05-08-07

knappe aristocraten anti valse paapsen

Dat vind ik het mooie aan Harry Mulisch, zijn uiter-lijke persoonljkheid. Dat branie, dat onverstoorbare, dat bijna hogepriesterlijke. Zijn blufpoker ook, een inzet op altijd groot gelijk. Heeft hij ook. Hij slaagde haast in de ontdekking van de hemel, net niet vol-ledig. Maar de worp was meesterlijk, de uiteindelijke mislukking een overwinning op zichzelf, een zege van het menselijke falen. Niemand herschrijft de bijbel zomaar, tenzij je Mulisch heet of God, zijns gelijke. Wat moet zo’n man nog bewijzen, hij cre-eerde zelfs De Aanslag, daarmee werd alles gezegd over verantwoordelijkheid en lijden, over de grillige basis van mildheid, over de wetten van het toeval die ons domineren. En dat wij bescheiden moeten blijven. Klinkt paradoxaal uit de mond van Mulisch, hij twijfelt geen seconde aan zijn kleinheid, daarom lapt hij de wereld aan zijn dandyschoenen. Hij draagt onverstoonbaar zijn kostuum van onaan-raakbaarheid, blaast de triviale basis weg, de filo-sofische marginalen van het ogenblik. Zegt dat hij het ook niet weet als hij het inderdaad niet weet. Maar weigert wuft om dood te gaan, de ordinaire sterfelijkheid is niet aan hem besteed. En Harry meent het, of hij speelt het, waar zit ergens zijn nuance? In zijn hanteren van het lot, dat lijkt soms op een spotgedachte. Claus erkent hem als zijn gabber, gunt hem evenzeer die Nobelprijs. Zoals Mulisch zelf zijn rechten claimt. Hij was geen vrind-jes met die andere grote godheid, hij die met kaar-sen waakt vanop een wolk, wij citeren Gerard Re-ve. Deze ging hallucinerend zijn weg naar de hemel. Zijn Amsterdamse heren-antipode streeft naar overleven, beide zijn verwant in materies van de zelf-creatie, boven de aarde zoveel hoger aanbe-land, aan het klootjesvolk ontheven. 

 

Effe temporiseren, ik schakel lichtjaren naar bene-den. Kom op harde bodem neer, val voorwaar op de kop van Yves Letereme. De rest is pure logica, u pakt de tegendraad hier verder op. Vul alles in wat Harry Mulisch niet kan zijn, vooral niet zijn wil. Het grijze miezerige in een vent, het chagrijn, de stille nijd, de achterbaksheid. De hoge poten met gekrul-de tenen. De monkelblik van ik zal u verdorie nog wel strikken. Dat reactionaire, puur obscure, dat gebrek aan openheid en flair, aan elementaire ero-ticiteit. Leterme is de vleesgeworden anti-seksua-liteit, Mulisch sliep met meer dan duizend vrouwen. Ach, wuift hij nu die rokken weg, niets om mee te pronken. Leterme glundert slechts bij zatte zwans en dansmariekes, verslikt zich bij de woorden string en slip. Had een hekel aan de serie Willy’s en Mar-jetten. Geen vuil janetten aan zijn lijf, liet zich wel een baard aannaaien, komt hij nooit meer onderuit gewaaid. Hij was de slappe keuze van een kudde landgenoten. Wij zijn een volk van lamme papzak-ken. Krijsen in het termenkoor dat onze schulden dikke smos zijn van de sossen, droppen onkans bij de Walen, keren elke malchance naar ons vader en ons moeder. Schuld en boete, wie misdeed, die moet hitsig bloeden. Geen erbarmen heeft die man, zijn discours loopt dood bij logge zondebokken, droge stoplappen, doordronken dorpszotten die de dorsvlegel torsen tegen elke schuinsmarcheerder, bedenkers van de libertijnse zeden. Op wiens ge-weten teert dat soort waarvoor een formateur de deuren inbeukt? Kunnen zij gebeurlijk lezen, dat zij Mulisch en De Aanslag tot zich nemen. Om de nieu-we deemoed aan te leren, inclusief (met schroom) vergeten en vergeven, elke misstap proberen rela-tiveren. Vlaanderen hapert, hamert zich nog vaster met Leterme. Wij zullen veel te laat ontwaken, sla-perig in ons achterlijkste nachtgewaad. De nieuwe zeden kloppen aan, wij gaan een potje zeveren. Wij wonen verder uit de schaduw van de Rede, sluipen van de paden van Verlichting weg.

Meester Mulisch, geef een teken, schenk ons volk een lering, schop de elitaire populisten over hun drempel van ellende. Ik doe slechts een poging, wie doet beter? Hippe tsjeven als Van Rompuy Herman of zijn regelneef Johan, komt Blauwbaard Guy terug van Olijvenland? Misschien geeft Mulisch Claus een wenk, na aangebrande grapjes over klassewijven. Wij houden van hun open ondergrond, het bewegen in ontblote tegenstroom, de hete guerilla van het gezonde stadsverstand.

23:34 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) | Tags: harry mulisch, hugo claus, gerard reve |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.