18-03-07

vers verdriet verandert vaders ziekte

Het is zaterdag, lamentabele dag. De doelloosheid zoekt zich een weg, de leegte heeft zich in de straten van mijn stad genesteld. Een moedeloze soort. Niet verveling stoort. Geen wrevel op mijn geweten, geen gedachten, geen vergeten. Gewoon het niets, het grote niets dat schrik aanjaagt. Dat nieuwe angsten wekt. Ik verdenk mezelf, de zon-daar daags voor zondag. Eer het morgen wordt, moet ik mijn boete doen. Ik heb iets aangericht,
ik ben de dader van een plicht die ik verzaakte. Vader, waarom dool ik, waarop hoop ik? Vergiffenis is een groot gemis, het hoogst onmogelijke. Ben ik die éne ongelovige?

Ik bel mijn vader en vertel hem het oude nieuws dat ik verzwegen had. Vanwege zijn gebreken, ziektes, ander leed, zijn geest die niet veel weer-stand biedt. In een afgeleefd verleden was hij de grotere held van generaties. Hij kende alle evan-gelies, kon ons bespreken en bekeren zonder za-gen, zonder preekmoraal. Een ware biechtvader, dat was onze pa. Hét schone wonder dat hij van-daag aanwezig is, paraat en helder. Ik vertel hem dus. Geen uitstel meer, aandachtig luistert hij. Ik verraad mij aarzelend, hij geeft de voorzet mee. Kleine woorden van de grote wijze man. Het lang verhaal van uitgelegde liefde. Stilte valt verwacht, geplengd verdriet, een stem die lippen plet. En niemand die mij ziet. Mijn vader hoort mij, voelt zich aangesproken in zijn laatste rol. De toeverlaat van vroeger, onbezonnen van gezond verstand. Hij herleeft zich in dit heden van zijn zonen en zijn dochters: losgeslagen, vrijgevochten. Levenslopen en hun trieste tol. De pijnen en de wrijving. Glans en afgang. Onkans tot de opgang. In een mogelijk geval.

 

Een schouderklop. De oude troost. De inspraak van de nieuwe moed. Een warme klank, zijn dankbaar-heid ondanks. Toch lachen van mizerie, doorgaan met geloven langs dit miezerig mankeren, het afzien van geen verder leven. Tijd brengt raad, een vader bij de haard. Nog een goedendag beloofd aan wie afwezig is. Hij misspreekt zich zeker niet, dit is ge-meend. Ik geef dit teken in de teksten door. Daar-voor dient geloof in woorden. Trouw en vol ontzag bega ik zijn gehoorzaamheid. Een ouderskind blijft steeds een kind. Geborgenheid klinkt klef, is ner-gens laf. Een ouderwets gebod voor wie bemint.
Ik ben wel eens mezelve niet.

 

De tijd zal komen dat ik aan de graven sta. Mijn hart bereidt zich op een kerkhof voor. Daar ligt de dood niet terminaal. Warm straalt overleving in de geest. Het leven is finaal niet liefdeloos geweest.

14:25 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (5) | Tags: vader, verdriet, ziekte |  Facebook |

Commentaren

Ik wil iets schrijven, maar vind geen woorden voor zoveel eerlijkheid die ik met verstomming lees.

Gepost door: Eva | 19-03-07

voor mij is dit niet vreemd... Wat je hier neerschrijft is voor mij gewoon 'logisch'.Daar hoeft niet over nagedacht te worden:ouders hebben onvoorwaardelijk lief...dat is een feit en een natuurlijk gegeven;vind ik toch..:-) en,gelukkig..!
XXX
bb

Gepost door: bb | 19-03-07

Stom voel ik mij, in de twee betekenissen. Ik ben vader en had er een. Zwijgen moet ik nu.

Gepost door: raf | 19-03-07

- DWARS - "
Gladgestreken keek hij,
staarde voor zich uit.
Van hoofd tot huid
geen plooi, noch rimpel,
noch haar gekrenkt.
Zo de schouders, borst vooruit
te echt, te recht
bijna
een zwaargewicht getorst
bijna
in dwarse eenzaamheid.
"

Gepost door: x | 20-03-07

scheiden doet lijden stil verdriet dat men dragen moet
"tijd heelt alle wonden" zegt dan de cliché toogwijsheid
vader, zoon, oude wijze op den berg of hechte vriend ; wat baat het troosten,
wanneer men zich zelve niet vergeven wilt ?




PS :
lijdend zoekend speurend langs de straten lopend ... er is al in minder inspiratie gevonden (dat is dan weer de "positieve keerzijde")
PPS :
hoeveel zijden aan het lot eigenlijk ?

Gepost door: Jo Liep | 20-03-07

De commentaren zijn gesloten.