29-09-07

langs lanen van verlangen naar de maan

Ik loop op wolkjes laatste klaarte, leg de lanen van de stad op trage passen af. Ik ben op weg naar huis dat ergens staat. Ik weet in welke straat. Daar waar zij bij mij thuis is, zal ik heden gaan.
Zij ging weer heen vandaag. Vanavond komt zij slapen. Het kan zelfs ochtend zijn. Of dag. Ook overmorgen nog. De andere week, wie weet. Ik wil wel, bel haar weer een keer. Zij is niet aangekleed, zo zegt ze mij. Fluweel haar stem, ik zweef. De heerlijkheid, ze draagt misschien juwelen op haar huid. Mijn ongenaakbaar naakte bruid. Ik denk en fantaseer, zij heeft reeds afgelegd. De mensen zien mij blozen. Pendelaars, proleten en studenten, al wat langs mij drentelt met een gsm. Vertel mij wat. Een boodschap om de leegte weg te slopen. Hoop doet beven als de woorden smoren. Ongehoorde dromen. Leid mij in bekoring, meisje op de stenen, jong en dweperig gezeten. Met de hoge benen in een korte rok, de botten smijten dijen overeen, geen slip om aan te zien. Explosie op de dorpel, hitte bijt in billen. Vrienden aller tijden, Evelien en Guido zijnde, komt dat kijken. Inclusief de minnaars en de vrijers. Vrijgeleide voor de libertijnen, mijn partij. Ik prent het plaatje verder. In haar blote lijnen trippelt zij. Zij sijpelt door mijn kippenvel. Het bad stoomt witte slierten af. Verdamping in de spiegel, zij vertoont zich opgetogen. Strekt haar ogen open, streelt haar wimpers, steekt haar lok-ken op. Ze rekt haar leden. Riekt naar Gio di Arma-ni, beste Guido. Schittert schoner naar de Kempen, liefste Evelien. Voor alle mannen die beminnen zoals zij verkiest, hun vrouwen houden van haar milde vormen. Ik beschrijf haar trouw en stiller. Waar een weg is, is een wil om naast te liggen: legt zij al haar kleren in de breedte van de kamer, als ik haper aan haar raam. Ik ben een uitkijkpost, een standbeeld van verlangen. Pluk mij op en vang mij vlugger, rank gelukte. Wij tesamen hier op aarde, hete lucht plakt tegen adem. Zalig. Geen seconde zonder zonde. Noch een spat genade voor dit op-gedacht genot. Ik ben een opgewonden zot, de gekte van gemis zit dik te gissen in mijn zinnen.
Ik verminder mijn vermogen om nog door te lopen. Zienderogen val ik dieper droog. Mijn fantasie ligt in spiralen neer, parkeert zich aan een tafel. Het café bestelt vergeefs een climax, giet plezier in pinten bier. Ik drink het klare water. Hoor haar hees en later tot mij praten. Al haar lichaamstaal bestaat zoals de avondmaan. Een halve schijf die roder splijt. Zij is mijn warmte in dit ware nachtverhaal.

00:00 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) | Tags: mannetje maan, verlaten lanen |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.