04-07-07

in alle staten, onze straat op stelten

Vanavond was het plotse crisis, radeloos beraad. Elletje kwam op me aangesneld, in een haastig Prada-truitje, blote buik en jeans met gaten van Galucci. Fucking botjes, haren in een dot, de adem afgesneden. Ik zat wezenloos te tikken, verlegen om mijn onmacht. Sprokkelde woordjes tegen, tokkelde hopeloos door. Onnozelaar, bedacht ik stom. Ik speelde met mijn laptop, afwezig bezig zoals op mijn hoofdkantoor. Zij sprak de bange taalballast, de verdachte trage gang van zaken.
Ik keek haar aan en zag de vragen in haar blik.
Ja, ik wist het van Bettina. Nog vermist.

 

Ik had de dagen ongenadig opgeschreven, dat was van zaterdag geleden. Ik zag ze vrolijk kletsen op de laan beneden. Zij tevreden, ik discreet. Gedwee. Met hun tweeën violeerden zij de zevende melodie van Beethoven, of zoiets. Of misschien een andere top tien-sonate op het leven. Zweven deed ik van genot. Hoho. Ik paste op devote afstand in een onverwachte metafoor van Echternach, ik hou van zedige seks in de processie. Om maar te zeggen dat ik goedgelovig ben. Tot op de dag van heden. Want zij is verdwenen. Waarheen heeft haar weg geleid. Heb je veel geleden, Betje? Elletje bidt en smeekt me, maar ik kan niets ter zake noch de fac-to weten, ik ben ongeleerd een machteloze man. Wij bidden. Even maar, wij worden altijd snel be-schaamd. Wij prefereren eerder smelten, daarna smachten. Ik mail een bede en mijn lady sms't een beetje. Waar ben je, Betje? Hang je ergens vast, bevangen door een zwarte kanjer of en zware kater? Is dit slechts een pretje, klein verzetje? Bel ons en vertel het, kwetsbaar mensje, meisje toch.

 

Ik reik mijn kanten zakdoek aan ons Elletje. Snotter stiekem zelf uit haar bereik. Krijg geen enkele traan geplengd, ondanks nat geluid. Ik ben een valse huilebalk. Mijn hart raakt in de war, zit klem, ver-kleppert. Dit zijn harde tijden, ik verteer het lijden van Bettina. Troost mijn lieveling, de pose van een tweeling. Ik zie mijn sterrenbeeld en krijg ideeën uit de hemel. Een mysticus ben ik bij wijle, ik ga er soms op geilen. Ernstig, Elletje, ik heb een visioen ontvangen. Op mijn gsm. Is daarop ingesteld. Een G8 met factor X van Nokia. Gerold uit verse solden, altijd prijs. Want daar verrijzen de opgeviste regels van ons mismadam: ben onderweg, was op hotel, het was er donker, sober eten zonder drinken, heb weer kleren aan, ik leefde op de tast, etcetera.

 

Wij hebben nog een borrel cola uitgeschonken. Een mango uitgeperst, of dat niet kan, een tango afge-danst. Was dit zotte zwans of nagespeeld ambras? Bettina walst en zweeft weer, weelderig komt ze aangeschoten, op ons toe gedwarreld (rok en rol-lend) als een hoopje verse sneeuw, gesmolten zo-mer, op onze opvang afgestreken. Wij zijn haar on-bevlekte paar, haar nakende ontvangenis. Met grote graagte en geduld. Wij doen haar boete met genoegen. Zij is eeuwig zonder zonde. Schudt zich eens, de schulden van haar leven vallen af. Gezond lacht onze schoot, een aangenomen deelgenoot.

 

21:49 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) | Tags: ambras, botjes, taalballast |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.