwelen op haar huid. Mijn ongenaakbaar naakte bruid. Ik denk en fantaseer, zij heeft reeds afgelegd. De mensen zien mij blozen. Pendelaars, proleten en studenten, al wat langs mij drentelt met een gsm. Vertel mij wat. Een boodschap om de leegte weg te slopen. Hoop doet beven als de woorden smoren. Ongehoorde dromen. Leid mij in bekoring, meisje op de stenen, jong en dweperig gezeten. Met de hoge benen in een korte rok, de botten smijten dijen overeen, geen slip om aan te zien. Explosie op de dorpel, hitte bijt in billen. Vrienden aller tijden, Evelien en Guido zijnde, komt dat kijken. Inclusief de minnaars en de vrijers. Vrijgeleide voor de libertijnen, mijn partij. Ik prent het plaatje verder. In haar blote lijnen trippelt zij. Zij sijpelt door mijn kippenvel. Het bad stoomt witte slierten af. Verdamping in de spiegel, zij vertoont zich opgetogen. Strekt haar ogen open, streelt haar wimpers, steekt haar lok-ken op. Ze rekt haar leden. Riekt naar Gio di Arma-ni, beste Guido. Schittert schoner naar de Kempen, liefste Evelien. Voor alle mannen die beminnen zoals zij verkiest, hun vrouwen houden van haar milde vormen. Ik beschrijf haar trouw en stiller. Waar een weg is, is een wil om naast te liggen: legt zij al haar kleren in de breedte van de kamer, als ik haper aan haar raam. Ik ben een uitkijkpost, een standbeeld van verlangen. Pluk mij op en vang mij vlugger, rank gelukte. Wij tesamen hier op aarde, hete lucht plakt tegen adem. Zalig. Geen seconde zonder zonde. Noch een spat genade voor dit op-gedacht genot. Ik ben een opgewonden zot, de gekte van gemis zit dik te gissen in mijn zinnen.
Ik verminder mijn vermogen om nog door te lopen. Zienderogen val ik dieper droog. Mijn fantasie ligt in spiralen neer, parkeert zich aan een tafel. Het café bestelt vergeefs een climax, giet plezier in pinten bier. Ik drink het klare water. Hoor haar hees en later tot mij praten. Al haar lichaamstaal bestaat zoals de avondmaan. Een halve schijf die roder splijt. Zij is mijn warmte in dit ware nachtverhaal.

00:00 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) | Tags: mannetje maan, verlaten lanen |  Facebook |

25-09-07

met blonde zussen aan de haard gestrand

Wij praten sneller dan zij kan bevatten. Wij zien haar haperen, in gedachten stamelen. Zij is noch-tans clever, kwam van Californië over vliegen. He-lemaal clean haar ziel. Ze zit nu braaf en blond te staren. Grote glimlach in een aanslag, wij zijn weer-loos. Zie ons vragend sprakeloos te keer gaan. Wij gebaren onze stille handen aan een sweet Karlien. Genieten van haar sympathie. We vertalen tevens aandacht voor haar grote zus, de vrijgevochten Annelies. Zij is vijfentwintig, jongvolwassen neo-Belgisch. Fijn besnaard en met een aardje naar haar vader, Tiense emigrant van tachtiger jaren. De zusjes zijn geland met intervallen op het strand van Leuven. Annelies verpleegt wit-geel, verkent de regio en het kleine lijden zuidwaarts, stopt slechts aan de Waalse grens. Bespreekt haar werk- en hectiekdagen in het Engels, met Karlien, fragiel pas éénentwintig, kwetsbaar kind met tekstaksen-ten van een coast. Zij mist de zon, het witte zand.

Wij zijn verzameld aan een tafel op café. Wij klap-pen ons wat nader, naar een nabuurschap. Het avonduur klinkt verder. Onze vaste haard heet de Foyer, bij Maarten in de Pensstraat. Praatpand om het hoekje. Mensen zoals wij zijn sobere hetero’s, toch tevree gezeten naast de lesbo’s en de homo’s van het oord: taverne voor een ander soort. De zussen zijn wel meer gewend, hun roots zijn tole-rant onvlaams en flamboyant. Wij drinken wolken wijn met bekers bier en cola, lachen opgetogen van verlegenheid. Hallo die ober met zijn wiebelkont, hij flapperhandt en wandelt als een krolse kanjer, als een mietje op de catwalk. Onze aanblik schept ge-noegen in de kroeg.

Karlien ziet elk verschil, ze knippert stiekem naar het derde meisje. Die van mij, zeg ik bescheiden. Wie benijdt ons viertal alternerend in het klein ge-sprek? Wij mijden onbegrip en misverstand, verban-nen elke wanklank die zich klinkend opdringt. Ken-nen bij benadering alle kansen van Karlien, wikken schaars haar wensen af. Zij bekent zichzelf als lichtgewicht, een vlinder die de wind geen weer-stand biedt. Haar vliegwiel is een afgebroken wiek. Zij hinkt soms achterop. Karakter is haar laatste lot. Als zij niet kan lopen, zal zij kantelen naar de top. Amerika zendt zijn Vlaamse dochters uit. De meiden van verzet.

Zij kennen geen verdriet van België. Zij zijn hier om te wennen. Blijven wonen willen ze. Tot het vers geboren volk behoren. Doen ze reeds vanzelf. Een duo zussen schoon eendrachtig. Op talent en op volharding. Wie miniem is, moet zich motiveren. Projecteren naar de toekomst. Wie klimt sneller dan Karlien? Wij stellen dat zij al haar wegen zal verleg-gen, wedden dat zij winkels zal beheren. Wie weet wat nog meer? De grote liefde winnen, dat is zeker

21:11 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) | Tags: californie, homo, lesbo |  Facebook |

22-09-07

mijn kop reist in de wolken van haar rok

Het beloofde een mooie dag te worden. Zonder regen of verdriet. Ik groette de dingen en hier en daar een mens. De dieren sliepen nog. Ik stapte op de bus en zette me naast een neger. Veel bling bling rond zijn polsen en zijn nek. Het geneerde niet. Integendeel. Wij deelden een gesprek. Twee jonge Turken tokkel-den op zijn Vlaams een ochtenddialoog. Schoon om aan te horen. Nietwaar oom Tom? Eigenlijk heette hij John. From Congo, mister. Of ik een sister had en join-ten rookte? Aan het station gekomen was de deal al binnen. Wij deden een take five. Vanavond maakt hij kennis met mijn wife misschien. Mijn lady zal wel zien. De wereld is een speelveld. Zonder geld rolt geen geweld. Van opgewektheid kwekte ik bijna boutades. Quasi baldadig waar. Gek. Ik zag den dikke Deckers en ik remde af. Of was het Sven Ornelis met de onder-kinnen? Een ronde man sprong in de morgen op het mediaplatte plein. De trein verstomde. Zes polities waakten met hun buiken over kale nadars. Reizigers werden wakker met een geintje: Q is good for you. Ik haalde adem, gaapte. 

En ontsnapte aan de klapwiekdeuren van de opge-hitste intercity. Gisèle Ickx blonk op het plaatje aan haar linkertepel. Ik kreeg meteen een lel van haar. Verbaal. Ik had een late jump gewaagd. Haar fluitje uitgedaagd. Zij was de opblaasmeid met bolle wan-gen. Trots rood hoedje dat de toegang tot de trein bewaakte. Ik genaak haar niet, verdraag geen veilig-heid. Zij heeft mijn namen afgeschreven, ik geraak gewend aan zedenpreken. Geef mij meer Gisèles, ik verwen ze. Val daarna een lege zetel aan. Ontspoor, ontwaar een baviaan. Een witte man met een ba-naan, een smikkelaar. Hij kruimelt chocolade op het vensterraam. En brokkelt brood. Hij appeleert aan taferelen van de nieuwe weelde, geen manieren aan meneer besteed. Te blank, onnozelaar helaas. Het specimen met kloten van verwaand begaafd. Hij valt niet op Gisèle Ickx, zij vraagt zijn ticket om te rijden. Spijtig, zegt hij lijzig, op uw wissels reis ik gratis want mijn baas betaalt. En inderdaad, hij blaft gelijk. Be-wijst zijn overdaad aan onbeschaafdheid, graaft een vrijgeleide op. Ik stoot perplex zijn trommel om, het brood smakt op de grond. Gelukkig ben ik niet ge-wond. Verschoning voor de opstoot. Ik begrijp Gisèle, wil haar redden van verwende venten. Zij ontwijkt me, glijdt voorbij.  

Het is nog daverend laat geworden, naar de avond warmer opgelopen. John kwam langs met flikkerogen. In het zwart. Hij heeft mijn lady geenszins omgepraat. Zij reed zijn gladde bliksem van de rails. Zoals Gisèle, onvervaard een repliekdame. John staart in het hoge donker, rookt een trage paal. Ik haal in gedachten echo’s aan haar rokken op. En sprokkel restjes lef en ero-pret. Betaal mijn lusten af. Geduldig rij ik langs de lijnen, blij om periodieke tijden. Om de meisjes die mijn vrouw vertolken. Wolken mijmeren om mijn kop.

10:42 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) | Tags: echo, deal, joint, rails |  Facebook |

18-09-07

het magazijn verbergt een seksgeheim

Hij had met zijn vuile poten aan haar lijf gezeten, zegt ze luid en duidelijk. Niet dat ze zomaar misbaar maakt, of het cliënteel misbruikt. Ze werd wel de-gelijk hard bepoteld. Dat vermeldt ze in de massa. Ze hangt onmogelijk krommig achter de kassa, ze mokt haast vrolijk na. Ik schud eens met mijn kap-sel, wie had dat gedacht? Ze is een meisje halver-wege twintig, altijd druk en bazig. Nu verbaast ze me. Ik heb haar maanden mateloos voorbij gerend. Ze enerveerde mij met al haar onzintaal. De zotte nonsens op een hoopje. Elke dag betaalde ik de avondrekening. Een goeiendag nog, gauwer weg. Ik was de flauwerik, de man van zeven haasten, niet paraat voor een verhaal. Had ik het maar geweten van haar baas. Frederik met zijn grove handen.

Grote maten zijn we nooit geweest. Hij deed pre-cies alsof. En ik moest passen, lachte slap en sprak hem naar de mond. Ik kon gewoon niet om hem heen. Hij kakelde als de kip die dubbeldik aanwezig was. Tevreden in zijn etenswinkel annex dranken-keet. Een volkse jongen met een schalks jargon. Hij arrangeerde mij en zijn rayons naasteen, ik was steeds tweedes. Hemeltje Free, je hete kladden zaten aan die hele deerne. Zo vertelt ze hemel-tergend onverlegen.

Frederik kreeg de zedensectie over zijn geweten. Verweerde zich met alibi’s en argumenten. Waar-om moest een vent als hij, goed geschapen in zijn hart en genen, zich amuseren met het jongste lid? Ze leek een hardleers kind, geen opgewarmde vrouw. Ze was geeneens het pronkstuk van zijn mals bestand, een lekker zestal. Helemaal te veel om aan te strelen, grapte hij wel vaker. Dan lachte ik schaapachtig en gemakkelijk. Mannen zijn ver-dachte kameraden, ondanks vette schaamte onbe-schroomd. Hij deed de schande en de spelletjes, welles nietes ieverans. De overtaste griet bezweert me elk detail met zwier, ze vindt de opperkruidenier een vieze Free. Hij wou haar stiekem vriendje zijn, dieper in het magazijn verdwijnen. Het venijn zat in zijn staart, verklaart ze haar geheim aan mij.
 

Den dikke Fred is aan de deur gezet, zijn personeel getuigt van geen respect of spijt. Werd hij op tijd en stond berecht, werd hem een kloot of twee ter climax afgetrokken? Niemand spreekt hier stijlvol recht. Wat krom staat van de praat vandaag, valt morgen op zijn poten. Ik verzin dat deze erotiek misschien gewild had mogen zijn, het speelgoed van de baas zijn dominante onderdanen. Weet ik veel, het onheil is geschied, maar was het leed? Het kassakind geneert zich niet, ze klinkt nog on-gedeerd.

20:37 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) | Tags: magazijn, seksgeheim, zedensectie |  Facebook |

15-09-07

een jonge vrouw vraagt om vertrouwen

Ze zegt dat ze weg zal gaan. Haar geluk elders wil beproeven. Zoeken waar het leven zoeter is. Ik ben niet helemaal verrast, maar sprakeloos. Ik weet opeens geen antwoord meer. Zij blijft op hoge hakken naast me staan, verwacht een elegante oplossing. Of ik een tussenfase ken, een noodrem om haar vaart te stoppen. Ik heb niets te bieden, ben een aanbod uit de solden. Een jongen die precies doet zoals een man die niet beslissen kan, verslagen is. De stilte aarzelt op kantoor, wij zijn stamelaars, verstomde bureaucraten.

Een veelvoud van seconden later, het leken eeu-wen, zet ik koffie en serveer ik haar wat gratis warmte. Zwart gedronken slikt dit bitter weg, de verse wonde wordt niet beter doorgeschonken.
Hete dampen van ellende wellen op, de kringen lijken krengen. Wij versnellen geen gesprekken, denken verder en vertellen niks. Haar bovenlijf staat onbereikbaar stijf van onbegrip, ik bekijk een volle polo en ik zwijg. Ik ben een torso die versnel-der solo wijkt. We morsen beiden koffie, kuisen vlekken op, geen spoor dat achterblijft. Wat over-bodig werk dient nog gedaan. Zij schrijft een nota naar het leeghoofd van de baas, beaamt zijn on-danknaam en aanhang. Vege tekens die ons vals belangen. Trage zwanezang.


Wat een meisje lijden kan, een vrouw van schoon vertrouwen. Ik ga spoedig rouwen om een ranke ballerina, grienen doe ik niet. Verdriet is ons niet aan te zien. Zij steekt dit leed wel in haar kleed,
ze overleeft op hippe bips en vranke benen. Ik stagneer en berg de vriendschap als een souvenir, een blits juweel. Wij zijn voldragen tieners die te vaak verjaarden, ons vergaapten aan mekaar en onvolwassen rijper werden. Minder wijzer, ouder voor geen gram. Ocharme.


Morgen stapt zij op, of in het najaar. Wacht zij tot de kerst, zij doet maar, roep ik van de daken. Van verzaken aan verlangen. Met mijn talen kan ik niets bevatten, dit is onverstaanbaar. Ik wil woorden voor haar halen, maar verstom in staren. Rotjong dat ik ben. Kan ik verhelpen dat de wereld wreed is, dat een vreemde haar vervangen zal. Ik wil ver-trouwelijkheid: houden van wat vrouwelijk haalbaar is. Zij lijkt in dit geval onmisbaar. Een collega als een miss met flink verstand. Ze rebelleert met al haar leden, raakt mijn onderkant, mijn schenen en mijn tenen. Was ze maar gebleven, schrijf ik liever vanzeleven niet.

En wie weet wat geschieden zal? We zijn verschrik-kelijk vrienden, blijvend onverliefd. Een zekerheid om permanent te weten. Wat te overdenken geeft.

11:24 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) | Tags: miss collega, hippe bips, polo, torso |  Facebook |

11-09-07

aangeslagen tranen op septemberdag

Ze ijvert ergens op een eiland, onbereikbaar voor wat bijstand. Het verblijf bevalt haar niet, er wonen enkel eikels. Links vertoeft het oerwoud van de mannen, rechts regeert de zee van vrouwen. Ontoegankelijk brak terrein. Met gore grond, de grote ondoorwaad-baarheid. Het water is te diep om verse adem op te halen. De vertakte bomen in het bos versperren elke doorgang.

Daar zit ze zomaar voor zich uit te staren, denkt aan afgelopen liefdes, hoe het hopeloos is mis gegaan. Het zijspoor is een ongewilde nooduitgang. Ze sluipt haar toekomst tegemoet en wordt wat droevig. Wat een mens al slikken moet om op de been te blijven. Pijnen te verbijten, hartenzeer en leed geen kans te geven. Waterkansjes scheppen op wat hoop. Ze drijft op flink karakter, want dat blijft haar ware aard. Ze is kordaat en vastberaden om te slagen in de nieuwe versie van dit leven. Ondanks woestijnen van venijn, van tegenkanting en van dingen die soms lijken op verraad en haat. Wie vertelt de waarheid van dit vals verhaal? Collega’s isoleren haar, generen zich niet asociaal. En zij, zij doet maar tegen beter weten bijna niets. Maar tenminste iets, ze tikt verhalen in, de teksten van de opgelopen tegenspoed. Hoe ze haar zien komen hebben, dat ze net te fris bevonden werd voor welkom op kantoor. Ze bleek te onbeschreven vers, verstoorde normen van comfort. De oude zielen voelden zich gegriefd in onvolwassen jaren. Want een pronte dame woog op onverdiende trots van ambte-naren. Ze lieten haar verkommeren en ze laten haar begaan. Na lange dagen werkt ze verder aan zichzelf. Ze geeft geen kick, ze snikt inwendig. Stiltes zijn haar deel, verveling streelt haar leden als ze weer niet weet wat zeggen om iets uit te leggen. Dat ze leren wil, en veel proberen. Kansen keren, denkt ze in haar dromen, net geen dagmerries. Wie helpt haar twee minuten verder in de uren dat ze tegen muren op wil lopen?

Blijven hopen is een laatste strohalm om de twijfel te vermijden. Voor een tijdje toch, ze koopt zich grein-tjes kracht en moed, klopt op goed vermoeden zachte toetsen in. De taal verschijnt en plots verdwijnen te-kens, staart de leegte radeloos. Het bureel blijft spra-keloos apathisch. Gelaten start zij nieuwe lijnen op. De eenzaamheid verlaat haar niet, zij ziet zichzelf soms wenen op het scherm. Zij is een rijper meisje dat een eindje incasseren kan. Voorlopig toch. De te-genslagen krijgen haar niet klein vandaag. Morgen is nog zonder aanbod in de zorgen. Overleven in het korte heden is aanwezig, schone troost van stilstand, niet bewegen. Het bestaan volhardt tevreden in zich-zelf. Het meisje feest extern verzwegen op een elf september. Een verjaardag op haar ééntje. Sterkte & de beste wensen, lieve B. Van mezelf en ook van G.

19:56 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) | Tags: elf september, beste wensen |  Facebook |

07-09-07

het versneld geluk liep langs in leuven

Ik heb onverwacht een prachtige sliert zien lopen op de Bondgenotenlaan. Een sjieke supergriet die langs kwam wandelen, ongezien door alle anonie-men. Leuven stond erbij en keek niet rond. Ver-stomd voor geen seconde. Alhoewel, een slinger-meisje stapte swingend door de stadse namiddag. Ze deed de late zon verbleken, was mij zeer gene-gen. Zij flaneerde, ik flateerde. Een genoegen van ontmoeting. Hoogst bevallig zwart, ontroerend haast. Ze stak haar handje op, ze schonk een glimlach en het witste wit van tanden. Ik herkende knuffelkop en huppelkontje, zachte snok van op de korte afstand. Honderd meter aangetrokken. Elodie is zeer modaal, normaal mondain van aard. Haar naturel is elitair. Een sexy winkeltasje, hippe pas-sen afgemeten, trippelen. Hopla hela. Hola jong. 

Hallo zeg steltenlady. Ik knik en slik je, streel je met mijn blanke blik. Ik meet je onverlegen benen en ik schrik onmiddellijk. Dit is bangelijk Belgo-Afri-kaans. Een donkere vondeling uit Boutersem, ge-zonden in een mandje van belofte. Te mooi om zomaar te verstrooien. Dat heet dan onuitspreek-baar: Ouedraogo. Er is geen echt begin of einde
aan haar naam. Vrijpostig kies ik voor de eerste melodie, haar elegante aanzingnaam.

Elodie liep onlangs op de televisie, in een missie met gazelles. Met zijn vieren vierden zij gezellig hun victorie, overdonderend brons beplakt. Een ticket in hun zak voor komend jaar, de estafettedans zo ver van huis: olympisch pieken in Osaka. Ik sprak haar over afgetobde tijden en het afgetrainde lijden, sprong en holde door mijn woorden, nam een plotse horde mee en strompelde meteen. Zij twijfelde even aan mijn streven, tolereerde stiekem deze ijdelheid.

Vertederend toch. Een Belgisch Vlaams talent met Afrikaanse teint. Haar accent is stemmig Brabants, overvalste taal van afkomst en geborgenheid. Een meisje van bij ons, een lachebekje, opgeknapt ge-zond. De antipode van wat dom en blond is. Met permissie antilope, als ik mijn lyriek uitrek. Slimme zet. Zij etaleert mij heel haar aangeklede lichaam, geen verzet heb ik in petto. Prettig is dit intermez-zo, sport wordt kunst op sprintersdijen. Spikes be-klijven. Elodie is bliksemsymphonie op pistevelden, panterfantasie van het geveld tartan. Een atlete die kan klieven als een scherp versneden parel. Schoon gerief.

Ik adem ongeschonden verder als zij traag ver-vaagt, de bocht omgaat. Het leven is extase in de nagelaten fase. Afrika is onze native vader en ons goede moeder. Vlaanderen plant zich voort in volk van andere bodem. Een gekleurde ploeg van ange-lieke stukken, zwoegend in het zweet en voor een kwartje zwart. Het stokje gaat van hand tot hand, glijdt langs geniale lijven. Climax in de opmaak, met verlengde Elodieke schakel, de gepolijste schat van eigen land.

Met glans bedankt, genadig ogend meisje. Glorie voor je hoog gesprongen vlucht, je opgelopen historiek. Groot Leuven leest je potentieel, smelt van ongekende exotiek. Deelt versneld in je geluk.

21:50 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) | Tags: elodie, estafette, gazellig |  Facebook |

04-09-07

ze werkt de kantjes van de mannen af

Het is haar tweede werkdag. Gisteren droeg ze zwart Chanel, een zedig mantelpakje. Een deca-dente blik paste daar niet bij, ze sloeg de bliksem-ogen neer voor elke zelfbedachte dandy die pas-seerde, de meneren met vergeefse kleren aan. Ze waren met opvallend veel. Dat denken ze dan wel even, dat ze imponeren. Ze slikte, wikte en be-schikte over mannen in het aanbod op kantoor. Niemand die haar stoorde met zijn score. Omwille van te lichtgewichtig.  

Nog was het gisteren dat ze hard probeerde, deed alsof ze dingen wilde leren. Ze kon mals en makke-lijk tikken, op haar hoge hakken aandacht pakken. Dan komt ze bij de grote baas op kleintje koffie, koekje, open doekje als begroeting. Zeg maar Ar-mando, schatert Op Den Bergh Armand, hij lacht zich dichter bij haar starend décolleté, wat valt het diensthoofd diep. Ze liegt geeneens, vertelt hem wat ze wil en wat hij kan verwachten. Schoon ge-dachten. 

Vandaag is ze vrolijk aangeland, ze blaakt van blije aandacht in zichzelf. Klasseert de ochtend op een drenteldrafje, rookt een stuk of zeven sigaretten, prettig werken is het hier. Ze springt eens binnen bij Armando, hij verschiet van haar systeem. Pro-blemen voor een ander, redeneert hij. Zij geneert zich niet, ze is zijn evenknie. Armani-jeans en Hermès-hemd. Leuven kermis bovendien. Burelen sluiten vroeger, een genoegen voor de baas en zijn bedienden.

Zij worden vrienden, denk ik reeds intiem. Zij heeft hem liggen, wringt hem in haar schema. Wegselec-tie van collega’s is een thema dat zij kan beheer-sen. Grappig en voorspelbaar, venten zijn als miet-jes, slappe pieten die bezwijken voor de knipoog van een knie. Ik mag haar wel, een dame met veel branie en frivool talent. Zij werd in deze hete ogen-kooi gegooid, gedraagt zich als een makke prooi. Dat wordt gedacht, zij tracht te overleven op haar fraaie veren.
 

Veel werd haar gegeven en nog meer vergeven. Ook het bed van Op Den Bergh Armand zal niet be-geven. Maar Armando zal weldra wonden likken. Zij verslindt hem in de tussenfase van een vluggertje, laat hem rukken van ellende na haar sekspassage. Want zij kwam slechts langs, verkende deze bende, koos een hoge bolleboos, verwende hem en rende verder. Ik ken haar langer. Zij vertelt mij vele jaren van haar leegte: vaak gepleegde eenzaamheid. 

Ik kan dit niet verhelpen via snelle therapie, ik ken geen langzaam-aan-remedie. Zij belt me telkens als haar trage hart gaat haperen. En dan stel ik zoals steeds de vragen. Geef vanzelf de afgezaagde ant-woorden. Dat ik het eveneens niet weet. Dat zij zomaar met haar charmes kampt, met de mannen danst. Genadig, soms genadeloos. Ik word hiervan niet radeloos, het is haar aangeboren. Meer heb ik niet te zeggen over deze soorten aanleg. Sorry.

Zij legt zich telkens weer verloren ergens. Hopeloos ligt zij bij de nieuwe liefde neer. Zij troost zich mor-gen met de hoop op minder triestigheid. De exit van een vent en vers verdriet. Bonjour tristesse, nouvel amour.
Het doet er zelfs niet toe, c'est la vie toujours.

22:45 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) | Tags: hermes, chanel, decollete |  Facebook |

01-09-07

zij ademt damesjaren warme adoratie

Mijn slaapkop komt de krakersdeur uit hapert op de naakte ochtend van de lege traphall staart onwe-zenlijk de kale lift in als zij snel de bocht afstapt op blije tred haar blonde lokken met een glimlach die de dag wil openbreken smeekt haar mond mij on-geduldig vol van spreekgeluk zij heeft de nacht be-dwongen gulzig natte dromen overwonnnen tot het groot genot dat pakt mij op mijn morgenmaag ik vraag haar korte aarzel van benadering stamel onbetamelijk smakelijk hoe het gaat vandaag haar meisjesstaille ogen van genade zien mij graag de wind zit goed de zon komt op geen druppel regen in ons wederzijdse hart wij wandelen in de wolken nevel van de verse straten stoepen aangelegd op onze passen die zich op de tast niet haasten baat het wat wij laten en verhalen onverlet verpraten de gezegdes pret in bed wat had ik te vertellen wij zijn vrienden liefste vrouw vriendin van maanden die verjaren zonder eenzaamheid met twee wij komen open inborst tegen warm genegen trek ik haar ge-dachtenloos opeens ik doe alsof langsheen mijn nieuw gilee waar snee op zit de snit en naad van onbegonnen overdaad ik ben een dwaas een on-verlaat zij gaat nog verder mee verandert stiekem stappen op haar vrolijk voorste been een blote knie is niks dat hinderen kan ik praat haar onverminderd aan zij kantelt opwaarts met de rokken spant de conversatie strakker grapt verliefd wablieft gij rakker uit mijn dichte buurt dit uur is licht van voet gemoedelijk stotter-stotterwoorden die gij stort het kan niet op ik zeg geen plotse stop begot een vloek wordt afgeroepen over moeë mensen moeder waar-om bang zijn angst is opgelost in witte blouses zie ze blinken naar de dag die openbarst haar knopen springen hoor ze zingen een sirene snijdt mijn adem af de schone stapeljaren vallen om en over mij zij gaat crescendo keert zich nooit meer weet geen weg terug verklaart mij plechtig openbaart zich klapt van overleving in bewaring want er staat geen maat op haar affectie een reactie adoreert de steelse wegen gretig geen complexen zij is sexy voor haar jaren maakt mij erg verlegen ik een ridder van de erotiek beminnen mag ik niet en wil ik wel wie zal het zeggen morgen is het feest van wat geweest is geweest haar leven achtenzeventig ach zo onvolledig kan dit bijkans helemaal wat prachtig mijn gedacht zij is een diva die de tachtig nadert uitlacht onversaagd haar kansen gaat wie doet haar wat en waarom zou zij achterhaald zijn buur-vrouw houden zal ik van de vreugde in uw ondeugd eeuwig swingt een blos frivool van damestrots enzo

19:41 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) | Tags: adoratie, damestrots, meisjestaille |  Facebook |