17-01-07

de belleman vertelt

De man heeft opgebeld. Ik was niet thuis, mijn vrouw nam op. Hij probeerde eerder nog, meer-
en meerdermaals. Hij spreekt steeds door zijn van warmte dichterbij verleden. Ik word verondersteld ietswat te laten weten, tekens van het minste leven mee te geven. In verband met mijn geweten. Nounee, niks geen dramatiek, gewoon maar mede-
menselijkheid. Waarom reageer ik tergend traag, lamlendig, zelfs verlamd, erg misselijk van mezelf, om te zeggen niet dus?

 

De man was een collega zoals héhélaas collega’s onbestaande zijn. Nergens aan te treffen op de werkerswereld, tenzij in zijn bereik van uitgestrekte handen. Maatje veel te groot voor mij. Ik ben een lafbek met mijn mond. Gesloten tanden klappen dichter dicht, lippen zijn verzegeld in het stomste zwijgen. Mijn tong wijkt verder, likt zich verlegen weg, verlegt zich plat te pletter.
Sprakeloos ben ik, ook laf, een ettertje. Een spetter van onvermogen blijf ik in mijn spreken, halstarrig ongebekt, geletterd met het grootste onverstand. Alom breng ik verstarring in het hart en in het harde ongezegde. Zeg het voort, de koren mogen kelen, woorden in de zangtaal kerven voor mijn conversatie in het falen. Inclusief de vieze vice-versa.

 

De man is ziek geweest, zijn vrouw was ziek, zijn dochter ziek. Hij meldt gezondheid aan de anderen, ook aan mijn adres, dat ik het goed mag stellen. Bezorgdheid van een vader die in de binnenkamers van zijn kinderen wil kijken, stil zijn geliefden vindt, daarnaast bekenden, trouwe vrienden. Zelfs de oude werkkring nog verkent. Daarom veelvuldig belt, geduldig bij herhaling, niets klinkt afgezaagd. Die mensen mist die hem ook missen, dat hij dit leze, heden, dat het hier geschreven staat. Aldus.

 

Zo maak ik mij pragmatisch van die dingen zoals schone plichten af. Op een drafje zonder zin met hermetieten tekst en uitleg. De woordenwoekeraar verzoekt aanvaarding voor zijn nagelatenschap, een verloren schaap, de afgeleide weg.
Hij (staat gelijk aan ik) vraagt geen boete voor een openstaande schuld, kletst zich trots doorheen het bos van tekstgeblader, tast doofstom naar lettertaal voor blinde bomen. Blablabla etcetera.

 

De confrontatie komt eraan. Ik bots weer op mezelf, een stalen wand van literaat, steriel getater. Sorry, beste maat. Als ik nog langer wacht, dan sterf ik met de woorden in mijn mond (“bakkes Marlon”), een hoogstens ongezonde binnenkant. De uitgesproken poging is in preparaat, verhaastig stomend komende. Ik bedenk versneld verstaanbaar iets met waarzin in de waanzin. Morgen bel ik wel. Het weer wordt zacht met windkracht wild. De storm is milder via gsm.

22:23 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (5) | Tags: belleman, bakkes, blablabla |  Facebook |

Commentaren

Mooie tekst, Borrelende Woordenstroom.

Gepost door: Eva | 18-01-07

Betrapt! Moah! Het is toch geen zondag?

Gepost door: Eve | 18-01-07

@Eefjes "everyday is like sunday" zong Morrissey, nee serieus Eve, ik had je horen aankomen en daarom rap een tekst geplakt

bedankt Eva ;-)

Gepost door: Marlon | 18-01-07

de stormwind is gaan liggen... dat het hier geschreven staat, aldus...
bellen marlon, doen!

btw. knappe secretaresse! heeft ze vandaag zin?

Gepost door: claire | 19-01-07

Marlon, eerlijk waar, der scheelt iets aan mij dat ik eigenlijk enkel en alleen maar geïnteresseerd ben reactie door te nemen en welke emoties en taalgebruik dat allemaal moge teweegbrengen, maar kijk, en eerlijk waar, ik ga mij es onderdompelen in uw nest en alla, wetend dat gij uzelven 'een ettertje' noemt en dan kijken naar de foto's om te kijken en mij afvragen of gij daadwerkelijk een ettertje zijt. Dat mag toch niet?
De gestalte zal ik geven in pietluttelige zinloze filmpkes en alla dat ik u moge ontmoeten daar volgende week maandag.

't is om 21u. Dan gaan we klinken.

Tata!

Gepost door: Marieke | 25-01-07

De commentaren zijn gesloten.