25-08-07

verstilde vrouwen oogsten in augustus

Zaterdagnamiddag. Deze stad plakt warm. De stra-ten dampen, zwalpen van augustushitte. Mensen zijn zo landerig, zo moe, verlangen naar verfrissing. En naar liefde, naar september. Augustus is te on-genadig, maand van geen erbarmen. Alleman ziet dit heden eenzaam (dat bedenk ik). Betty knikt, bevestigt elke vaststelling. Zeer minzaam groet ik haar. Ziedaar de fiets met Chrissy, die remt af, een minirok verstrakt. Dan komt het meiskemijn de bocht om. Gerda lacht. Wij overleggen. Wie is klaar voor wat, waar ligt het pad om op te stappen? Onze wegen splitsen, Chris en Betje gaan een kaartje leggen, in de handen klappen, tranen plengen, wijn verdrinken, knap zijn en bekoorlijk. Ik hoor hun kreetjes die de week bespreken. Alles zat weer tegen, mannen zijn een hoofd vol mokerslag, een hoop ellende. Gerda maakt een grapje, gaat parmantig zitten. Kruist de bruine benen, factor zeven, zonder fantaseren. Laarzen sluiten om haar kuiten. Kleedje van La Dolce, kapsel met een sexy klak. Ik kwak mij naast haar op de wolkenkrabber, ons balkon bereikt de hemel. Kijk, beneden dansen lang verlengde benen. Is dat die opgewonden éne: jong-olympische atlete? Gerda gokt en monkelt, ik speel pokerface. Wij hebben zicht op Caroline, zij loopt het drukke burenduo op het lijf. De boezems botsen, kopjes kussen, een drievuldigheid bepraat het ongeduld. Geen onverschillig ongeluk verdient hen. Wij bespieden en genieten, Gerda en haar ik-man, onderschrijver van de trage tijden. Grager had ik blije bloemen in de groep gesmeten, ik ontbeer een beetje lef. Of lief en leed, beweert mijn strak gelaarsde (rappend): raap restanten op, vergeet geen wonde dicht te smeren, striem de grieven plat. Ik streel haar adem, weet niet waar mijn handen zijn gebleven. Wij verspreken oud belegen maanden naar de vaantjes, lopen door naar Betje, Chrissy en Caro. Illusioneren wat. Ideeën associë-ren hete vrede. Wij verzamelen ons en onze dran-ken, stichten een terras. Wij lichten glazen op en praten vranke taal, de zomer schaamt zich nog. Caro gaat liggen in het gras, zij plukt de blaadjes, steelt geen planten. Gerda is het tafereel genegen, giet de wijn in blanke handen, Chris en Betje likken zich de vingers. Ik verdwijn, het aanschijn van een zwerver die de breekbaarheid afschrikt. En toch gelukkig is, gebreken deren niet. Het onbelang lost op. Zodat de zomer en de oogst en schone ogen samenkomen in de lommer. Vrouwen houden van.

 

09:50 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) | Tags: betty, caroline, chris, gerda |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.