01-05-07

opgeflirt en traag omhoog gelift

Ik rem nog ijlings af, maar kan haar onmogelijk ont-wijken. Dit is de eerste keer frontaal. Nu moet ik er voor gaan, kleur bekennen. Ze heeft me uiteraard gezien, wacht met een lachje af. Ik stap aarzelend naar binnen, groet verlegen. Zij lacht me genegen toe, maakt plaats. We praten niet, staren naar ons lijftheater. De spanning stijgt, de trage lift zet zich in beweging. Wij moeten naar het allerhoogste, zij is in de wolken, zo blijkt weldra. Dat ze me welkom heet, blij dat ze gezelschap heeft. Want alleen is maar alleen, nietwaar. Ik weet het mogelijks van haar man, geopereerd omdat hij het op zijn heupen kreeg. Zij zit zeven dagen eenzaam als een verse weduwe. Weet ik wat dat is: een vrouw alleen? 
En of ik soms porto drink en graag patékes eet. Niks is haar te veel, ik mag mijn mening zeggen.
Ach buurmadam, maak het u gemakkelijk, kom maar bellen als ge bang zijt. Uw klein model bevalt mij wel, evenals uw modieuze retoriek, nog meer uw genereuze ziel. Gij zijt een moeke met een peper-koekenhart. Op uw bijna tachtig jaren is niets meer af te dingen. Prachtig is dat toch. Geniet ervan.


Suzanne, zo heet het oude besje, is een goeie meter vijftig, tweeënveertig kilo lichtgewicht. Ze draagt een Fabiola-kapsel zonder spijt, een foulard met grijze tinten, beige regenjas, ook bij zonne-schijn. Ze loopt wat krom van hormonale reuma, steunt soms op een stok, haar knieën willen niet meer mee als het hoofd op wandelen slaat. Maar de twinkel in haar ogen wankelt niet, ze monkelt als ze met mij spreekt. Ze vertelt me dat ze van in de vroege jaren zestig vast lag aan een ziekenkas, zoals de mensen dat gewoonlijk zeggen. Daar verschiet ik van, ik had gedacht dat ze ballet- of dansles had gegeven, geposeerd had voor artiesten in haar blote gat. Ze lijkt wat op een overjarige Anaïs Nin, wie weet wat zie ik in haar retro-beeld? Ze heeft me liggen, jongske toch, uw frank valt traag. Ze verklaart zich nader, vetrouwt me haar beroepsgeheimen toe. Dat ze als secretaresse koffie heeft geschonken bij een stedelijk zieken-fonds, ik mag weten dat ze vurig rood gezind is.
De eerste mei was overdosis feest, een lading volle maan. Alles voor de werkman, Frans sliep met de vlag, zij droeg frivool een roze wimpel. Hij, haar opgelapte vent, was mekanieker in de paperclip-fabriek. Kinderen hebben ze niet gehad. Graag ge-wild en geprobeerd, meneer. Maar de natuur stak tegen. Ge weet wel hoe dat gaat, plezant, maar brengt het ook wat op. Retorisch sympathiek, ze neemt me in de maling, denk ik. We klappen ons naar binnen, ieder in zijn eigen kot.
Ik heb gezegd dat ze maar moest bellen als ze moe werd van haar solitude in het duister, als ze verder wil vertellen. Ze heeft me achterna gefluisterd dat ze altijd eerzaam is geweest. Nooit uit iemands bed gevallen, met geen scheve schaats geslapen. No way menneke. Nochtans kans genoeg gehad (zedig beklonken met een knipoog). Dat verhaal heb ik nog te goed, straks of vannacht misschien. Slaapwel en snel Suzanne, bejaarde ballerina. Frans had u ge-pardonneerd bij mij. Zijn heupen doen het bijna.

 

21:03 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (1) | Tags: anais nin, balletles, fabiola |  Facebook |

Commentaren

De lift als plek om samen op te gaan, of diep te vallen, zei het afgeremd. Ongewild op centimeters van elkaar, enkele kubieke meter gemeenschappelijke lucht inademen om ze ongegeneerd en bezwangerd met waterdamp en etensresten terug beschikbaar te stellen. Maar veel wordt goedgemaakt door de snelle blik, het moeilijk te verbergen verlangen, het gedwongen samenzijn in de harteloze doos die door weet ik welke geniale onverlaat werd uitgedacht. Ontsnappen kan, als je het echt zou willen. Daar dienen brievenbussen voor, tenminste, als je omhoog wil.

Gepost door: raf | 02-05-07

De commentaren zijn gesloten.