19-05-07

Betty zwierig op muziekklavier gezet

Eerst zag ik haar met witte laarzen die later hele-maal niet wit bleken. Bleek een fata morgana. Daar lacht zij uitbundig om. Levenslust, misschien heeft zij me liggen. Hola meiske, wat peinst gij wel van mij? We grappen in een taaltje dat geen stedeling verstaat, ons oudersidioom. Een dialect van inlan-ders. Ik bedoel het vol verzoening. Daar is zij het over eens. Zij herschikt haar kapsel, weerbarstig in de wind, we staan verlegen op de tocht. Weet ge nog van Willem, herinnert ze me aan de nacht-merrie. Weet ik niks meer van, ik meen het met mijn heel geweten, ik ben een zelfverklaarde zelfreiniger. Uitgekookte properman. Willem verdween met trage bochten uit haar leven, zoveel jaar en meer ellen-digheid geleden. Had ik Willem kunnen bekeren niettemin, willen weren van de lusten en de lasten van de kater? Plaats het vragend teken in een ander kader, verklaar ik Betty. Zij kijkt me aan, ik lees het hard verwijt, de spijt knalt uit haar zwarte ogen. Ik ben niet goed in mededogen, geen troos-ter van beroep, geen koster of pastoor. We toos-ten, droge witte wijn op cola zero. Wees voor-zichtig, schoonheid, mijmer ik, drink met mate met mij mee. Aan haar handen blinken ringen van ver-driet, van Willem weet ge nog. Hij werd afgelost door Walter, wulps met haar naar Brussel, swingen in de clubs. Kwam Anthony uit Afrika, atletisch donker, zwaar geschapen in de ledematen, haast twee meter hartstocht, acrobatisch in zijn passie. Zonder schroom smeet hij zich neer op haar ma-tras, geen spat ambras bracht zijn handel en zijn wandel in haar woonst teweeg. Windstil werd het, out of Africa, into folk, de knusheid flirte met de kuisheid. Geen geruis meer in de struiken. Hoe kon ik vernemen, blitse Betty, dat wij sinds barre tijden naaste buren waren, zeg nu zelf, gij rijper meisje. Geen flits kon ik ontwaren, je balkon hing nochtans op mijn hoogte, ik hield je voor een schim, de vlam van mister negerminnaar. Je hebt gemokt, gezwe-gen, zelfs geen vingerknip, geen teken van her-kenning doorgegeven. En zeggen dat onze wegen blij bekend van herkomst waren. Onvoorspelbaar is dit leven, deze triest verdachte aangelegenheid. Ik heb mijn nieuwe evenwicht, de vroegere genegen-heid. Veel soorten troost van pessimisme, het had zoveel erger kunnen zijn. Met dank aan alle over-leden dichters.

 

Beste Betty, ween niet meer, verspil aan niemand dit verdriet. Laat het duister en de stilte aan je uitgestorven loverboy. Verlaat je diepe dalen, stort geen dronken tranen in je afgrond. Dans weer met die witte laarzen, ze bestaan reëel. Je bent con-creet in beeld gekomen, dromen zijn verschoning. Pak elk gemist geschenk voor werkelijkheid aan. Reïncarneer in dit verdiende leven. Geef, ja beef, frivoliter van ziel. Versier een wissel op de liefde. Wiebel op die hoge benen, streel je roodgelakte tenen. Kleertjes en meneertjes, maniertjes op de kier. Kies je kansen en je wensen, Betty, neem je weelde van mij aan. Onze vriendschap kent geen grenzen, slechts die éne.

21:20 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (1) | Tags: betty, balkon, grenzen |  Facebook |

Commentaren

Is er een verband tussen die hier en u stuk in de rand overtijd? gewoon volgens googel...

groetjes, Elske

Gepost door: from elsewhere | 21-05-07

De commentaren zijn gesloten.