16-02-06

la Paz geeft gas

 
In de dichterswereld geldt het als geen groot geheim, dat je om het te maken, eerst langs Jack van Hoek moet passeren. Jack, da’s een nobele kunstenman uit het nabije Eindhoven. Als je door dat poortje net over de grens kan geraken, zit je gebeiteld, dan wordt je verder verspreid in de Noordelijke Nederlanden, ons aangewezen afzet-gebied.                                                                                   
Van bij Jack loopt het makkelijk naar Meander, da’s weer een poëtisch trapje hoger, wel erg selectief, maar kwalitatief correct. Na Meander kan je opgepikt worden door de kleinere of iets grotere uitgevers, enzovoort.
Ik wil maar zeggen dat je de gedichtenbal ergens aan het rollen moet krijgen, dus graag Jack aanspelen.

Zelf was ik in een ongecontroleerd verleden een dichtend mens. Via de Poetry Slam’s in Eindhoven kwam ik ergens aan de bak, kreeg ik wat vaste grond onder een geliefd publiek, viel ik in en uit de prijzen. Anderen gingen mij voor en lieten mij ook achter, ze leunen on-dertussen tegen de Groot-Nederlandse subtop aan of horen erbij: Annette Vandenbosch, Jan Doornbos, Pom Wolf  en andere poëten, ze zijn bij de bredere massa onbekend, maar in kleine kringen erg bemind. Hun eerste bundeltjes zagen zelfs het daglicht, dé max voor een dichter in dit kleine taalgebied.

 

Ik was de onvoorspelbaarste van de geciteerde groep, toegegeven, somtijds schreef ik met vuur en vonken, maar ook bezondigde ik me vaak aan platte breisels en slappe kostjes. Tja, dat labiele karakter, dat veroorzaakt meer diepe dalen dan hoge pieken. Alhoewel, mis-schien is mijn liedje nog niet uitgezongen. Gedichten moet je uitzweten op karakter, inspiratie dient afgedwongen en de confrontatie met je eigen ego kan wonden openrijten. Pijnlijk hoor, dus gun me nog effe tijd, ik kom pas bovenpiepen in dit laat-mature leven.

Terug naar Jack, een schone rots in de poëtische branding. Hij blijft getrouw die ouwe dingetjes van mij publiceren in zijn Eindhovense krantje”Pepper”, ik word er soms verlegen van. Ook zijn “open podia” blijven vermaard voor aanstormend dichtersgeweld, ieder krijgt zijn kans, inclusief de kans op een kater, maar zo leer je het métier, want dat is het toch.

Tussen Jack en mij geschiedt er een occasionele correspondentie, wij zijn maatjes op afstand.
Zo verzocht hij me onlangs om talentscout te spelen in de Leuvense contreien. Ik diende een meisje à la “Paz Snidts” (of entwat) op te speuren: of ik haar kende en kiemen van talent bespeurde, ook waar zij resideerde, enfin, de gebruikelijke verkenningsronde.

Een vraag van Jack kan je enkel theoretisch weigeren, dat doe je dus de facto niet. Je schone eer nietwaar, vandaar zo plechtig beloofd zo wederplichtig uitgevoerd. Dichtend meisje Paz had ik rap opgesnord en dan zomaar aangebeld. De parlofoon gaf thuis, maar braakte meteen wat rare en brutale klanken. Ja, zij was inderdaad dat gezochte ‘wonder-kind’, maar geenszins bereid tot enige conversatie. Ik mocht haar vage kladjesnaam van de brievenbus afnoteren, maar geen stapje over haar hoge drempel zetten. Ze gaf zichzelf enkel vrank vocaal verborgen (én verbolgen) thuis. In de malversatie drong ik nog zwakjes aan op een benadering, maar ze dreigde met (jawel) de politie. Helaba, heksenkind, dan bent u bij mij aan het goeie adres, wou ik nog repliceren. Maar daar  knalde de parlofoon al kletsend dicht. Euh, ik bedoelde uiteraard met spartelende ironie de poëziepolitie, maar weg was onze tante Paz. Ik zat met dat geval opeens in den ambras en de arme Jack kreeg een slechte feedback.

 

Tja, hoe het nu verder moet? Staan de capsones in verhouding tot het groot vermogen? Ik heb zo mijn twijfels. Blaft dat keffend kind haar “gedichten” in dezelfde tonaliteiten van op een podium? Dat belooft een attractie te wezen, met potentiële abstractie van de kwali-teit. Hoeft het nog echt? Ik ben reeds gesatureerd, aan de milde Jack van Hoek het laatste wijze oordeel.

15:08 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.