30-01-06

gesprokkeld

Rock ’n roll

Eindelijk de nieuwe CD van de Stones beluisterd, “abiggerbang”. Niet slecht, maar kon toch beter. Of kan dat gewoon niet meer beter, is het vet van die ouwe jongens hun rock’n roll-soep? Het is een very seventies plaatje, met enkele pareltjes die volbloed hitsig in die periode gedrenkt werden.

Dit lijkt me globaliter een degelijk Stones-product, erg herkenbaar, net iets té. Een paar keren krijgen we kouwe rillingen, o.a.bij “itwontakelong” en “ohnonotyouagain”. Maar een ‘paar’ staat normaliter slechts voor ‘twee’ en dat is helaas te weinig. Overbodig is ook de occasionele vocale inbreng van Keith Richards, een wanklank, sorry hoor, zoiets moet hij aan sir Mick overlaten, noblesse oblige. Soms is het ook schrikken bij de schel opsnerpende seventies-gitaren, help denken wij dan snel, meteen wordt er afgetokkeld, oef.
In een voorzichtig besluit beoordelen we dit als ouwe rock’n roll in een niet echt nieuw vaatje, iets te gezapig. Er zijn nog vibes, maar we horen ze van te ver, te vaag ook. Een score, tja, bijna zeven op tien zeker. Dat is meer dan verdienstelijk, leeftijd geeft geen bonus. Dat is hun vrijwillige én riskante keuze, kunstenaars worden afgerekend op hun eindproduct.

 

Literatuur (?)

Verbijsterend plat stuk gelezen in een recent Het Nieuwsblad, eertijds wel degelijk een gazet, nu een geslaagd tabloid. Enkel het sportnieuws blijft er stevig overeind. Waar we over struikelden, ondanks ons initieel goed humeur, was een onzinnig interview met Herman Brusselmans. Niet de man zelve weerhield ons van een positief oordeel, (we waren ooit ‘die hard’ fan), maar het triviale thema waarmee geopend werd en daarna halstarrig over doorgeboomd. Niet verschieten hoor, een kleine halve pagina handelde exclusief over Herman’s nieuwe hondje en of hij nog met spijt en treurnis mijmert over de dooie ouwe en of de nieuwe al luisteren kan en of de diepe rouw om de ouwe ooit nog slijten zal en of de nieuwe erg zindelijk en al vriendelijk is enzoverder enzovoort. Qua literaliteit geen letter wijzer geworden, bestialiteitjes alom. Herman, schrijver (?), schaam je, laat dat journaille in de kou staan graag.
Voor wie produceert zo’n blad zulke onzin? Voor wie neemt men ons, voor de laatste der debiele lezers? Doe maar verder, stelletje infantiele reporters, jullie gazet gaat stillekes-aan volledig kopje onder. Zeg vooral niet dat het aan de lezers ligt, jullie hebben dit geweten en gewild.

Sport (cyclo-cross)

Hoe kan dat nu, beste Sven Nys, hoe slaag je daar nu weer in om op je bakkes te gaan in dat WK? Geen discussie mogelijk, je bent de allerbeste, de meest getalenteerde, de polyvalentste, de meest gemotiveerde, de sierlijkste, de technisch meest bedrevene, maar ook én vooral de meest knullige op de momenten dat je er moet staan. Dan val je.
Nee, dit was geen ongelukkig accident, het zat er aan te komen, je hebt de wedstrijd op geen enkel ogenblik naar je hand noch naar je wiel kunnen zetten. Je beet je tanden stuk op alle anderen, dwz betere Belgen. Je reed van bij aanvang als een bange wezel, puur in het verloren defensief, je domineerde niks of niemand. 

“Sven doseert verstandig”, zei je grootste fan, de niet-neutrale tv-verlaggever Michel-ego imago-Wuyts. Noppes, je zat te kakken op je zadel, arme Sven. Je bent te braaf jongen, te zacht en te weerloos wanneer de harde jongens met de spierballen en de kontbillen gaan rollen. Jij kan op karakter rijden, maar een Vervecken kan dat ook, meer nog, hij gebruikt zijn verstand.

We kregen een verdiende winnaar, de beste cyclocrosser ter wereld likte zijn wonden.

 

 

10:25 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (8) |  Facebook |

28-01-06

oorlogsbeeld

fluitend fietsend naar station vanmorgen

moest ik door een stukje steppe trappen

uit de wolken knalden kogels hard

veel zonderlinge vogels vlogen mee

 

ik zag verwonderd aangestrompeld komen

haveloze mensen uit het schrale oosten

met hun kleine kinderen ook wat scharrelvee

waar was er oorlog en een volk op vlucht

 

wie kon het zeggen ik vertrok dra westwaarts

ondanks tegenwind geen zorgen voor een man

het sporen lukt gezwind ik zwijg in elke taal

 

de dag lacht naar een frisse ochtendstond

ik geeuw en laat de buitenwereld schieten
elke oorlog is te zien in het teeveejournaal

 

 

23:15 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

nachtraas

wat geeft het
niet te kunnen slapen
in de nachten
zwart van razernij
dan schrijf ik toch
gedichten zoals deze

en bij deze ik beken:

ik kom net van buiten
uit het duister
ik was niet te stuiten
ik ontluisterde
wat heilig was
wat huilde

nachtgegil en haat
de brand in een kapel
van kwaad verstomde kerk
het vuur aan graf en zerk

ik schopte rel
was jij er niet
ik dacht van wel

de glazen barstten
scherven knarsten
van het onheil brak
een onweer los

in al wat donker was
bezonk verdorie vloek
zelfs jaren stilte raakte zoek
vanuit de hemel gutste hel

en in het ochtenduur
vroeg ik de blinde muur
is dit nu godverdomme zegen
of verdriet van stomme regen

en ik fluisterde ik fluisterde
tot al wat heilig was en huilde

ik hoorde nergens dat

jij naar me luisterde

 

 

00:15 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

26-01-06

ook voor jou

„ I wrote this poem

for you Frances “

 

Bukowski mompelt regels

bromt zich door gedicht

hij richt zich tot een ex

met meer dan honderd waren ze

verdwaald verzopen in zijn seks

 

hij zucht illusieloos intriest

goed dronken in zijn ode

aan die engelmoeder

hoedster van zijn enig kind

 

verdragen kon ze lang en ver

hij schrijft haar fatalistisch neer

hoe zij geleden heeft

van al zijn grillen zat

 

zij leden allemaal

hij was een man het bed vol vrouw

beminde mama’ s en madonna’s

alle sloeries elke slet

 

Bukowski mijmert troebel

vol van drank en weemoed

wankelt in zijn lelijkheid hij ijlt

ja, Frances, zij was prachtig en apart

hem schonk ze elke binnenkant

van haar godinnenlijf

zij overleefde alles

zelfs het slapen met zo’n vent,

ach alles went

 

maar elke mannenkloot op aarde

had ze kunnen haten

van bezopen schrijvers

rode waterogen uitgekrabd

hun kankerkop vertrapt

 

madammen zoals Frances

ook een handvol anderen

laat ons bidden

ondanks god die naar de hoeren gaat

 

de vrouwen zoals zij

ook jij na hard brutaal

ik schrijf verschoning

in dit laatste ongedicht

 

 

22:05 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (9) |  Facebook |

25-01-06

awel skynet

Ik wil het kort trekken vanavond. De strijkmand kijkt mij verwijtend aan. Ik ben seffens zoet tot middernacht met zwijgerig ijzerglijen over een stommig stijve plank. Ze geeft geen stemrepliek noch woordenklank, ze laat zich weerloos heet bevrijen.
Wat ik in de hetze effe kwijt wil: dat gehannes met die onplakfoto’s gisteren deed zich nog bij andere bloggers voor. Waar vinden wij voor zulk euvel een luisterend oor? Ik heb er een hele halve avond mee verkloot (met zijn twee), het kost me nu een heuvel wasgoed-achterstand van moeders ergste.

 

Ik wol wel schrijfie-schrijfie posten en daar een dartel meiske naast poseren, maar u (Skynet) moet ons ook de ruimte faciliteren. Zo dus niet en noppes, dan is het niet meer een must. Voorlopig stop met mottes. Sorry voor dit idioom, maar daar wor ik idiotisch van.
Ik probeer dus nog een halve keer en anders is het hommeles. Zijn de raderen kaduuk in jullie kantoor of haperen de kopdradaren voor een stuk?

Enfin, ik doe mijn strijk en zet. Zetten jullie hem, dwz haar (die foto) op zijn goeie plaats of anders mij op mijn plek. Een andere webplek?

Ik smeer em nu, niet met pek en veren, maar met ongestreken kleren. ’n Avond Skyers.

 

Oh ja, ook teksten vanop mijn laptop neerkanjeren kannie meer, wat en hoe moet dat?
Godmiljaarde, moet in paniek snel weg, er staat hier iets in stoom en stank. Toch bedankt al bij mijn voorbaat. Hetzij het schaadt niet, baat het toch.

 

- stel heden vast dat het meissie mooi te kijken staat, er zijn dus weer goede zeden in het Skynet-land -

 

 

21:54 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

24-01-06

"Bakkes, Marlon"

Het fenomeen doet zich reeds een aantal weken voor, maar ik had het steeds rustig naast mij neergelegd. Gewoon alert verbaal reageren, meende ik, en het zaakje lost zich wel vaneiges op. Fout gedacht, de tegenstander bleek hardnekkiger en stouter dan ik had ingeschat. Het gaat zelfs om een meervoudig groepje, ze zijn met zijn overmoedige vijfen of zessen en ze schieten om beurten kort en scherp vanuit hun duistere sluiphoek.

De laatste tijd blijkt hun inspiratie te verstarren, want ze bijten zich nijdig vast in die éne haatkreet: “Bakkes Marlon”. Oneindig repetitief en monotoon agressief, altijd maar die laffe blafrepliek: “Bakkes Marlon”. Ik heb ze aanvankelijk op hun taal willen pakken, maar daar trappen ze niet meer in, ze reproduceren zich gemeen en stereotiep in hun twee-woordige schopboutade. Ik raak er een beetje op blind gestaard en hallucineer soms verder in de zin van: “Bak in, Marlon”, een honds bevel, een hauw, een snauw, een natrap onder mijn woordenkont.

 

De sluipschutters opereren op “DS on line”, het weblog-forum van de elektronische De Standaard. Ik heb de vrijblijvende, zeg maar vrijpostige gewoonte om daar het zaakje op te animeren. (Tussen haakjes: ik vind het een prachtige geste van die krant om het Vlaamse bloggend volkje de nodige webspeelruimte te verlenen). Veel blogvogels komen er doorgaans niet over de vloer, maar wat niet is, kan nog komen. Ik doe alleszins mijn best en tracht er geenszins iets te monopoliseren, schrijven staat vrij en DS is erg tolerant in zijn opname van het aangebodene. Zo tolerant dat zij zelfs pure haatmail gedogen. Ik sta volledig achter deze opstelling van een kwaliteitskrant, moet kunnen!

Geen cordon sanitaire in deze, wie zich te kakken wil zetten, moet daartoe de pot-op-gelegenheid krijgen. Uiteindelijk speelt toch het boemerang-effect, ook in het aangezicht van nobel (?) onbekende mail-inzenders kan een woordelijke explosie aangericht worden.

Wie zijn ze, dat onuitputtelijke tuig? Ach, ze dragen of verschuilen zich achter namen als de papegaaiend gehelmde “Willem” (willem@gmail.com) en de onbefaamd vermaar-de “Notorious” (disco_stud@hotmail.com), om maar even de twee fervenste weblog-hooligans te citeren. Ik heb nooit de moeite genomen om hen persoonlijk aan te mailen, trouwens zijn het valabele e-mailadressen? Elke valselijke trucage kan bij zulk slag van mensen gelden, het open vizier is hen immers vreemd. Is het dat soort volk dat tijdens oorlogen collaboreert, ik heb bangelijke vermoedens daaromtrent.

 

En toch voel ik me niet diep gekwetst, dit zijn slechts schampschoten, zelfs geen schimpscheuten, want die laatste veronderstellen vindingrijkheid. De schade is miniem, enkel wat wrevel om de botte onmenselijkheid, de bewuste non-communicatie.

Ooit noemde ik hen in een impulsieve repliek “poldernazi’s”, tja, what’s in a name? Teveel koldereske eer waarschijnlijk voor een hoopje schorremorrie, een bende nitwits, nulliteiten allerhande. Ze zijn van alle tijden en van alle landen. Helaas, te stom, te dwaas.

 

PS: Ook toevallig, net vandaag reageert er een “gelovige” Thomas op DS on line (een gewezen schutter?) met een beetje duiding omtrent deze DS-blogagressie tegenover mij. Ik vertoon een begin van wat begrip, bijna groot is mijn mededogen, maar niet oneindig en tegenover iedereen, dit talig gevechtje kan ten alle tijde met schone woorden uitgevochten worden. Wordt misschien vervolgd, liever niet wat mij betreft.

 

- het haast hilarische einde (?) van dit blamerende verhaal kan u nog nalezen in het topic "groupshot" van de Standaard blogt 'en nu even ernstig' - ook het item "sms-bijbel" werkt verhelderend - en andere etc. -

 

 

16:35 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (27) |  Facebook |

22-01-06

maandag braakdag

Weer wordt het maandag braakdag beesten op de wei de nevels beu gestaard spring ik niet onder treinverkeer het gieren door de kop gegons van zwermen hoor ik reeds van ver hun stemgejakker vaag onfris gewassen op kantoor hun woel en wakker noem mij nooit een makker kakelkutje of jij praatjesman

 

Met benen hoog verlengde armen ieder staat op lange tenen heel belangrijk onzin onderling te preken ik de hond in het verkeerde kegelspel blaf ongezond naar kopjes koffie sneuvel ook de keuvels afgezaagd naar burgers onderavontuur

 

In avonduren zapt gezapig over muren van tevree hun dik teeveegezin hoor ik verhalen zonder zin geen eind kent ooit begin van nooit beminde zielen zijn ze armertierig zonder spoor en almaardoor het kotsend koor verminkte levens janken katers klaaggezang van onweer nachtenlang met vrouw en kinderen in gebed

 

Zo klef geknutseld graast de kudde dronken schenkt nog bier met schuim de buiken vol plakt mayonaise polonaise knalt verkreukt de kaarten knusse doorbraakpuzzel afgebaakte buitenlanden sleuren traag getrokken voeten volgt familiekroost in slierten opgedreund

 

Ik zeg geen woord van pillen brand ik mij vooruit met hete druppels pijn in wijn verschrijf wat neer en ’s avonds huil ik bij mijn lief dat lucht wat op maar spreken ach ze jaagt de liefde door het lijf ik spoel me leeg vul op voor komend dagvenijn dat laaiend schroeit langs ochtend schijnt het licht tot morgenvroeg

 

Weemoedig klinkt en klettert verder knalt een laatste keer de kreet festijn valt dood lacht droevig jezus arme christuszoon van linke heer trek ik nu nagels uit uw kruis kruip vlug maar recht vlucht hier vandaan een dode dichter hangt voortaan als offer kwiek voor vette burgerkliek

 

Het groeten kan in rijen dik van tien zelfs meer het knielen onverplicht ik heb geleden en gezegd dat wie niet buigt die wordt verknecht of zie het vraaggesprek lees alsjeblief snel na mijn vlerkenvloek ik zoek de kruisweg godverdju ’t is amen uit begot dit grapje is niet echt het leven slechts vandaag en vaag

 

 

15:34 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (8) |  Facebook |

20-01-06

den hugo

het was toen goed lachen daar

diep in de provence met hugo

op zijn terras, we dronken bier

met emmers - alleen vrouwen

drinken wijn, de smaak van

azijn tussen hun ambrozijnen

dijen - hugo kan het weten

 

hij weet alles jong zegt hij mij

gedichten moet ge schrijven

de woorden kosten u geen frank

omzeggens gratis elke zin

ge kletst maar raak over uw mizerie

daar drapeert ge dikke nonsens rond

voordat ge ’t weet zit ge in de prijzen

wint ge broodroosters smijten ze u

het schoon huisgerief in uw schoot

dat scheelt veel pakken geld

ge steekt uw zakken vol met certificaat

het heeft geen naam maar opschrijven

is de kunst totdat van ’t hoogblonde land

de nobele prak - maar allee zeg t’ is niet waar

jawel het komt van de radio binnengeknald -

 

’t gaat  rapper dan met de lotto zulke smak
- hij knipoogt  vanachter zijn kristallen bril,

komt dat zien sylvie – en niks in ’t zwart

een hoop contant uw gans gezin content

het eurogeld miljoenen netto

dat heeft als coiffeur uw pa nooit opgebeurd

indien dat dedju geen kunsten zijn geef toe

 

enfin zo zat als een kanon wij alletwee

den hugo balancerend

over de reling van dat balkon

ik roep nog hugo begot

denk aan uw nieuwe bundel

in augustus komt hij uit

dat zijn patatten geld voor wie of wat

voor uw wijf haar vriend misschien

jong pas toch op met die romeinse kop

 

’t zijn steeds weer toeren met  die man

een echte zenuwpees

en zeggen dat dat een dichter is

een zatte kloot ja goed geboerd dat wel

ik ben er altijd welkom met mijn vrouw

en zijn madam zo proper en beleefd (ferm gat)

fameus koken dat die kan ze heeft geen keus

want haren hugo speelt wat binnen alsteblieft !

 

 

 

- dit gedicht werd gepubliceerd in het gesofisiticeerde Leuvense poëzietijdschrift "en er is", nu: "er was" -

 

 

 

16:57 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (13) |  Facebook |

19-01-06

opsporing verzocht

Eric, waar ben je? Ik heb het bange vermoeden dat je onder een brug van de Seine vertoeft. Je verdoet je tijd, jongen, maar het is tenslotte jouw tijd. Laat die fles wijn je vrolijke gezel zijn.

Het is nu bijna driekwart jaar dat we je missen, dat je hopeloos vermist bent dus.
Niemand had het zien aankomen, tenzij achteraf natuurlijk, toen wél, en allemaal tegelijkertijd, wat dacht je? Dat denken van jou was al een tijdje chaotisch, dat was je ook aan te zien. Je liep er als een zombie bij, ongewassen, ongeschoren, onzindelijk zeg maar. Toch deed je nog vergeefse uithalen naar je werk, je stortte je er mateloos op en verdween even plots weer met spokerige ziektes gedurende mistige weken. Maar niemand die reageerde, laat staan dat er iemand van ons panikeerde omtrent jou. Zulke drama’s gebeuren altijd onopgemerkt, de tragiek volgt achteraf.

Wij kenden je heldere intelligentie, je savoir-vivre van eertijds, wij gokten omtrent een impasse, iets in de liefdestrommel dat je leven door mekaar zat te rommelen. De drank hield je even op de been, maar uiteraard ook geen stap vooruit. Tot die allerlaatste keer, je vertrok zonder woorden, met gebogen hoofd, iemand heeft je nog horen mompelen, je deur ging knarsend dicht. Ze is sindsdien verwonderd stom en dichtgeklapt gebleven (nee recent heropend voor een nieuwe kracht die nu je taken torst). 

Waar ben je gebleven, Eric? Ik meldde in die tijd je verdwijning aan een apatische baas, hij repliceerde vaag met:”Eric wie?”. Dagelijks was hij achteloos aan je deur voorbijgelopen, hij kende niet eens je naam, laat staan je sores. En ochgot, je hokte nog geen honderd meter verder op onze gang, gewoon bij de aanverwante dienst. Ooit was jij het die me verwel-komde bij mijn aankomst op dat nieuwe werk, je deed het in je eigen schalkse stijl. Je was een rare vogel, een kwajongen van goed veertig jaren, steeds te vinden voor een grap, het absurdeske was je helemaal niet vreemd. In de dagen voor Kertsmis wenste je me ooit een Joyeux Pâques, ik kreeg je ingetogen zegen. Je was een spitsvondige taalman, de woorden-grappen graaide je moeiteloos uit je clevere koker, meer nog, je was een gestudeerde polyglot: je sprak met veel gemak je talen, zelfs het Russisch beheerste je behoorlijk (met een Waals-Brabants accentje?). Hang je dan soms in Siberië rond, waarom zwijg je in al die talen, vanwaar die Babylonische spraakverwarring die je ons melancholisch naliet? Spreek, Eric, spreek verdorie, zeg ons dat je leeft.

Er zijn er die beweren dat je dronken in het water reed, men vond je wagen terug op een donkere avond aan een waterkant. Maar waar spookte je tengere lichaam dan verder heen, dood of levend? Ik wil niet geloven dat je verzopen bent, zo stupide was je niet, je was geen verloren waterrat, hoogstens een ladderzatte dronkelap, maar ik weet (ik wil) dat je eruit gekropen bent, uit dat kouwe water, dat je bewust je sporen hebt willen wissen. Je vluchtte  (jawel) vooruit naar een droge overkant, een zuiders buitenland, dat wens ik je alleszins toe.

Weze het dan die brug onder de Seine, ik hoop dat je droog zit, beste Eric, beschut tegen het besmettelijke onrecht dat in jouw zieke hoofd die doem-dimensies aannam. Men vertelde van een verloren liefde, een bedrogen zieltjeskermis, een vriend die je beduveld had met een intieme geliefde. Men vertelde van je uitzichtloze werk, van je hang naar elke zelfkant, je auto-destructieve ingesteldheden. (Men vertelt al een tijdje niets meer, je bent uit beeld geraakt, helaas, de sensatie is weer over, er is komen en er is gaan. Ook ik ging weg, who cares?). 

God ja, bestond hij maar, men ratelt makkelijk verder, maar wie stak ooit een poot uit naar je mankelieke binnenkamer? Ook ik niet, mea culpa, je was al weg eer ik er erg in had, het bleek rap erger dan gedacht. Je werd, oh zwarte ironie, ook nog rechteloos ontslagen, jongen toch, wat deed men je “de jure” aan. Je weet dit niet officiëel, je kan het slechts vermoeden, als je nog ergens bent. Ik weiger te geloven in een luguber of morbied scenario, je woont in een optrekje (zal ik maar zeggen) bij de Seine en je bedelt er je “pain quotidien”, dwz een baguette, bij elkaar. Je deelt je sterke flessen met andere clochards, je verzwakt stilletjes en onmerkbaar, niks doet nog ergens pijn.

Wat dreef jou, als gezonde intellectuele jongen tot zulke daden? De waanzin die kwam opzetten als een vertraagd en dreigend onweer, de geestelijke ballast die plots dingen kantelen deed, het immense verdriet om weer een zoveelste blessure?

Immuun moet je op den duur geworden zijn voor dat eigen lijden, hoe kon je anders die zware lethargie in je laten wegzakken? Je had moeten/kunnen weten dat jij met jouw blokkage voor de rest van je opgeschrikte leven een sociaal vangnet had kunnen vinden, simpelweg de ziekenwet instappen. Voor duizend euro netto in de maand had je nog vijftig jaren schoon verzorgd en ziekjes mogen zijn.

We zijn er om mekaar te helpen nietwaar, dat wist jij toch, jij slimme gamin, mon mec malin quand-même. Quod non, quoi non donc, je ging je zwarte gangen, je knipte draden door, je wou weg uit elke entourage, je had de nobele couragie om die verschroeiende aarde achter je te laten. Je bent bewust een dompelaar geworden, leven doe je nog, dat wil ik geloven tot iemand mij het dode tegendeel bewijst
Geef een teken, Eric, en zo niet, dan even goeie vrienden voor het leven. Vis ta vie, mon ami.

Bijlage

Vermist

Verspreid op 14/06/2005 op verzoek van Procureur des Konings te Hoei

Eric DEVILLERS

Feiten

Op maandag 6 juni 2005, omstreeks 17 uur, verliet de 42-jarige Eric DEVILLERS zijn woning aan de rue de l’ Eglise in HANNUIT. Sindsdien ontbreekt ieder spoor.
Eric is slank gebouwd en is 1m70 groot. Hij heeft halflang bruin haar, een stoppelbaard en draagt een bril.

 

        Getuigenissen:

Heeft u Eric Devillers gezien of weet u waar Eric Devillers verblijft, gelieve dan contact op te nemen met de politie via het gratis nummer 0800 / 91.119.

 

12:26 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (8) |  Facebook |

15-01-06

17 men-taal

Meerdere, in se moedige lezers mailen mij met onverhoedse, soms snode vragen als:

- “bent u nu echt die man die daar zo wit zit te blinken in de marge?”

- “ja jakkes, dekselse kerel , je hebt je jaren wel een flink eind mee”

- “hou oudt zijdt u meneer Vanco, bent u echt een blonde italiaander?”

- “Marlon, wij zijn gek op rijpere jongeren, bent u van dat leuke slag?”

- “jongeman, schaam u voor die softe non-foto’s met die blote meiden”

- “hoi Marlon, wijllie zijn van Begijnendijk, gij zekers van Bekkevoort?”

 

Je kan het zo gek niet bedenken, of ze hangen aan de mailbel, vraagje van hier, zaagje van daar, bij mijn kraagje pakken, nachtje stappen gaan, lachjes luchten, kreunen, zuchten, handtekeningen zetten op hun elektronische portretten, plotse meisjes, jongens met tetten, ach en wee, het zal me een zorg wezen, ja dat is het.

 

Komaan dan maar, de koeien bij de horens en de stieren bij hun totems gevat ofzo. Wat ik kwijt wil, ben ik rijk, zeg ik in de weer en uit de wind tegen mijn hartstreekse vriendin. Ik klap éénmaal uit de biecht, tot hier gaat het doekje op, niet verder licht ik mijn versluiering, een tipje laptop kan eraf en stop de mailerij. Leest u mij bij deze terwijl ik mezelve unificeer en me bloot ontcover van mijn weelderige identiteit.

 

Geachte sympathisanten, aanverwanten en gezanten van hogerhand (mijn eerbied Sire), luistert goed, noteert, assimileert en studeert dan verder op mijn crypto-teksten, de waarheid staat altijd ergens tussen de regels, soms wel, soms niet evenwel, dat is steeds weer wennen. Ik hou van dwarsen en van jennen.

 

Mijn leeftijd, tja, da’s een mysterie, medisch vastgelegd bij mijn verbijsterende ijl-geboorte. Een postmatrix-mentale meting verklaarde mij koppig uitgesproken 17- zijnde , hyperdanig doorgediagnosticeerd uit hoofde van mijn reeds presentabel natale denkvermogen.

Dat viel omstandig te staven, de aanwijsbare tekenen lagen pasklaar in mijn prille brein, ik was er pampertjes aandachtig bij en heb nog babywijs geknipjesoogd bij onmacht van een reeds voorhandse taal.

 

Zo gewikt en zo gewogen is het kind in mij nooit geboren. Ik zat in dat rijpe vel, die vroegwijze geest, en bracht mijn broekiesjaren sprongsgewijze door als premature zeventiener. De puberteit was dus een makkie, ik was reeds hinkstapjumpend een decennium vooruit geweest. Maar daarna, drama-drama, het vervroegd te slimme jongelingske stokte. De progressie zette zich niet verder bij het getal van leeftijd 17 (zeventien).

 

Dat ben ik dus gebleven, nuchter vanuit mijn taal bekeken, er zat geen vaste vijs aan los, ik bleef een rock’n rolle-starre stoorder van wie de raderen prima draaiden, maar ter plaatse, in hun postpuberale op-surplace. Misschien ben ik ondertussen 34 (eikes!), wie weet wel 51 (nee!) of nog ouder (help!), maar het blijft in wezen steeds zeventien, nooit één van zijn voltallig oude meervoudjaren.

 

Ik stel mensen (sorry lezers, aanhangsels, publiekje pro en contra) wel serieus teleur, ik verlies wat sympathieën, maar niemand krijgt mij op mijn knieën. Mijn leeftijd is volslagen a-generiek (wasda) en niet vatbaar voor extrapolariserende (dasda) interpretatie. Vaders, moeders, jong-bejaarden, oude kinderen, ik zit er midden in, hang hoog te spartelen en te bengelen aan de dakgoot van jullie vastige volwassenheid. Ik volg niet mee omwille van genetisch denkend onvermogen.

 

Meer kan ik jullie echt niet schenken, hier wenkt een onmature jongen, een blozend gozertje zonder patenten op een oud bestaanstalent. Ik ben blijven steken voor de halte halverwege. Mag ik voortaan wat schoon begrip voor deze kinderlijke onzinkribbels?

 

16:17 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (12) |  Facebook |

12-01-06

koningskind (deel 2)

Ik wil nog even doorvertellen over die grote Koningsman, met schoon permissie graag.
Als Koning Boudewijn voor één daad zijn plaats in de eeuwige geschiedenisboeken waard is, dan geldt dat wel voor zijn houding in het toenertijdse abortusdebat. Iedereen zal zich zijn dwarse op-stelling herinneren als zijnde “ondemocratisch”, zoals ons tot in den treure toe herhaald door de hitsige media, schijnheilig hierin gevolgd door de platte “vox populi”.

Onze brave Koning wou die reeds gestemde wet dus niet onder-tekenen, dat was een fameus probleem. Als de dag van gisteren herinner ik mij hoe wij ten paleize met verbijstering getroffen waren door de heftige pers- en volkswoede die over de Grote Baas kwam neergeploft. Premier Martens haalde de trukendoos boven en zijn regering verklaarde de Koning voor drie dagen “technisch” werk-onbekwaam. Een constitutionele spitsvondigheid zonder voorgaande, Martens is toen heel diep moeten gaan.

Maar Koning Boudewijn hield stand en heeft nooit zijn handtekening onder die voor hem vermaledijde wet gezet. Het gaat ons hier andermaal niet over het pro of contra (wie zijn wij?), wij neigen persoonlijk naar een inhoudelijk pro, alles in verhouding en binnen de juiste context uiteraard. Maar eens te meer willen wij getuigen van onze mateloze bewondering voor de morele onverzettelijkheid van een groot man. En laten we wel wezen, daar was niks of noppes ondemocratisch aan. Het begrip democratie is te vaak een stoplap voor de armen van geest, de makkies en onvermogenden inzake zelfverantwoordelijkheid, het autonoom redeneren of de poging tot een eigen geweten.

Een aanzet tot verklaring: in de grondwet staat dat de Koning de wetten ondertekent, maar (hola) niet dat hij ze “moet” ondertekenen. In een gezonde democratie is het van-zelfsprekend best dat zo’n koning dat wel doet, de mening van de verkozen meerderheid dient gerespecteerd, maar zijn er dan nergens beperkingen? Zo niet, dan hoeven wij geen Koning, maar dan zou een “royale tekenmachine” evengoed zijn diensten kunnen doen (karikatuurtje).

Als er wel beperkingen zijn aan dat blindelingse ondertekenen dan moeten wij ze gaan zoeken op een niveau dat de pure wettelijkheid overstijgt en dan komen wij in de regionen van moraal en ethiek. Het is eigenlijk simpel, op deze domeinen valt uiteraard de weer-spannigheid van de Koning zaliger te situeren. Hij was geen greintje ondemocratisch, maar hij stelde (lees: durfde stellen) zijn geweten boven de wet. Het is zo makkelijk en mis-schien zo verleidelijk om mee te heulen met de massa, maar moedige mensen durven zich alleen en kwetsbaar op te stellen.

De geschiedenis zal oordelen over het standpunt van de eigengereide Boudewijn, maar wij zien voorlopig geen enkele reden om hem hiervoor te verketteren. We moeten niet bij de klassiekers te rade gaan, de Romeinen of de Grieken spreken zich niet uit, maar voor wie de nieuwe geschiedenis kent, is er een handige én verpletterende uitspraak: op de na-oorlogse Nurnbergprocessen waar de nazi-beulen werden berecht, werd de internationale rechtsregel gehuldigd dat “moraal boven de wet” staat. De oorlogsmisdadigers konden zich niet wegsteken achter “befhel ist befhel”, no way, hun (en de wereld) werd onomstotelijk duidelijk gemaakt dat er cruciale situaties zijn waar men de wet naast zich neer mag leggen en een beroep mag doen op het eigen geweten, het rechtvaardigheidsgevoel boven de letterlijke wet stellen. Het was die nobele instelling die Koning Boudewijn motiveerde om moreel keikoppig bij zijn mening te blijven, ongeacht de banbliksems van een op hol ge-slagen landsmeute. Dit stond zelfs, extreem gesteld, los van zijn groot katholiek geloof, in deze kwestie van op “leven en dood” raakte hij andere snaren in zijn subtiele ziel. De Koning ging uit van het diepste respect voor de kwetsbare en de weerloze mens, in casu de zwakkere positie van de vrouw, en parallel hiermee, het oneindig doordenken in de materie van het ongeschonden recht op leven.

Er is voor en er is tegen, ieder zijn mening, maar de Koning was een consequent morele man en dan komt men op domeinen waar geen compromissen meer zijn aan te gaan. Ofwel moet de koninklijke functie herzien worden, maar dat is een ander debat, op een niveau dat ons niet aanbelangt.

Mijn eigen dagen op dat Paleis zijn al jaren geteld, maar sommige feiten zijn blijven hangen. Het was toch wel een historische eer om zulke delicate kwesties vanuit een frontlinie te mogen meemaken. Als ik me goed herinner, heerste er zelfs verdeeldheid onder de eigen aanhang, maar nog met geen leger of een staatsgreep zou men Koning Boudewijn’s standpunt hebben kunnen neerhalen. Standbeelden vallen om te takelen, maar moreel doorleefde opstellingen zijn voor eeuwig gebeiteld in het historisch geheugen van de mensheid. Zonder enig spatje wanklank, de ethische klant is voor altijd een Koning. Met mijn respect voor ’s Mans onpeilbare eenzaamheid in die donkere dagen.

 

 

 

20:19 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (21) |  Facebook |

10-01-06

koningskind (deel 1)

Tja, het wordt stilaan tijd voor een kleine maar bescheiden outing. Tijdens mijn heterogene professionele bestaan doorzwom ik een paar woelige wateren. Storm op zee zoals onlangs kwam reeds eerder voor, alhoewel niet in die extreme mate. Maar er waren ook periodes van relatieve rust en zelfs duurzame momenten met een zekere sereniteit op de zwerftochten om den brode.
Niks gelogen is de historische episode dat ik aan het Koninklijk Hof vertoefde, niet als zinloze infiltrant of hoffelijke nar, maar in een fatsoenlijke en gedegen ambtelijke functie. Zoiets moest zeker kunnen, én is ook onuitwisbaar zo geweest onder de regeerperiode van (helaas) wijlen Koning Boudewijn.

Ik heb de onvergetelijke eer (en ik wik en weeg mij woorden: zoek niet naar enige ironie) genoten om met deze vorstelijke Mijnheer een paar woorden te mogen wisselen tijdens de periodieke personeelsrecepties. Ik spreek van woorden, maar het waren eerder volwaardige conversaties.

Wat ik hier ga vertellen overstijgt ook elk debat van “pro of contra onze monarchie”, het gaat mij helemaal om de bijna mystieke ervaring van “een mens in de mens”. Wat voor een mens!
De eerste keer dat ik met de Koning zaliger kon praten was ik als versteend van plots ontzag. Nog nooit had ik iemand meegemaakt met zulk een fixerende blik, hij keek me permanent recht in de ogen en zijn glimlach verstarde op geen enkel ogenblik. Zijn vraag-stelling was heel erg direct, puur op de persoon gericht en meteen ter zake. Op zijn in-nemende en hoofse vraag naar mijn hobby’s repliceerde ik "spontaan" hakkelend dat ik een loopfanaat was. Inderdaad, ik was indertijd nog een hard trainend marathonloper, een amateur weliswaar, maar toch erg gedreven. De Koning vroeg meteen door naar mijn looptijden, hartslagfrequenties en verwante wetenschappelijke facetten. Ik moest op dat eigenste ogenblik haast meer naar adem happen om adequaat te antwoorden dan tijdens het verloop van de betwiste wedstrijden zelf.

Ik denk dat ik mij die keer verbaal niet slecht uit de slag heb getrokken, maar achteraf heb ik de geciteerde cijfers, getallen en grafieken toch nauwgezet geverifiëerd, oef, het bleek nagenoeg te kloppen. Een Koning kan je immers zo maar niets voorliegen, al was de sociale stress van het ogenblik een eventueel geldig ecxuus geweest. Ik druk me verkeerd uit, ik denk dat die nobele man me met de mantel der mensenliefde elk misverstandje zou ge-pardonneerd hebben.
Wat ik wil illustreren is hoe een hoogst exceptioneel man zich op een sureëel-innemende manier onverstoorbaar zacht wist te manifesteren. Koning Boudewijn had op dat vlak echt zijns gelijke niet, tenminste niet voor mij als bevoorrecht ooggetuige. Nooit heb ik nog iemand in die mate “aanwezig” weten zijn, op een weliswaar wellevend gemoedelijke wijze, maar ook vriendelijk onvatbaar voor geëtaleerde mooipraterij. Hij keek diep in je hart, hij doorgrondde de mensen zoals een boer de aarde waarin hij ploegt.

Zijn quasi-illuminerende glimlach, zijn helder stralende ogen, zijn integrale lichaamstaal, alles getuigde van een onvervalst charisma, van een haast sacraal karakter. Ik voelde de edele inborst en het integere gemoed van die man, de pure eerlijkheid van een warmhartig persoon met een immense, niet te vatten sociale intelligentie. Een uitzonderlijke gave die je met studeren niet kan verwerven. Misschien met bidden of mediteren, wie weet?
Ik zal maar bekennen dat ik compleet a-religieus ben, eerder een rauwe papenvreter dan een vrome pausfanaat. Maar als men in die roomse kringen dan toch stervelingen zalig en zelfs heilig wil verklaren, dan mag voor mij gerust die zielsschone, opperwijze Koning Boudewijn erbij.

Als frivole noot toch maar even waarheidsgetrouw vermelden dat de vrome Vorst, bij zulke aangelegenheden, ook een aandachtig oog had voor het vrouwelijk schoon onder zijn per-soneel. Maar dat was voor hem geen reden tot prioriteiten stellen. Hij communiceerde voornamelijk via het hart. En zelfs dan, ook heiligen mogen zondigen, in gedachten toch.

(wordt vervolgd)

 

 

 

20:29 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

07-01-06

dagverslagenheid

Ochtend

Brussel-Noord, negen uur dertig, een schichtige neger en een lichtbruine zuiderling, eveneens rillerig en schuchter, stappen op me toe. In een bargoens van Frans en Engels, een mengelmoes van arm en haveloos, word ik aangeklampt met de vraag om bijstand: geld, wat eten, warmte. Ze hebben barre kou, brachten een nachtje buiten door en zitten zonder middelen. Ik reageer argwa-nend, maar stel toch een paar vragen, dit lijkt onmogelijk geac-teerd. Vlakbij is een verlichte post van de spoorwegpolitie, ik bel aan, dring aan, vlug volgt de respons. Men vindt onderdak voor deze dompelaars, nee niet in een cel, armoede is geen misdrijf. Ze krijgen escorte naar een opvanghuis, een korte schouderklop (ook verdiend voor de politie, polyvalent, in casu emotioneel intelligent).

 

Middag

Een groepje nieuwe kollega’s troept troosteloos samen, er wordt nog even nagepraat, niemand lacht ondanks de zondagse klederdracht, opvallend veel donker en/of zwart. Ik herken een vaag gezicht, aarzel omtrent een naam en stel dan een voorzichtige vraag.
Of ik dan niet op de hoogte ben? Evelyne is dood en vandaag begraven. Ik zou haar nog kunnen onmoet en wie weet begroet hebben, begin van deze prille week, toen alles nog ongeschonden was. Dinsdagavond stapte ze met een knalletje uit het leven, zomaar vanuit haar jeugd. Evelyne was dertig, speels aantrekkelijk, een frivool en meestal vrolijk meisje. Iemand toont me een foto van een lachend mensenkind, het kind in deze vrouw komt nooit niet weer, ze is geweest. Iemand mijmert nog hoe alles anders had kunnen verkeren, wat men radeloos had moeten doen, waarom misschien wanneer, geen vragen meer. Exit Evy.

 

Avond

Na een mentaal belastende werkdag zit ik wat te suffen in de sofa. Het VTM-nieuws komt voorbijgezapt. Ik vang flarden op van ellende in Parijs-Dakar, de heldendaden van Koen Clouseau, het gespeelde leed, de onverdraaglijke onechtheid van een BV-bestaan, de banaliteit doet pijn. Daarna volgen ijsbeermensen op een winterstrand, de goedkope ge-zelligheid, de overacting, het flauwiteitencircus, het narrenkabinet dat wordt voortgezet door de nieuwtjeslezer van dienst, een andere Wauters, ze zijn inwisselbaar die lichtge-wichten. Andere ventjes zwalpen door het beeld, ze slaan een balletje. Golf of zoiets wordt als wereldnieuws met witte petten rondgesmeten. Een zekere Jef met prettige klak geeft klank en uitleg, de lucht bakt verder weg. Dan stormt de weerman vrolijk op ons af, zijn gestoorde grijns is echt. Wij geloven in het bangelijke einde met een rotbui. Of waait het onweer ooit nog over? Tot zover de dag, "maar het had nog zoveel erger kunnen zijn".

 

 



22:37 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

05-01-06

baas boven baas

Opgedragen aan monsieur Ph. Draux, een man van ons hart, directeur bij de Federale Installatie.

 

Beste Directeur, in uw bedrijf daar hangt een geur…

Hallo grote & schone baas, ik bedoel hiermee U, dwz dé baas boven mijn directe baas, helaas.

Excuseer me eens te meer voor mijn frivoliteit, beminde directeur, maar zoals u weet, ik heb nog steeds een immens vertrouwen in uw edelmoedige geest en uw sereen gemoed.

U bent er al een tijdje niet meer, dat hebben we aan ons water gevoeld, er was veel nattigheid en narigheid. De heren Gulder en Bulder deelden ons rake klappen uit.

U was zelf verloren uitgeteld, buiten strijd, weerloos neergeveld. Ons tere vel heeft dat aangevoeld. Wat gevoeld? U bent uiteraard niet op de hoogte van de geleverde woordenslag, de benaderende moordaanslag. Laat mij maar niet kalmeren, ik deed mijn verhaal bij uw secondant, uw adjunct-generaal. Dat bracht geen zoden aan de dijk van mijn doornatte aarde. Die man zijn luisterend oor was proper, maar voor mij net iets te clean en sober. Ik vergeef hem.

Bij u had ik wél te rade kunnen komen, maar ondertussen is mijn boot gezonken, ons schip vergaan, niet met man en muis, de barse mannetjes hebben zich gered, maar den deze is er wel vanonder moeten muizen. Ik heb eieren voor mijn geld gekozen, verse eieren in een warm en veilig nestje, er wordt nog netto geld bij opgelegd, zo hoort dat in een terechte meritokratie. Ik ervaar alleen een klein gevoel van plots verraad tegenover uw persoon, u de big manitou, mijn gewezen goeroe. Ook uw bazenappartement was ondertussen flink ontvolkt, uw supersecretaresse was naar het oosten afgereisd, het thuisfront dichter tegemoet, nostalgie is een geldig argument. Zij was één van mijn betere “sisters-in-crime”, zij had het onheil kunnen verhelpen, fungerend als uw dappere rechterhand. Uw front oogde totaal verlaten, desolaat voor mij, de reddingsboeien die uzelf en la Nady hadden kunnen bieden, waren door overmacht afwezig.

We kunnen doorgaan met zagen, maar gedane zaken nemen geen keer. Wij hebben ons reeds tot een zeer nabij bedrijf gewend en tegelijkertijd het vege lijf gered. Onze wegen zullen zich weldra nog gaan kruisen, hopelijk draag ik dan geen muizenissen mee. Onze laatste confrontatie, weet u nog, ergens eind november (nog geen vuiltje aan de lucht…?), ik zei spontaan dat u werd gemist, u repliceerde: merci, ik vermoed echter door niet iedereen. U kende uw overspelig volkje, u was beducht voor mogelijk wanbeleid, maar uw verzwakte lichaam was al weerloos, u moest machteloos één en ander tolereren, met pijn in het hart, ik voelde toen in impliciete woorden met u mee.

Het had anderzijds zo veel mooier kunnen wezen, met wat kleine regeltjes, respect voor mensen en hun respectievelijke diensten, zonder stricte hiërarchie, maar alles kon beter dan de heersende anarchie, we leken wel een verse bananenrepubliek. Ooit was er wat rock ’n roll, de schwung zat er in oorsprong effe in, een zekere drive zag pril het leven. Maar dat hoefde sowieso gevoed met een minimum aan intellectuele discipline, wat tact en de nodige psychologie, zoniet volgt stuurloosheid.
Zelfs (zeker weten!) de meest blitse bedrijven hebben een uitgelijnde structuur, hanteren een herkenbare huismethode, zoeken vaste patronen, ieder kent zijn plek, en wie niet, die wordt wel op zijn plaats gezet. Hoe uitgebalanceerd moet zo’n mallemolen achter (bv) The Rolling Stones niet spelen, daar kan geen plaats voor dwaze capriolen en capsones zijn, elke roadie doet zijn ding, niemand ligt er binnen de werkuren stoned of dronken in een buitenkring. De reclamewereld, de modesector, je kan het zo hip niet bedenken, maar daar wordt overal gedraaid op scenario’s en systemen, een performant platform aan erecodes en na te leven deadlines. Vaak dacht ik daar met heimwee aan als ik bij onze Federale Installatie de dingen zag verloederen. Frivool en flamboyant, maar continu werklustig volharden, laat staan innig verbroederen (inclusief met de “zusjes”) leek uit den boze. Mensen kwamen, nog meer mensen gingen, deden niks of vage dingen. Uren raakten zoek, er kwam vaak onverwacht bezoek, dat kon makkelijk een verre familie of wat vrienden zijn om dode tijden te verdrijven.

Er heersten toestanden die soms surrealistisch leken zoals ontbijt op het werk, evenals de krant doorlezen en de kruiswoordraadsels bestuderen. Wie zich daar aan stoorde, die kreeg de wind van voren. Verboden te verbieden, dat was de enige regel die respect verdiende.

Maar niet met mijn kloten hé gasten, noem mij ook geen mietje want ik heb geen tieten. Zorg voortaan zelf voor uw entertainment, ik wou wel als grapjas van dienst acteren, maar mocht er tussendoor ook eventjes gewerkt worden? Ik ben toevallig iemand die zich snel begint te vervelen als machomensjes hun smartlapliedjes blijven kwelen.
Enfin, ik ben het dus afgebold, rommelen jullie maar verder in jullie bollenwinkel. Ik besef het goed, ik vertrek met lege handen, mijn schoon kot werd afgebroken, maar ik heb wel iets op zak: mijn kleine fierheid en het ultieme recht om oprecht in de spiegel te kijken. Wedden dat jullie geen wedstrijdje van dat niveau verkiezen, jullie zijn van een ander allooi. Ik vertik het om stiekem en geniepig stokertje te spelen. Ik doe nooit meer mee, uitge-sloten, laat uw poorten liever toe.

Sorry, barmhartige directeur, ik moest mijn gram hier godbetert kwijt, ik hoop dat u mij begrijpt. Niet ú laat ik in de steek, maar wel een systeem dat zichzelf voortdurend dynamiteert.
Een spoedige genezing, dat wens ik u toe, u kan misschien nog de bruusk versleurde meubels komen redden, de meeste mensen evenwel die zijn ver heen, in meerdere betekenissen. Spijtig toch.
Ik dank u nogmaals voor alles, u had een hart, u hebt het nog, zeker weten, sterkte en beterschap. Er komen andere tijden, hopelijk voor ons beide.

 

 

 



19:40 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

03-01-06

sollicitateren

God, wat verveelden we ons vanochtend bij het ontwaken, buiten monkelde monotoon de winter zonder zelfs een plotse bui, geen streepje vorst sprong op. Waarom eens niet uit gaan solliciteren dachten wij bij een slootje koffie, zeven dikbesmeerde boterhammen en een ijsbanaan. Een mens die zijn dagen werkt, die moet veel minder denken, dus tel uit je winst, je wordt ook nog bovenop betaald.

 

Zo in een wenk bedacht, tweemaal hardop doorgepraat, daarna onverdraald gedaan. Een flitsende beslisser heeft gewis een tactisch voordeel. Dra op weg, de wind zat danig oostwaarts, dus karden wij strategisch Brusselweegs, met hijgend hart en blijgezind.
Heden konden onbehoorlijke schoonheden ons niet bekoorlijk hinderen, een ongezien obstakel was iedere lady la Belle. We draafden zonder tobben wondersnel ons jobmirakel tegemoet, eerst tsjoekend met de trein, later nog een eind te voet, de moed verzonk nooit in onze soldenschoenen.

Bonjour madame, pardon mamzel, valt er soms te werken aan uw mooie winkel? Kwikkel kwakkel kwinkslag, het éne woord verklankter en nog vranker dan het andere afgekakeld. Daar zat dansmuziek en liedfestijn in de neplatijnse neo-litanie. Hipper gehopt en in een opwip was het dikke bingo met mijn ping-pongsymfonie. Een bezegeling met tekening ter rechterhand placeerde ik relax en sexy kalmpjes aan (ondertussen blijven ademen). Wat is het leven eerlijk als een uitgezwete zweer, soms speelser dan een spons frivool kan wezen, makkelijk vermakelijk en met een knipoog meededogend.
Achteraf vertaterde ik natuurlijk danig over mijn toerentellen, vrouw en vrienden moest ik uren bellen. Ook veel tegenslag bij het naar huiswaarts rijden, een kwaaie wind op kop en er waaiden tevens vlagen koude regen.
Ach, geen nood, dacht ik halverwege, wij zoeken onderkomen in een herberg, het wordt nog laat vandaag, wij vertoeven met genoegen in onze eigen vrede.

Morgen komt onvroege dag, ik ga er meteen geen lap op geven, ik ben met verdiend verlof veroorloofd. Dat werk, dat mag er wezen, overmorgen eerst. Ben erg tevreden.



21:35 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (10) |  Facebook |

02-01-06

winterkinderen

Het is winter en ik ben werkloos, niemand vraagt mijn mening. Dit zijn benarde tijden. Verwarring alom, vooral in mijn hoofd en om-streken. De ganse dag keek ik naar buiten, mist en grijsheid, geen fanfare kwam voorbij. Tot ik het niet meer kon houden en op de loop ging, de koude tegemoet, een confrontatie om onzacht met hardheid te vergelden. Klein scenario van geweld op mezelf volgens het geldende ritme van repititieve kilometers op een joggingsdrafje. Zo kantelde ik vandaag vanuit apathisch naar automatisch op-gemotoriekt. Een wentelwiekje op mijn zwakke ziel gekwakt, een nieuwer wiel onder het geknakte hart gestoken. Dan druipt me vlug en dungestreept het lethargisch zweet (met restjes leed) de porieën uit, daarna een afspoelbeurt en mijn nieuwe mens nestelt zich in mij.


Tijd voor wat actie en een krant bijvoorbeeld. We gaan op stap naar de nabije stad en groeten zomaar het mooiste meisje. Zij pirouetteert en wij staan perplex ter stamelplekke. Een lacherige uitlegstroom met vermakelijke ophaalkreetjes en weet-je-nog én hoe-niet-meer én dit-en-dat, maar hallo, verschoning winterkind, met wie spreken wij ten zeerste?

 

Zo blijkt zij het eerder ongeweten benedenmeisje uit onze smal benepen straat, wij zwaaiden jaren zonder uitgesproken taal, zomaar vrolijk waren wij als een tweetal prentjes zonder woorden, geen verklaring stond in onze ondertekst.

Wij nemen prettig afscheid, tot wederzien schoon kind.

 

Wat is de wereld klein als je ergens iemand aan te spreken krijgt. Onbekend is soms bijna bemind, in de zin van alles kan steeds beter met te leren geven en te laten nemen. Verdomde moraal aan dit verhaal, ik word al dolend en al pratend dwaas een blonde pater.

 




21:11 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (6) |  Facebook |

01-01-06

Dez Mona

Het onwereldse groepje Dez Mona decoreert onze avond met Pursued Sinners.

 

Het is nieuwjaarsavond en omzingens gans de avond speelt Dez Mona door de subtiele feestliving. De muziek van deze jonge Vlaamse groep omheen Gregory Frateur is bijwijlen jazzy en klagerig, maar meandert naar aanzwellend pathetische uithalen tot ijselijke hoogten waarin de zanger zich verliest in lichte hysterica. Wij hebben een verdacht fijn gevoel bij zulk plaatje, bijna ongemakkelijk abstractie makend van stijl en inhoud, eigenlijk tot onze lichte scha en schande. Het is alsof zanger Gregory de klus voor ons klaart, hij neemt even het kleine wereldleed op de fijnbesnaarde stembanden en zingt zijn hart uit ons geweten. Wij flirten door deze eerste dag van dit nieuwe jaar op demonische tonen van een lyrische zang-duivel die ons de kwelengeltjes van de schouders duwt. Zelf is hij een diabolische geest en wars van angelieke inzet, hij laat die tamme vrede aan zijn ge-hoor, hij breekt zijn cantates middendoor en wij slobberen aan ons sorbet, nippen gratis aan exquise glaasjes. Frateur loopt over onze scherven en krijst bijwijlen scherp, wij ver-pinken niet, iemand haalt de hete kolen uit ons fonkelvuur. Kleine lafbekjes, dat zijn wij, geniepige genieters, ongegeneerde profiteerders van andermans mannenzweet. Een jongen die sterft in een oorlog van schone kunst, wij klinken vrolijk en drinken ons naar extases, delirische oases om de onrust te bedwingen. Het jaar wordt vervreemdend aangesneden, wij vergoelijken ons met een valse vrede. Dez Mona is een gaaf groepje duivels, wij ver-ketteren rustig terwijl zij als wilde ruiters langs ons heen galoperen. Ach, dat genot om net langs de zijlijn van het slagveld te vertoeven. Kampioenen zijn wij in zulke ontwijkende kunsten, een meisje links huppelt zich wulps in hetzelfde meisje rechts, wij genieten dubbel van haar gunsten. In de tussentijd wijzen wij haar op de gezangen, zij looft en prijst deze heren, maar laat niets onverlet om te animeren, wij amuseren ons. Dit is pas leven, zo maar te kunnen teren op andermans lauweren, ooit betalen wij met berouw. De muziek valt stil en pijn ontwaakt, dat zijn de gekende momenten, “ons kent ons” als kleine venten. Wij pleiten schuldig aan een vaag en ongeduldig verzuim, Frateur buigt voor zijn publiek. Dit verdienen wij niet, het meisje keert en kronkelt zich weer, sluipt dronken thuiswaarts, stil gaan wij samen slapen. De nacht braakt zich verder door onze onverslapendheid. Dez Mona en demonen waken over de daken.




21:02 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |