04-06-06

god & maffia

San Feliciano (23/5)

We kwamen terug van onze ochtendlijke jogging en stelden vast dat een ruit van onze wagen was ingeslagen. Alle boorddocumenten waren ontvreemd, de auto was vanbinnen bezaaid met glas. Buiten geen enkel spoor. Onmiddellijk stopten twee Italiaanse passanten, zij stonden ons bij met raad en daad, dat was niet weinig à la tarara. Eéntje belde meteen naar de carabinieri, een andere ging dadelijk op speurtocht naar mogelijke getuigen in de nabije om-geving. Twee oude vissers bleken niks gezien, noch gehoord te hebben. Ze bleken trouwens stokdoof en stekeblind, nochtans liepen zij over van schoon compassie met ons (zoals hun logge netten uitpuilden van de verse visvangst).
Wij kregen van de redders in de - helaas te late - nood de goed-bedoelde boodschap om ons te melden op het gastvrije politie-kantoor. Na hunner middagsiësta, van 12 tot 16 uur, zou men daar onze verklaring bereidwillig acteren. Waarvan akte.

Ten kantore van ons vakantiehuis werd éénzelfde medeleven emotioneel ontketend. Twee behulpzame secretaressen tekenden ons de reisweg uit naar de carabinieri-kazerne en legden onze afspraak daar ter plekke nogmaals vast. Ook kregen wij een noodgarage toe-gewezen voor de eerste hulp bij brutale breuk van autoglas. Wij snorden in tempo non suspecto rap daarheen, blijgezind alhaast, want ondanks het aangedane leed, mochten wij overal van welgemeende sympathie genieten. In de garage werden wij vorstelijk ontvan-gen, foto’s werden meteen genomen (van de schade, mét L. poserend naast de wagen), de  herstelling werd ons meerstemmig toegezegd voor twee dagen later. Op een dol kwartiertje placeerden zij vervolgens een micca-replica in het gapende venstergat. Wij zaten weer droog onder dak.

Ondertussen hadden wij ons thuisfront (zoon!) gealarmeerd voor kontaktname met de ver-zekeringsagent. In minder dan geen tijd klaarde hij de klus en ontvingen wij ook nog een rouwbetuiging van zijn hartsvriendin uit Zuid-Korea. De wereld-tam-tam had zijn werk gedaan, reclame voor de goede zaak. Wij hadden een zweverig en goed gevoel.

Na de middag togen wij naar de lokale carabinieri. De dikste jongen van dienst tikte blij-gezind in ongeveer vier wereldtalen (door elkaar) onze aangifte. De vraag naar een poten-tiële dader bleek daarbij niet relevant, volgens hem. Onze ristorno-documenta kregen alvast een prima prioriteit. Zeven handtekeningen later waren wij klaar voor afreis.
Terwijl wij nog uitgebreid pantomimisch en vrij sprakeloos verbroederden met de dienaar van de wet, werd hij alweer opgetelefoneerd door ons vakantiekantoor. Daar waren de werken stilgegelegd tot zij zekerheid hadden over ons administratieve lot. Een half uur later waren beide partijen eruit getaterd. Op papier waren wij in bella securitate.

Diezelfde avond trokken wij een flesje open en trakteerden we onze nieuwe kennissen uitbundig. Allen meisjes, héhé. Achtenveertig uren later werd onze nieuwe ruit geruisloos ingepast. De chrono liep en stopte solo op twintig minuten zuiders jongleren. De mecha-nico’s zongen vrolijke area’s, wij betaalden een rondje coca-cola en de volle rekening. Hevig ontroerd reden wij roerloos door het maagdelijke neo-glas starend naar onze bivak-plaats, weer een onstuimig avondje tegemoet. Waaraan hadden wij dit zuivere geluk verdiend? Misschien is God ook bendeleider van de maffia?

 

11:32 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.