24-06-07

Elletje gaf met Betje elegant van jetje

Behalve erotiek is er aan de titel geen spectakel vast te haken. Evenmin als aan mijn koffie, ik dronk hem zonder melk of suiker. Twee keer slikken en ik was al uitgepraat. Hun blonde glas blonk ondertus-sen van weldadigheid. Schonk praatvaardigheid, parmantigheid tot aan de warmste tolerantiegrens. Ik mag ze graag, in hun extreem verband. De gene-gen tegenstoten. Ik noteer gradaties in behagen, naargelang verzaken aan de zaak. Het gras is ner-gens groener, ook niet aan variante kant. Het weze zo, ik heb het opgetekend. Zonder ongenoegen.

Over naar het proza van de poëzie. De langste zo-merdag lag opgeblonken in de stad. Hun zonnebril zat dapper in het zwart gewarreld haar, met opge-stoken lokken, lees verlokking. Daar staarde ik zonder schaamte naar, schaapachtig. Ik zat erbij van aangename overbodigheid, een overtollig manspersoon. Mijn gedachten zwollen terwijl mijn woorden rolden, stolden. Ik was een hoop ballast op hun terras. Maar ik maakte geen ambras. Kuste afscheid en betaalde geen gelag. Toch nog goed gelachen, dacht ik in mijn straatje terug naar af.


Ben dan doolaard Robbe op het lijf gelopen. Zat weer moederziel alleen te prakkizeren. Op een bankske aan het water, alle eenden klapten met hun veren, kwekten van belangstelling. Pletsten van de seks. Want Robbe is de gast met kwasten, smoddert schoon met verf. En met het leven soms. Ook omgekeerd. Onlangs werd hij overreden. Een straatmodel betaalt daarvoor de rekening. Madam was hem vergeten bij het oversteken. Robbe stak met hippiehaar en kop onder het geweten van haar ranke wielen. Ge zoudt voor minder verzaken aan uw ezel, verklaart hij mij. Ik pak hem uit een op-stoot van compassie mee, daar kleeft geen greintje medelijden aan. Wij gaan een wafel eten. In het pannekoekenhuis, bij zotten Theo. Robbe noemt hem Theofiel, een subtiele woordspeling op zijn afwijking. Enfin, hij is een homo als een ander mens.


Kijk die ferm galetten daar, fezelt Robbe in mijn oor. Hij morst wat stroop (smeert hij altijd op zijn wafel, slagroom voor den deze). Ik trap niet in zijn grap, lijkt mij te slijmerig, een knipoog van zijn verfpalet. Schilders hebben kuren, kleuren elke werkelijkheid in. Dat weten enkel domme ganzen niet. Verdekke, Robbe heeft gelijk. Wij verslikken ons fameus, ikke dus. Welven Elletje en Betje plotseling voor ons op. Welgevormd, in vol ornaat. Twee madammen van formaat. Krijgt Robbe alle aandacht, klopjes op zijn hart en kuskes op zijn baard. Hoe dat het met hem gaat, of hij reeds te poot is, goeie kloot toch. En hoe groot de lasten en de smarten wegen, zij wik-ken hem terdege. Moet er nog meer stroop zijn, overdenk ik. Daarna lik ik langzaam slierten slag-room van mijn mond. Ik geef geen enkele kik. Ik vertik gesmolten woorden hier. Plezier zit aan de binnenkant. Zij gaan zich graag te buiten. Belletjes vertellen.

22:21 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) | Tags: robbe de schilder, de belletjes |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.