25-05-07

dagdroom door de telefoon gebroken

Wablief, dag darling, ik verschiet. Hallo verre tele-engel, welkom liefste, tere lieveling. Zo klinkt dat, zingt dat van verdriet. Door draden die verlengd verlangen, elektroden dragen in de nood. De droom op sporen zetten, letters trekken van verloren woorden. Als symbolen, zoals volgt bijvoorbeeld. Vergeet me niet, ik ben een teken dat kan spreken, aan je overkant, dat weet je, alsjeblieft. Ik dirigeer het lied van wolligheid en wolken, wandel door de hemel. Ik drapeer het leed dat laag hangt, neer-valt, op mijn kop een laatste deel. Ik heb je onge-weten niet begrepen, veel vergeven van vergiffenis vergeefs, gedeeld gemis. Er rest geen grief, geen ergernis. Een biecht verlicht een ziel, begrip ziet het hier zitten. Plicht is plechtig, je vertelt me van het licht dat niet meer scheen. Dat het donker je verwondde. Oorlog was op komst, de mond van het kanon, de holle onzin van de menigte, oorverdon-derend verkondigd. Afgemolken domheid en leeg-hoofdigheid. Gebreken van genegenheid. Geen enkele kennis van de kentering. Betekening van verse vrede. Dat is wat ik eerlijk zeg. Je hebt mijn wederwoord. De gesproken eer aan toonder, aan de telefoon geleerd.

Ik bespeel de horen. Ik jongleer onhandig, als een grote jongen. Ik noteer je openbaring. Klare taal. Wat je me vertelt. Ik sta opeens perplex, versteld. In rep en roer. En repelstelen geselen mijn vel. (Whatever). Ren naar regenstreken. Weg moeten we wezen. Om te wenen, stom en stil te zijn. Ik word bang en klein. Plotse dracht van onzin in de pijn. Wie heeft de draagkracht voor dit lijden, in de tijden van de helse onvoorspelbaarheid. Jawel, een spel, dat blijft het, wreed verschijnsel. Ik verklaar je later deze redenering, lees me verder, volg de wegen van genade.

Bid voor ons, gij mater dolorosa, arme moeder gods, bedroefde dame. Zonder kind lacht de ma-donna, laat geen spoor van zonde achter. Nacht vervalt tot brakke dag, de nevel breekt het leven wakker in de ochtend. Lonkt naar ons en lokt de lusten. Wees gerust en wees gegroet, de droefheid lost zich op in verse lucht. Je adem haalt het op de onrust. Vul je longen met de weelde, eet de zuur-stof van mijn hete tong. Ik duur een leven lang, verteer de eeuwigheid.

 

Allerlaatste regels van bezegeld thema, proza dat blijft hangen: het verlangen op mijn wangen lacht zich bloot als rood van kaken die gaan blozen. Ik los op in hoge blogosferen, word een witte schim (ontschminkt gezicht), een lichtgewicht, een vogel die ontlogt, onnozelaar (verklaart ze). Het deksel op het tekstheater, verraad aan elk mislukt (ach) getater. Maskers afgerukt. Dag maske.

20:31 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (1) | Tags: blogosferen, hete tong, repelstelen |  Facebook |

Commentaren

Verscheurend schoon.

Gepost door: Eva | 26-05-07

De commentaren zijn gesloten.